Anne de Vries

Het gezin De Vries naast het Zwarte Huis op Kloosterveen in 1909. V.l.n.r. Leida (1902), Hennie (1908), moeder Anne Mast, Tine (1899), Geertje (1898), vader Hendrik de Vries en Anne (1904). Later worden er nog twee dochters geboren: Dien (1910) en Jantje (1913). (collectie A. de Vries jr., Oestgeest)
Info op encyclopediedrenthe.nl
Vries, Anne de (Assen 1904 - Zeist 1964) Onderwijzer en schrijver.
Begon als schrijver van schoolboekjes; leverde tevens bijdragen aan het literaire tijdschrift Opwaartsche Wegen. Hij schreef niet alleen voor schoolkinderen, maar ook voor kinderen in het algemeen. Dat beschouwde hij zelfs als een roeping. Voor de jonge lezers scheef hij het Groot vertelboek voor de bijbelse geschiedenis (1939, 2 delen) en het Kleutervertelboek voor de bijbelse geschiedenis (1948, Drentse vertaling van Hans Heyting in 1979).
De volwassenen verraste hij in 1935 met de roman Bartje; deze beloofde al direct na de verschijning een enorm succes te worden. Daardoor durfde De Vries zijn betrekking op te zeggen om zich geheel aan het schrijven te kunnen wijden. Op dat moment was hij onderwijzer bij het blindeninstituut Bartimeus te Zeist, nadat hij aanvankelijk enkele jaren in Tweede Exloërmond voor de klas had gestaan.
Hij vond rust in het Mepperveld (bij Witteveen) en stelde er met P.J. Meertens het Groot-Nederlands boerenboek (1937) samen. Dat hij in die jaren geboeid bleef door Drenthe, bleek ook uit zijn bijdrage aan de bundel de Nederlandse volkskarakters, die in 1938 verscheen. Daarin schreef hij een genadeloos eerlijke analyse van de Drent en zijn neiging tot het al te 'volksche'. In 1939 kwam onder de titel Hilde de tweede roman van De Vries uit en in 1940 bracht hij het vervolg op Bartje, getiteld Bartje zoekt het geluk.
Na enige jaren weer in de provincie Utrecht (Driebergen) gewoond te hebben, kwam De Vries kort voor 10 mei 1940 voor de tweede keer in Drenthe terug. Hij ging met zijn gezin in Hooghalen wonen en raakte daar betrokken bij het verzet. De Vries heeft met zijn houding tijdens de bezetting nogal wat verwarring gesticht. Op 18 december 1950 moest hij voor de Centrale Ereraad voor de Kunst verschijnen om opheldering te geven over enkele belastende zaken. De Ereraad besloot tegen hem geen maatregelen te nemen, omdat men zijn gedrag niet laakbaar achtte.Na de oorlog verliet hij Drenthe opnieuw en vestigde hij zich voorgoed in Zeist.
De bezetting en zijn eigen ervaringen in het verzet vormen in zijn naoorlogse oeuvre een belangrijk thema. Zo schreef hij direct na de bevrijding voor de Nieuwe Drentsche Courant een aantal feuilletons over onderwerpen uit WO II, zoals De bevrijding van het Kamp Westerbork. In 1948 verscheen van zijn hand De levensroman van Johannes Post. Op verzoek van de Stichting 1940-1945 schreef hij Reis door de nacht (1951-1958), een serie spannende jeugdboeken over een familie 'op reis' door de bezettingstijd. Voorts schreef hij het artikel 'De illegale werker' in Het grote gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Deel II, 1951).
In 1952 vertrok hij naar Suriname om er gedurende een jaar mee te werken aan de onderwijsvernieuwing. Het gouvernement aldaar had hem uitgenodigd en gaf hem opdracht tot het schrijven van een serie lees- en taalboekjes, die door alle drie zuilen in het onderwijs gebruikt zouden worden. In dat jaar verscheen ook de roman Wij leven maar eens (1952).
In 1954 werd ter gelegenheid van De Vries' vijftigste verjaardag door Het Drents Genootschap het bekende standbeeld van Bartje, gemaakt door Suze Berkhout, aan Assen geschonken. Een jaar daarvoor was hij toegetreden tot de Drentse Schrieverskring. Aan de Drentse schrieversalmanak 1954 droeg hij het humoristische verhaal 'Piet zien hond' bij. Deze korte bijdrage is volledig Drentstalig en dat is in het oeuvre van De Vries een hoge uitzondering.
Voor de Drentse schrieversalmanak 1956 schreef hij het verhaal 'Gerrit Jan en de Tijger'. In juni 1959 werd Anne de Vries tijdens de viering van Zeven Eeuwen Assen tot ereburger van deze stad benoemd. Voor zijn laatste roman liet hij zich eveneens door Drenthe inspireren. In De man in de jachthut (1960) heeft hij zijn jachtervaringen vastgelegd. [Nijkeuter]
Info op schrijversinfo.nl. Samenstelling Mats Beek
Pseudoniem(en): Anne de Vries schreef o.a. schoolboekjes voor het openbaar onderwijs onder pseudoniem (het had hem zijn baan bij het christelijk onderwijs kunnen kosten! En toen hij geen les meer gaf, zou het slecht geweest zijn voor de verkoop aan de christelijke scholen). Hij gebruikte de pseudoniemen A. Nassau, A. Van de Heide, H. Mast, Daan Deken
Proza
En nergens op de wereld (1933)
Bartje (1935)
Verhalen uit het land van Bartje (1936)
Hilde (1939)
Bartje zoekt het geluk (1939)
De levensdroom van Johannes Post (1948)
Wij leven maar eens (1951)
De ring van de profeet (met Johan Fabricius) (1952)
De man in de jachthut (1960)
En nergens op de wereld (ca. 1960)
Omnibus (De man in de jachthut/Wij leven maar eens) (1980)
Anne de Vries schreef veel 'schoolboekjes'
In feite was dit zijn vaste bron van inkomsten. Hij schreef o.a.:
Evert in Turfland (2 delen) (1930)
De historie der vier heemskinderen en het ros Beyaart (1931)
Nederlandse Volkskunde (met Paul van Ipenburg, Diet Kramer, drs. P. J. Meertens, dr. J. Waterink, Daan Deken, D. Wouters e.a.) (9 delen) (1931)
Gods stem (1932)
Nieuw Nederlands Leesboek (Met L. van Klinken en D. Wouters) (8 delen) (1934)
Lezen (globaalmethode voor het eerste leesonderwijs op de o.l.s.) (1934)
Op de grote heide (1937)
Toen ... en nu. Schetsen uit de algemene geschiedenis (met Joh. van Hulzen en W.G. van de Hulst) (2 delen) (1937)
Bloeimaand (met J. B. Ubink en P.C.J. Reyne; bloemlezing voor de o.l.s.) (1938-1946)
1941-'45 Ons mooie Nederlands (Met J. Nauta) (12 delen) (1941-1945)
Ons mooie Nederlands (taalserie Mulo). (Medewerking aan de eerste vier van de acht delen. Met Joh. Tigchelaar) (1942-1948)
Ons mooie Nederlands (leesserie) (met J. Nauta; na diens dood in 1942 alleen voortgezet) (12 delen) (1946-1948)
Lezen in de eerste klas (Met Wietske Crans) (8 delen) (1947/1948)
Ons mooie Nederlands (leesserie Ulo) (Met Joh. Tigchelaar) (4 delen) (1948)
In volle wapenrusting. Schetsen uit de geschiedenis der Kerk (Met Joh. van Hulzen en L. Keemink) (2 delen) (1948)
Het boek van Jan Willem. Een serie leesboeken voor de eerste en tweede klas van de lagere school (4 delen) (ca. 1950)
Lees nu maar (1950)
Ons eigen leesboek. (Onder redactie van een Surinaamse commissie) (8 delen) (1953-1955)
Wij en de wereld (leesmethode) (1953)
Op vleugels der verbeelding (5 delen) (1957)
Wij en de Wereld (Met medewerking van Surinaamse leerkrachten) (10 delen) (1957-1958)
Oefeningen voor het schoolverkeersexamen (meerdere jaren)
Lezen in de eerste klas. Nieuwe Serie (Met Wietske Crans) (1961/1962)
Eerbied voor het leven (met Met A. M. Koppejan) (serie verkeersonderwijs-boekjes) (6 delen) (1956-1957)
Boeken voor kinderen:
De pet (1930)
Toch een flinke jongen (2 delen) (1930)
Het droevig avontuur van Formosa (met P.H. Muller) (1930)
De voetstapjes (1931)
Heidejongens (1931)
Het huisje aan de plas (1931)
Jan en Jaapje (1931)
De avonturen van een Russische bijbel (1931)
Moeder Nelleke (1932)
Van Dikkie, Daan en Dorus (1932)
De stroper (1932)
Een vreemde avond (1933)
Jongens van de straat (1934)
Ratje, een jongen van de straat (herdruk van 'Jongens van de straat')
Arm en toch rijk (1935)
Met z'n vieren (1936)
Overal veilig (1936)
Oranjebloesem (1936)
Kerst-vertelboeken (1936-1939)
De grote veenbrand (1937)
Het verhaal van Mozes (1938)
Jaap en Gerdientje (10 delen) (1938-1952)
Groot vertelboek voor de bijbelse geschiedenis (2 delen) (1938/1939)
Serie kleine bijbelboekjes voor de kleuters (1939-1950)
Kind en Bijbel (8 delen) (1946)
Mientje, ons moedertje (1947)
Kleutervertelboek voor de bijbelse geschiedenis (1948)
Verhalen voor de kersttijd (1948)
Honderd vertellingen uit de bijbel (1949)
Vader en Jaap (1949)
Het boek van Jan Willem (1950)
Reis door de nacht (4 delen)
- De duisternis in (1951)
- De storm steekt op (1952)
- Ochtendgloren (1952)
- De nieuwe dag
Dagoe, de kleine bosneger (1954)
Jopie wil het winnen (1954)
Jaapje en Gerrie (1954)
Het kleine negermeisje (1957)
Kinderen van het oerwoud-serie (1955-1957):
- Panokko en zijn vrienden
- Panokko en de mensen
- Panokko en de wildernis
Anne de Vries vertelt. (Vijfentwintig kleuterverhalen) (1957)
Panokko (in één band) (1958)
Kinderkleurbijbel, Nieuwe testament (1959)
Kinderkleurbijbel, Oude testament (1961)
De tien geboden. Voor kinderen verklaard (1961)
Het Onze Vader voor kinderen verklaard (1961)
Kinderen in de bijbel (1964)
Twee meisjes in de tropen. (Jaap en Gerdientje deel 7 en 9) (1964)
Avonturen van een boerenjongen. (Jaap en Gerdientje deel 8 en 10) (1965)
Bertus en Bruno (z.j.)
Toen Jezus geboren werd
Overig non fictie
De illegale werker (1962)
Oranje in zilver (1964)
Opmerkelijkheden
Anne de Vries werd geboren in Assen, aan de Hoofdvaartseweg als zoon van Hendrik de Vries en van Anna Mast. Hij groeide op in Kloosterveen, een buurtschap dat bij Assen hoorde.
Hij begon te werken als tuindersknechtje. Hij leerde daarna op een avondschool voor drukker en timmerman. Daarna leerde hij (op aandringen van zijn 'meester') voor onderwijzer op de normaalschool in Assen.
Hij was onderwijzer van 1923 tot 1936. In Tweede Exloërmond en later op het blindeninstituut Bartimeüs in Zeist (onderbroken door een korte peridode in Ermelo). In Zeist was Jan Wit (later predikant en dichter) één van zijn leerlingen.
Anne de Vries trouwde in 1930 met Alida Gerdina van Wermeskerken. Ze kregen vijf kinderen.
In 1936 gaf hij zijn baan op om verder van het schrijven te leven. Dit was mogelijk door het succes van 'Bartje'.
Aan de Mepperstraat, twee kilometer buiten Meppen is een 'Anne de Vrieshoek'. Een zwerfsteen markeert de plek waar het boswachtershuis stond waar Anne de Vries in 1937/1938 korte tijd woonde. In de Tweede Wereldoorlog woonde Anne de Vries in de buurt van Hooghalen. Hij werd opgepakt vanwege het helpen van een Engelse vlieger. De Ortskommandant die hem verhoorde ontdekte dat hij de schrijver van 'Hilde' was. De volgende dag werd hij 'zomaar' vrijgelaten.
In Zeist woonde hij op meerdere adressen: Driestlaan 56 (nu Hortensialaan), Kritzingerlaan 45, Molenweg 16, Julianalaan 62, Tussen de Dennen 7, Julianalaan 71, vanaf 1949: Boulevard 16 Anne de Vries was medeoprichter van de Zeister Literaire Kring en beschermheer van de Gereformeerde Culturele Club Zeist. Landelijk was hij (de laatste jaren van zijn leven) voorzitter van de vakgroep letteren van de Bond van Christelijke Kunstenaars.
In 1954 werd in Assen, bij het gemeentehuis, een beeld van Bartje onthuld (van Suze Berkhout). Het beeld is al eens ontvoerd naar Groningen en een aantal keren beschadigd. Het origineel staat nu in de hal van het gemeentehuis en buiten staat een kopie. Ook in Madurodam staat dit beeld van Bartje, daar uiteraard in miniatuuruitvoering.
Johannes Post uit zijn boek 'De levensroman van Johannes Post' (1948) was een bekend Drents verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog.
Anne de Vries heeft een serie schoolboeken voor Suriname geschreven, in opdracht van de regering, zodat de schoolkinderen in Suriname zichzelf in hun leerboeken konden herkennen, in plaats van boekjes over Nederlandse kinderen in de sneeuw. Ter voorbereiding hiervan heeft hij een jaar in Suriname gewoond.
Anne de Vries werd in 1959 ereburger van Assen.
Op 22-03-1964 meldde een ochtendblad zijn overlijden. Anne de Vries gaf als commentaar: 'Volgens het Drentse volksgeloof leeft de man wiens dood is aangezegd zeer lang.'
Anne de Vries overleed aan een hartaanval. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Woudenbergseweg in Zeist (graf vak C, nummer 3363).
In Ruinen (aan de Esweg) staat sinds 1966 een beeld (van Suze Berkhout) van Lammechien, het zusje van Bartje.
In Meppen is een 'Anne de Vrieshoek'. In 1969 werd hier een grote zwerfsteen geplaats (van 25.000 kilo), op de plek waar Anne de Vries in 1937/1938 woonde in een (nu afgebroken) boswachtershuis.
Op 03-11-1971 werd aan de Laan van Vollenhove 2191 in Zeist een basisschool naar Anne de Vries genoemd. De bijbehorende kleuterschool heette 'Bartje'. De school werd op 01-01-1981 opgeheven. Er zijn nog wel Anne de Viesscholen, bijvoorbeeld in:
- In 1965 is er in Stadskanaal een basisschool naar Anne de Vries genoemd: C.B.S. Anne de Vries, Margrietlaan, 9503 KA Stadskanaal. (eigelijk wel de verkeerde provincie, de school grenst aan Drenthe, staat er in de schoolgids).
- Ook in Sliedrecht is er een Anne de Viesschool (Prickwaert 200, 3363 BJ Sliedrecht)
- Basisschool Anne de Vries, A vd leeuwlaan 12, 2624 LD Delft.
- Ook in Epe is er een Anne de Vriesschool (Hoofdstraat 155, 8162AE Epe)
Anne de Vries was een populaire schrijver. Dit vooral door zijn eenvoudige en natuurlijke manier van schrijven.
Het boek 'Bartje' leidde (zeker na de televisiebewerking) tot een echte 'Bartje-cultuur' in Drenthe. De zin 'Ik bid niet voor brune boon'n' is ongetwijfeld één van de bekendste zinnen uit de Nederlandse literatuur.In Rolde is het 'Historisch Informatiecentrum en Streekmuseum Het Dorp van Bartje' te vinden (Balloërstraat 2a, 9451 AK Rolde). In Ees heeft Landal zijn bungalowpark 'Het Land van Bartje' genoemd. In Ees is ook nog een Restaurant 'Het Land van Bartje' (Buinerweg 8, 9536 PG Ees).
Anne de Vries. Harm Koops, Drent in de vrömde, blz. 27
Veurige week mus ik hen Assen
Ik bleef bij Bartje even staon.
Was 't verbeelding wat ik zag,
Zag ik op d'iene wang een traon?
Stun het jonkie stil te rèeren,
Had oes jonkie zo'n verdriet?
'k Vreug hum wat of der an scheelde
En hie zee: Weet-ie dan niet,
Pap is lèesdaags plötsling störven,
ANNE DE VRIES, dat was mien pap,
En nou veul ik mij zo allènnig...
Bartje, hièl Drente vuult die klap.
Bartje, nou most niet mèer rèeren
En geleuf van mij ien ding:
Anne de Vries blif aaltied bij oes
En do helpst bij d'herinnering.
Methodisch verkeersonderwijs volgens Anne deVries

Illustraties uit lesboekjes van Anne de Vries (Coll.Verkeers- en Vervoersberaad Drenthe)
Bronvermelding: 'In de versnelling'. Teksten: Chris van der Veen, John Tits, Bertus Boivin. 2007 Drents Archief. ISBN 978 90 6509 223 6
De jaren vijftig
Anne de Vries kennen we als schrijver van Bartje. Maar wie kent dezelfde Anne de Vries als auteur van schoolboekjes voor het verkeersonderwijs? Samen met de toenmalige hoofdinspecteur van de verkeerspolitie in Amsterdam, A. M. Koppejan, schreef De Vries in de jaren vijftig de serie Eerbied voor het leven voor het lager onderwijs die door uitgeverij Dijkstra te Zeist met veel succes op de markt gebracht werd.
Jan Klaassen
Om aansprekende hoofdpersonen ten tonele te kunnen voeren deden de auteurs onder andere een beroep op poppenkastbewoner Jan Klaassen en diens partner Katrijn. Wat voor capriolen de auteurs Jan Klaassen ook laten uit¬halen, er zou nooit enig bloed vloeien. De hoofd¬figuur rent de weg op, wordt overreden door fietsers en zelfs door een autobus. Geen spatje!
Jan steekt hollend een straat over en het advies van De Vries en Koppejan aan hun jonge publiek luidt: 'Nooit hollen bij het oversteken. Want dan kun je vallen'. Als Jan Klaassen verderop in het boekje door Katrijn achterna wordt gezeten, loopt hij een oude dame omver. De les kan dan niet anders zijn dan een welgemeend: 'Wees voorzichtig bij oude mensen. Heb eerbied voor ze!'
Vervolgens leeft Jan Klaassen zich uit op een auto. Het is een Ford Anglia die onder het stof en het vuil zit. Hij tekent er een poppetje op, met zijn vinger. Mag dat? Nee natuurlijk, vinden De Vries en Koppejan :'Blijf van de auto's af. Je maakt er zo gauw iets aan kapot.'
Ontzag voor het verkeer
'Zal de ernst van een verkeersregel tot het jonge kind doordringen, dan moeten we het de mogelijke gevolgen van overtreding laten zien. Griezelige verhalen en illustraties wilden we
echter voorkomen. Die zouden het ontzag voor het verkeer, dat ons allen eigen moet zijn, tot angst kunnen doen stijgen.'
Voor de jongste kinderen op de lagere school (groep 3 van nu) stuurden De Vries en Koppejan de populaire speelgoedpop Bruintje Beer de straat op. Een van zijn vriendjes heeft een ongeluk gehad. Om zich te verstoppen is hij onder een DKW gekropen, de achterbanden hebben hem overreden .'Denk eraan dat een auto ook achteruit kan rijden', is het leermoment van deze les voor de kleintjes.
'Laten we door een zorgvuldig en methodisch gebruik van deze boekjes de handen ineen slaan om de levens van de aan onze zorg toevertrouwde kinderen zoveel mogelijk veilig te stellen', aldus de auteurs in hun inleiding van Eerbied voor het leven
In memoriam Anne de Vries
door Dr. P. J. Meertens
Bronvermelding: Nieuwe Drentse Volksalmanak, 1964
Over Drente raakte Anne de Vries nooit uitgepraat en nooit
uitgeschreven. De eenvoudige Drentse arbeidersjongen, die
hij zijn leven lang gebleven is, heeft zich buiten zijn geboorteland eigenlijk nooit helemaal thuisgevoeld. Als geboren en getogen Drent kende en onderging hij de sterke drang naar
verbondenheid met de gemeenschap, die maakt dat een Drent alleen
in zijn Drentse land kan aarden. Anne de Vries bracht er zijn hele
jeugd door, trok toen naar elders, maar is er tot tweemaal toe teruggekeerd. Hier word ik nooit eigen, zei hij in 1938 tegen een journalist
die hem in Driebergen kwam interviewen. Hij is later toch uit Drente
weggetrokken, uit praktische overwegingen die voor een nuchtere
Drent wel eens meer kunnen gelden dan de drang van het hart. Maar
Drente bleef zijn grote liefde.
Anne de Vries behoort wel tot de populairste, maar niet tot de grootste
schrijvers uit onze letterkunde. Dat heeft hij zelf beter dan wie ook
geweten, en hij heeft er zich nooit op laten voorstaan een groot literator te zijn, ook niet toen een enquête uitmaakte dat hij de meestgelezen
schrijver in ons land was, ook niet toen zijn boeken in allerlei talen
werden vertaald. Hij kende de grenzen van zijn talent, hij heeft nooit
geprobeerd daarbuiten te gaan. Hij was allereerst een verteller, maar
dan ook een verteller uit duizenden. Zijn boeken behaalden fabelachtige oplagen, wat voor een auteur even aanlokkelijk als riskant is.
Hij heeft er zich nooit door van zijn stuk laten brengen, hij was oprecht
gelukkig met de opgang die zijn boeken maakten, maar de roem heeft
hem nooit het hoofd op hol gebracht.
Hij was er te nuchter, te verstandig, maar vooral ook te eerlijk voor.
Zijn roeping was, voor kinderen en voor eenvoudige mensen te
schrijven. Op zijn zesentwintigste jaar debuteerde hij met een kinderboek, Evert in turfland (1930). Wie het gelezen heeft, weet dat het in
zijn soort een klein meesterwerk is. Vijf jaar later verscheen zijn eerste
roman, Bartje, die hem opeens in staat stelde zich helemaal aan het
schrijven te wijden, wat hij dan ook na een korte tijd van aarzeling
- als Drent was hij voorzichtig - gedaan heeft.
Bartje is een Drents jongetje en als zodanig hebben de Drenten hem
dan ook als een der hunnen erkend. Het beeldje van Bartje, in
1954 op
de Brink te Assen geplaatst, is het sympathieke bewijs van hun dankbaarheid.
Maar het meest Drentse boek dat hij geschreven heeft is de
roman Hilde
(1938). Het maakte, al werd het in negen talen vertaald,
minder grote opgang dan Bartje, maar de schrijver zelf beschouwde
het als zijn beste boek. Het is een streekroman, een dorpsverhaal zoals
er voor en na tientallen verschenen zijn, maar Stijn Streuvels moet
gezegd hebben dat hij wel wilde, het zelf geschreven te hebben. Drente
komt er helemaal in uit, met zijn mensen, beschermd in hun dorps
-
gemeenschap, met zijn natuur en zijn landschap, met zijn oude folkloristische gebruiken, met zijn niet altijd onbedenkelijke moraal.
Anne de Vries heeft wel eigenaardige, maar nooit gecompliceerde
mensen beschreven, en ook in deze roman is dat niet het geval, maar
wel zijn zijn personen bijzonder scherp geobserveerd, zoals ook het
landschap met een rijk coloriet is beschreven. Geen van zijn boeken
heeft voor Drente dan ook een zo grote documentaire waarde als dit
verhaal, waarvan
J. Ubink een toneelbewerking heeft gemaakt die
door
'Oes Drenthe' verscheidene malen is opgevoerd.
Al vóór Bartje had Anne de Vries een aantal schetsen geschreven, die
later als Verhalen uit het land van Bartje (1936) gebundeld zijn. Ook
uit dit pretentieloze proza spreekt de innige verbondenheid die hij
voor Drente voelde. Ook deze zes verhalen zijn uiterst eenvoudig van
inhoud en conceptie. Want bij alles wat hij heeft gepubliceerd
- ik
zonder zijn over heel de wereld verspreide bijbelse verhalen voor
kinderen en zijn overige jeugdlectuur uit
- heeft hij altijd zijn Drenten
voor ogen gehad.
En
'zoals het land is', heeft hij eens geschreven, 'zo
zijn de Drentse mensen: niet groot, niet geweldig, geen hemelbe
-
stormers; eenvoudig en bescheiden, ernstig en rustig, wars van alle
gemanierdheid en drukte, volhardend en sterk. Men loopt hen voorbij,
wanneer men op zoek is naar mensen van gezag. Maar wie hen leert
kennen, gaat van hen houden, om al die verrassend aardige dingen in
hun karakter, die gemoedelijkheid, die natuurlijke beschaving, die
gastvrijheid, die humor ook, als van het Drentse beekje, dat plotseling
te voorschijn springt achter de levensernst'.
Wie Anne de Vries persoonlijk gekend heeft, zal verrast moeten con
-
stateren dat al deze karaktertrekken, geen enkele uitgezonderd, op
hemzelf slaan. Ik kan me geen betere karakteristiek van hem voorstellen dan die hij in deze weinige woorden van de Drent gegeven
heeft.
Het meest is ieder die hem kende wel getroffen door zijn eenvoud
en zijn bescheidenheid. Ik heb hem leren kennen toen hij nauwelijks,
pseudoniem, zijn Evert in
turfland had geschreven, als een onbekende
jonge onderwijzer, die geprobeerd had een jongensboek te schrijven en
nu rustig afwachtte hoe dat zou worden ontvangen. Ik heb weinig men
-
sen gekend die zichzelf zozeer gelij k zijn gebleven, weinigen ook wie het
succes
- en wat een succes - zo volkomen onberoerd heeft gelaten,
hoe blij hij er overigens ook mee was. Hij zag in zijn leven Drente
veranderen, maar zelf veranderde hij niet. Kwam het omdat hij zo
dicht bij de natuur leefde? Of omdat hij zo ongecompliceerd was als
de Drenten die hij in zijn boeken beschreef? Omdat hij zo door en
door een Drent was?
In elk geval is het wel deze eenvoud en bescheidenheid geweest die hem met zoveel vrienden heeft omringd. De
enige vijanden die hij heeft gehad waren de Duitsers, die hij met inzet
van zijn leven heeft bestreden, 'ernstig en rustig, volhardend en sterk'.
Anne de Vries had naast alle karaktertrekken die hij zelf van de
Drenten heeft opgesomd nog een eigenschap die beslist niet specifiek
Drents is: die der eerlijkheid. Ze kwam tot uiting in zijn levenshouding, in de omgang met zijn vrienden en met anderen, in de oprecht-
heid ook waarmee hij bestreed wat naar zijn mening bestreden moest
worden. Ze kwam ook tot uiting in de schets die hij in her mede door
hem geredigeerde verzamelwerk
De Nederlandse volkskarakters
(1938) van de Drenten gaf. Men moet veel van zijn mensen houden
om er zo genadeloos eerlijk over te kunnen schrijven als hij het deed.
De zojuist geciteerde karakteristiek dateert uit de oorlogsjaren, toen
de vijand meelas en het onverstandig en onbehoorlijk zou zijn geweest,
een kritiek neer te schrijven die misbruikt had kunnen worden. Maar
in
1938 kon hij zijn Drenten een spiegel voorhouden, en dat heeft hij
dan ook gedaan, door hen er op te wijzen dat de 'Blut und Boden'
theorie onder hen een vruchtbare akker vond, dat de 'grote afhankelijkheid van de gemeenschap, dit voor deze tijd onnodige, maar onuitroeibare kudde-instinct het persoonlijk initiatief grote schade heeft
berokkend', dat fatalisme en een sterk conservatisme ernstige hinderpalen waren voor de doorwerking van een persoonlijk geloof.
Hij
wist dat velen hem deze uitspraken kwalijk zouden nemen, maar hij
kon van zijn hart geen moordkuil maken.
Wie nu zijn leven overziet, zijn jeugd in uiterst bescheiden en moeilijke
omstandigheden, en dan opeens omstreeks zijn dertigste jaar zijn on
-
waarschijnlijk snelle opkomst, zijn succes als schrijver dat hem niet
meer in de steek heeft gelaten, die moet hem wel zien als een zondags
-
kind. Dat was hij trouwens in letterlijke zin, zijn geboortedag was,
als zijn sterfdag, een zondag, en hij heeft in allerlei opzichten veel
geluk gehad. Maar wie veel geluk heeft, heeft ook veel verdriet, en
dat gold ook voor hem. Wie scherper toekeek wist dat er in zijn leven
ook veel teleurstelling, veel tegenspoed, veel ontgoocheling is geweest,
die zijn dagen verduisterd hebben. Zijn eenvoudig en oprecht geloof
heeft hem daarboven uitgetild.
Drente heeft veel te danken aan
Anne de Vries. Hij heeft talloos velen
vertrouwd of vertrouwder gemaakt met het land dat hij zo lief had,
en hij heeft voor vele Drenten het eigen land en volk ontdekt en dat
-
gene onder woorden gebracht waaraan zij zelf geen gestalte wisten
te geven. Maar zelf heeft hij ook veel te danken gehad aan Drente, het
land dat hem altijd opnieuw bezielde, het land waarvan hij zo zielsveel
heeft gehouden. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag heeft
het Drents Genootschap aan de beeldhouwster Suus
Berkhout op-
dracht gegeven, een beeld van Bartje te boetseren, dat in Assen een
plaats heeft gekregen en dat hij zelf heeft onthuld. Hij was er ziels
-
gelukkig mee, zoals vijf jaar later met het ereburgerschap dat zijn
geboortestad hem aanbood.
Op zondagavond
29 november 1964 is Anne de Vries volkomen
onverwacht uit het aardse leven weggenomen. Toen hij begraven
werd woei de vlag halfstok van het stadhuis van de stad waar hij op
22 mei 1904 geboren was. Deze beide dagen omspannen een leven
dat de Drenten met grote dankbaarheid en genegenheid zeker nog
heel lang zullen gedenken.

|