In en om Assen

Archeologische vondsten rond Amelte


Het Amelter Celtic field is vanaf de grond niet te ontdekken

Bron: Artikel van J.R. Breuker; publicatiejaar 1994


Bewoning uit de prehistorie

Binnen de gemeente Assen zijn vooral Loon, Peelo en Amelte rijk bedeeld met archeologisch waardevolle terreinen. In de omgeving van deze plaatsen worden sporen van bewoning uit de prehistorie aangetroffen. In een enkel geval zijn ze zelfs tot op de dag van vandaag nog duidelijk in het landschap te zien. Het hunebed bij Loon is daarvan een voorbeeld, terwijl bij Amelte de wat minder tot de verbeelding sprekende grafheuvels tot deze categorie behoren.

Deze grafheuvels dateren waarschijnlijk uit de ijzertijd en behoren daarmee tot de latere prehistorische sporen in de omgeving van Amelte. De vroegste bewoning is hier veel eerder te dateren. Hoewel er aanwijzingen bestaan dat de prehistorische mens al in het laat-paleolithicum (12400 – 9500 v.Chr.) de omgeving van het huidige Amelte bezocht, stammen de oudste gedateerde vondsten uit het mesolithicum (9500 – 4400 v.Chr.).


Vooral stroomdalen waren in trek als woongebied

Vindplaatsen zijn vooral in de buurt van het Deurzerdiep aangetroffen. Een oriëntatie op water, zoals stroompjes en vennen, is beslist niet specifiek voor de Amelter situatie. De meeste mesolithische kampementen in het Drentse landschap waren zo gelegen.
Dit heeft niet alleen met de aanwezigheid van drinkwater te maken maar ook met bestaanswijze in deze periode.

Men leefde van jacht op dieren als edelhert, ree, everzwijn en verschillende vogelsoorten. Daarnaast waren visvangst en het verzamelen van natuurlijke voedselbronnen als eieren, noten, zaden en vruchten van belang. Vooral stroomdalen bieden door hun gevarieerde milieu goede mogelijkheden voor een dergelijke leefwijze. Men bouwde eenvoudige hutten van takken met een bedekking van bijvoorbeeld rietgras.


Men verbouwde naakte gerst en emmertarwe

In het mesolithicum volgende periode, het neolithicum (4400 – 2100 v.Chr.), werd aanvankelijk op kleine en later op grotere schaal landbouw bedreven. De mens was van voedselverzamelaar voedselproducent geworden. De omgeving van Amelte heeft ook uit deze periode vondsten opgeleverd die in de meeste gevallen helaas niet nader kunnen worden gedateerd.

Naast het houden van schapen, geiten, runderen en varkens en vanaf de periode van de klokbekercultuur (2600 – 2100 v.Chr.) ook paarden, werd akkerbouw bedreven. Op de akkers verbouwde men producten als naakte gerst en emmertarwe. Uiteraard hebben boeren andere werktuigen nodig dan jagers. Zo kennen we uit het neolithicum bijvoorbeeld maalstenen, sikkels en grote, vaak geïmporteerde stenen en vuurstenen. Ze waren nodig voor de aanleg van akkers, maar ook voor houtbewerking.


Men zocht de hogere delen van het landschap op

De nieuwe bestaanswijze bracht namelijk met zich mee dat men langere tijd op één plaats kon blijven wonen en er relatief grote tweeschepige boerderijen werden gebouwd. Ook de keuze van de woonplaats veranderde. Goed ontwaterde en vrij grote oppervlakken grond waren nodig om landbouw te kunnen bedrijven. We zien dan ook een verschuiving vanuit de stroomdalen naar de hogere delen van het landschap. Mensen van de trechterbekercultuur zetten hun doden meestal bij in hunebedden.

Ten tijde van de enkelgraf- en klokbekercultuur veranderde dit en werden de overledenen individueel begraven in kuilen die al of niet door een heuvel werden overdekt. Zowel hunebedden als grafheuvels die in het neolithicum kunnen worden gedateerd ontbreken bij Amelte. Uit de omgeving van Amelte kennen we geen vondsten die met zekerheid in de bronstijd (2100 – 750 v.Chr.) kunnen worden geplaatst. Een halffabrikaat van een driehoekige vuurstenen pijlspits kan uit deze periode dateren, maar kan ook door mensen van de klokbekercultuur zijn vervaardigd.



Celtic fields of raatakkercomplex

Op verschillende plaatsen bij Amelte zijn de sporen van een vrij uitgestrekt Celtic field of raatakkercomplex uit de ijzertijd (750 v.Chr - begin van de jaartelling) herkend. Raatakkercomplexen kunnen vele hectares beslaan en bestaan uit aaneenliggende, circa 40 bij 40 meter grote veldjes die door een wal omgeven zijn. Op de wal kunnen struiken en dergelijke hebben gestaan. Zo konden ze als akker of als weide in gebruik zijn, soms ook lagen ze bij wijze van bemesting braak.

De begroeiing en staketsels op de wallen zullen hebben gediend om het vee binnen of juist buiten de veldjes te houden. Sommige veldjes dienden als huisplaats voor de drieschepige boerderijen die men in deze tijd bouwde. Men woonde dus in het Celtic field. De akkers werden met een eergetouw, een primitief soort ploeg, bewerkt., waarna er gewassen als emmertarwe, gerst en gierst op werden verbouwd. Het vee dat men hield, verschilde niet van dat ten tijde van het neolithicum en de bronstijd. Het Amelter Celtic field is vanaf de grond niet te ontdekken

Wie heden ten dage probeert vanaf de grond het Amelter Celtic field te ontdekken, zal vergeefs zoeken, want de wallen zijn al lang verdwenen. Maar op luchtfoto’s zijn de sporen ervan nog goed herkenbaar. Anders is dat me de al eerder genoemde grafheuvels die nu nog in één van de Amelter weilanden liggen. Het grafgebruik in de ijzertijd kwam in het begin nog overeen met dat in de late bronstijd.

De doden werden verbrand en in urnen onder kleine grafheuvels bijgezet. Hoewel daarover verschillende vage berichten bestaan, is beslist niet zeker of er bij Amelte ooit een urnenveld heeft gelegen. In de loop van de ijzertijd veranderde het grafgebruik.
De doden werden weliswaar verbrand, maar de as en beenderen werden niet meer bijgezet in een urn. Over de resten van de brandstapel werd een heuvel van plaggen opgeworden. De Amelter grafheuvels zijn waarschijnlijk zogeheten brandheuvels


Er werd een fragment van een Romeinse pot gevonden

In 1884 werd bij Amelte – de exacte plaats is helaas niet meer te achterhalen – een grafheuvel ‘vergraven’. Bij deze gelegenheid kwamen enkele fragmentjes van brons te voorschijn. Ze zijn erg klein, maar toch is nog duidelijk te zien dat het delen van een mantelspeld of fibula betreft. Het gaat mogelijk om een type uit de Romeinse tijd dat in de tweede en derde eeuw werd gedragen.
De speld maakte waarschijnlijk deel uit van een latere bijzetting in een oude grafheuvel. Iets zuidelijker da Amelte werd in 1967 / 1968 bij graafwerkzaamheden in het Deurzerdiep ter hoogte van Schieven een fragment van een klein potje uit de Romeinse periode gevonden.

Middeleeuwse vondsten uit de buurt van Amelte kennen we nog niet. Aan de overzijde van het Deurzerdiep, in Deurze, ligt dat anders.
Daar vond een amateurarcheoloog op een akker bewoningssporen die wijzen op een doorlopende bewoning vanaf de vijfde / zesde eeuw tot in onze tijd

 


© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl