Louis Albert Roessingh
Bronvermelding:
'Schilders van Drenthe'. Roel Sanders.
Dit zeer fraai uitgevoerde boek is te bestellen onder ISBN 90-6509-604-3

'Meisje in heidelandschap', ca. 1905. Olieverf /doek, 21 x 33,5 cm
Biografie van Louis Albert Roessingh( Assen 10.12.1873 - Antwerpen 18.01.1951 )
Na zijn HBS-tijd in Assen ging Louis Albert Roessingh naar Antwerpen om daar na een vooropleiding aan de Tekenacademie lessen te gaan volgen aan het Hoger Instituut van Schone Kunsten. In Antwerpen had hij zijn eerste atelier en hij trouwde er met één van zijn modellen. Al gauw had hij succes met zijn werken en exposeerde hij regelmatig.
In de zomermaanden kwam hij graag naar Drenthe. Vaak logeerde hij dan in Hooghalen, waar hij *Stengelin ontmoette. Later verbleef hij veel in Elp. Daar liet hij in 1908 een huis bouwen, dat in de jaren die volgden door verbouwingen en uitbreidingen meer en meer het karakter kreeg van een kasteelachtig onderkomen.
Hij noemde dit onderdak "De Zandhof', maar sprak vaak over zijn "börchien". Ongetwijfeld is deze aanduiding, waarmee hij aangaf hoezeer hij aan zijn zomerverblijf was verknocht, ontsproten aan zijn dichterlijke geest. Want behalve in zijn schilderijen gaf hij ook in gedichten weer hoezeer hij zich geïnspireerd voelde door het prachtige Drentse landschap. Zijn dichtbundel '"t Diggelhoes" was de eerste in het Drents verschenen poëzie en is velen tot voorbeeld geweest. De schilderkunst echter stond zijn hele leven op de voorgrond. Daarnaast vond hij tijd, ook in Elp, om zich sociaal te manifesteren. Hij genoot van contacten met de bewoners en zette zich ook in bestuurlijke zin voor hen in door van 1917 tot 1923 het raadslidmaatschap van de gemeente Westerbork te bekleden.
Drentse (heide)landschappen nemen in zijn werk een belangrijke plaats in. Soms kwamen deze in het atelier in Antwerpen tot stand met behulp van in de zomer in Elp gemaakte schetsen. Maar veel kwam uiteraard tot stand in de nabijheid van "De Zandhof". Het zwaartepunt van zijn schilderkunstig bestaan lag in Antwerpen. Daar was een kunstacademie, daar waren goede expositiemogelijkheden en de verkoopkanalen konden van daaruit beter worden bevaren.
Een door hem gemaakt portret van mr.I.Linthorst Homan werd door Jan Nagtegaal gekopieerd en maakt thans deel uit van de galerij van gouverneurs en commissarissen van Drenthe in het provinciehuis te Assen.
In 1948 werd Roessingh benoemd tot ereburger van Westerbork en de school in Elp draagt zijn naam. De schilder overleed in Antwerpen. Hij werd in Westerbork begraven.
literatuur:
• Hans Heyting, "Roessingh, nestor der Drentse schilderkunst", in: NDVA (1950) 10.
• L.A.Roessingh, "Stad der Paleizen. Jeugdherinneringen van L.A.Roessingh", (Assen,1951).
• Albert Doedens, "Louis Albert Roessingh, Drenthe-Antwerpen vice-versa", (Zuidwolde,1981).
• M.R.Hilbrandie-Meijer en H.Nijkeuter, "Louis Albert Roessingh (1873-1951)", in: Drentse biografieën 4 (Groningen,1993) 83.
• I.B.D.H.Bolt, "De Zandhof in Elp", in: Tijdschrift Historische Vereniging gemeente Westerbork, nr.98-3 (1998) 1.
• J.B.D.H.Bolt, "Louis Albert Roessingh", in: Tijdschrift Historische Vereniging gemeente Westerbork, nr.01-1 (2001)
In memoriam
Roessingh van Elp;
10 December 1873 - 18 Januari 1951
Bronvermelding: Nieuwe
Drentsche Volksalmanak 1951. Een artikel van Hans Heyting , Assen, Mei 1951

He'k mien leven dan vemusseld?
Nee,
mien lochtkasteel he' k bouwd,
Um 'n ideaal te bargen
Dat God mij had toevertrouwd.
Neen,
,,vernusseld" heeft Louis Albert Roessingh zijn leven
niet. Een lang welbesteed leven heeft hij gewerkt in het land dat zijn
grote liefde had, het oude, ongerepte Drenthe. Zijn liefde uitte hij
niet alleen met penseel, maar ook met de pen van de dichter. En
beide uitingen van die fijnzinnige geest gaan zo wondergoed samen,
de schilderijen en de dialectgedichtjes. Geen heroïek spreekt er uit, geen
grootse gebaren, geen machtige orgelklanken maar wel een grote
devotie, een milde humor een stille, blijde melancholie en een hoofse
liefde.
Vers
in het geheugen ligt ons nog de ,,Borker Vesperije" waar
we hem huldigden en waar hij ereburger werd van de gemeente waar
hij een mensenleeftijd gewoond en gewerkt heeft.
Hij was nog zo vol
werklust en vitaliteit deze bescheiden, haast patriarchale figuur, in
zijn voorkomen zo geheel de kunstenaar van de oude stempel. Kort
voor zijn dood schreef hij me nog: ,,Ik ben momenteel bezig een roman
te schrijven. Hoe ouder hoe gekker
zul je wel denken, maar ik kan
er geen kwaad mee doen, 't geen ik nu niet van het publiceren van
mijn memoires kan zeggen
!"
Het oude, ongerepte Drenthe is welhaast verdwenen. Roessingh,
die voor zijn schilderijen hardnekkig de
,,ressies die men overleut
veur oes"zocht en weergaf, is nu heengegaan. De lijn der Drentse
Schilderstraditie die loopt van de
Barbizon en Haagse scholen via Stengelin, heeft thans in Dozy en Roessingh zijn einde gevonden.
Een nieuw Drenthe is groeiende.
De Drentse schilders van nu, zoeken
en vinden andere onderwerpen voor hun doeken, want de eindeloze
heidevlakten zijn grotendeels ontgonnen, de klederdrachten zo rijk
aan traditie, zijn verdwenen, en door de oude dorpen raast het snelverkeer en vloeken de daken der naoorlogse huizen tussen de grijze
boerderijen.
Maar nog is veel schoons gebleven en werd nieuwe schoonheid
geboren. Laten de schilders van nu met penseel en tekenstift vast
-
leggen, dat, v.at er nog overgebleven is!
De
,,Zandhof", het ,,teumig börchien" met zijn wonderlijke,
kasteelachtige architectuur, zal de meester niet meer zien terugkeren
uit Antwerpen, als na een lange winter het
voorjaar over het oude
landschap vaart. Wie, als ik, onder de bekoring kwam van dit sprookjjesachtige stukje grond in het oude Elp, zal met mij dit plekje kunnen aanvoelen als gewijde aarde.
Laten we hopen, dat de ,,Zandhof"
in de toekomst met piëteit zal worden behandeld, een piëteit waarop
het, volgens een schone traditie recht heeft!
Roessingh werd op zijn laatste tocht begeleid door een droeve
stoet van vrienden, collega's, bewonderaars, gemeentebestuurders
van Westerbork en officials van het Drents Genootschap. Hij is niet
vergeten heengegaan
l Volgens oud-Drents gebruik volgden de ,,naobers" uit Elp de lijkkoets en droegen de bloemen.
Roessingh sprak in een van zijn gedichten over de
,,Aole orga-
nist die werd achtergelaten, allén in 't rooie zaand". Dit is aanleiding
geweest, dat z'n familie voor hem een grafkelder heeft laten metselen.
Zijn stoffelijk omhulsel rust nu op de
,,Roessinghs akker", de
begraafplaats van Westerbork. En
woar ze 'n stee hum gaven.
Een dewellocht
stillijk stun.
Tot, zwevend langs de paden,
Het
't pad hen 't orgel vun . . . Aldus eindigt het gedicht over de ,,Aole organist". In dwaallichten gelooft men niet meer in het Drenthe van vandaag.
Maar zou het toch niet mogelijk zijn, dat er in stormachtige
nachten een
,,dweellocht" zweeft van Roessingh's graf naar het
verlaten atelier in de
,,Zandhof''?

|