Hendrik Koekoek
'Boer Koekoek' is ontegenzeglijk een fenomeen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis geweest
Bronnen: youtube.com, instituut voor Nederlandse geschiedenis, vpro.nl, biografischwoordenboekgelderland.nl, mijngelderland.nl
Boerenpartijleider Hendrik Koekoek praat midden jaren 60 met zijn vader in Hollandscheveld. Zie hier de beelden
Info uit instituut voor Nederlandse geschiedenis; artikel van W. Slagter
Koekoek, Hendrik (1912-1987)
Koekoek, Hendrik, politicus (Hollandscheveld (D.) 22-5-1912 - Bennekom (Gld.) 8-2-1987). Zoon van Roelof Koekoek, landbouwer, later pluimveehouder, en Johanna Gort. Gehuwd op 18-9-1942 met Theodora Geertruida van Zetten, botanisch analiste. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.
Hendrik Koekoek groeide op als de oudste zoon in een orthodox-hervormd gezin van zeven kinderen. Na de lagere school moest hij meehelpen op de pluimveehouderij van zijn vader. Hij las veel, volgde allerlei landbouwcursussen en was actief in het bestuur van het Nederlandsch Jongelings Verbond. Zijn diensttijd in Arnhem ervoer Koekoek als een bevrijding uit de hem steeds meer benauwende omgeving van zijn ouderlijk huis en zijn woonplaats, Hollandscheveld. Om diezelfde reden verkoos hij in de jaren dertig een tijdlang een bestaan als los landarbeider op verschillende boerenbedrijven in Noord-Holland.
De mobilisatie van 1939 haalde Koekoek opnieuw uit zijn Drentse plattelandsomgeving. Ingekwartierd in de buurt van Wageningen - waar hij zijn toekomstige echtgenote leerde kennen - maakte hij in mei 1940 de gevechten bij de Grebbeberg mee. Om niet geheel opgehelderde redenen werd hij in 1943 door de bezetter gearresteerd en verbleef hij gedurende zeven maanden in gevangenschap, onder meer in Scheveningen, Utrecht en Duitsland. Na te zijn vrijgelaten vestigde hij zich op een boerderij van zijn schoonvader in het Betuwse Lienden.
Op 1 november 1946 behoorde Koekoek tot de oprichters van de Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de Landbouw; hij werd al spoedig haar voorzitter. Deze organisatie, die onder de naam 'Vrije Boeren' nationale bekendheid kreeg, richtte zich tegen de overheidsbemoeienis met de landbouw, in het bijzonder tegen de ambtelijke wereld, die allerlei regelgeving aan de boeren zou opleggen. Vooral het in februari 1954 ingestelde Landbouwschap moest het ontgelden. Koekoek, voorzitter van de 'Vrije Boeren', meende dat dit bedrijfschap voor de landbouw - waarin leden van een aantal landbouworganisaties zitting hadden - de belangen van de agrariërs niet diende, maar hen door dwangmaatregelen, zoals het opleggen van heffingen, juist in hun bedrijfsvoering dwarsboomde. Vooral onder de kleine boeren, die zich vaak slechts met moeite ten opzichte van de grotere agrarische bedrijven konden handhaven, vonden Koekoeks woorden weerklank.
Toch was de directe invloed van de 'Vrije Boeren' beperkt, zodat Koekoek zijn geluk in de politiek ging beproeven. In 1956 bedankte hij als lid van de Christelijk-Historische Unie, waarvan hij in zijn woonplaats, Bennekom, sinds het begin van de jaren vijftig afdelingssecretaris was geweest, en sloot hij zich aan bij een rechtse splintergroepering: de Nederlandse Oppositie Unie. Toen bleek dat deze nieuwe partij niet erg aansloeg, besloot Koekoek met een eigen politieke partij aan de verkiezingen deel te nemen: in 1958 onstond de Boerenpartij (BP). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van dat zelfde jaar slaagde de BP er slechts in twee raadszetels te veroveren: in Zelhem en Valburg. De Tweede-Kamerverkiezingen van 1959 kwamen voor de nieuwe partij echter nog te vroeg, want het lukte Koekoek en de de zijnen niet de kiesdeler te halen.
Geruchtmakende affaires op landbouwgebied in het begin van de jaren zestig legden de BP evenwel geen windeieren: in 1962 werd Koekoek bijvoorbeeld gekozen tot lid van Provinciale Staten van Gelderland (tot 1963). Bij acties tegen het Landbouwschap wist Koekoek de betrokken boeren - en ook zijn partij! - in een 'underdog'-postie te manoeuvreren, waardoor hij de sympathie van een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking kreeg. Zo weigerde in maart 1963 een aantal landbouwers in Hollandscheveld de heffingen van het Landbouwschap te voldoen, waarop deze organisatie uiteindelijk tot huisuitzetting van de betrokken gezinnen liet overgaan. Het kwam tot een gewelddadige confrontatie tussen politie en boze boeren, en doordat de BP zei voor de boerenbelangen te strijden, bracht haar dat veel positieve publiciteit. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, later dat jaar, plukte Koekoek de electorale vruchten van zijn optreden: hij behaalde 2,1 procent van het aantal stemmen, goed voor drie kamerzetels.
Als Tweede Kamerlid leverde Koekoek - die niet alleen de fractie in Den Haag leidde, maar ook het partijvoorzitterschap bekleedde, de administratie van de partij voerde en bovendien van 1962 tot 1970 zitting had in de gemeenteraad van Ede - nauwelijks een constructieve bijdrage tot de politieke besluitvorming. Zijn spreekbeurten in 's lands vergaderzaal waren vaak een opsomming van klachten tegen zijn collega-politici, die de kiezers allerlei fraais zouden beloven en deze beloften vervolgens niet inlosten. Toch nam Koekoeks populariteit in de daaropvolgende jaren voortdurend toe, een verschijnsel waaraan zijn Drentse tongval en droge humor in niet geringe mate bijdroegen. Maar ook als ze serieus bedoeld waren, konden zijn opmerkingen komisch overkomen. Zo liet hij in november 1965, tijdens het debat over het voorgenomen huwelijk van prinses Beatrix met Claus von Amsberg, weten dat de BP geen bezwaar had tegen de toekomstige prins-gemaal, mits hij niet bij het Landbouwschap ging werken....
Na uiterst succesvol verlopen Staten- en gemeenteraadsverkiezingen in 1966 boekte de BP bij de kamerverkiezingen van 1967 een winst van vier zetels. Onderzoek wees later uit dat de uitgebrachte stemmen op Koekoeks partij niet meer uitsluitend uit landbouwkringen kwamen. Juist in de grote steden in het westen des lands rekruteerde Koekoek veel nieuwe kiezers, die veelal het vertrouwen in de bestaande grote partijen hadden verloren en hun 'proteststem' op de BP uitbrachten. De maatschappelijke en culturele onrust in de jaren zestig zal op dit stemgedrag zeker van invloed zijn geweest.
Toch begon zich in deze periode ook de zwakte van de BP te openbaren. De partijorganisatie was uiterst gebrekkig, hetgeen tot uiting kwam in het feit dat er bij verkiezingen vaak onvoldoende kandidaten genomineerd waren, waardoor - soms per advertentie - in allerijl nog gegadigden moesten worden benaderd. Ook in eigen gelederen begonnen er twijfel aan Koekoeks capaciteiten en wrevel over diens machtspositie te ontstaan. Bovendien was het oorlogsverleden van een aantal min of meer vooraanstaande BP-leden niet geheel onomstreden, zodat de partij bij velen in een kwaad daglicht kwam te staan. Koekoek zelf zorgde vervolgens voor opschudding door tijdens een kamerrede een aantal parlementariërs met onware beweringen - onder meer over mogelijke NSB-lidmaatschappen - te beschuldigen. Toen bleek dat hij zijn uitspraken niet kon waarmaken en bovendien weigerde zijn beschuldigingen terug te nemen, nam de Kamer op 12 oktober 1966 met 109 tegen 2 stemmen een motie van afkeuring tegen hem aan.
Al deze zaken deden de partij geen goed, en nadat zich daarenboven allerlei afsplitsingen hadden voorgedaan - eerst in 1968, later in 1971 - ging het snel bergafwaarts met Koekoeks geesteskind. Van 1971 tot 1972 zat hij nog als enige voor zijn partij in de Tweede Kamer. Een kleine opleving in 1972 leverde nog eenmaal drie zetels op, maar in zijn laatste parlementaire periode, van 1977 tot 1981, moest Koekoek opnieuw alleen het gedachtengoed van de BP trachten uit te dragen.
Na zijn vertrek uit de Kamer probeerde Koekoek het nog een keer met een nieuwe politieke groepering, de Rechtse Volks Partij, maar toen succes uitbleef, verdween hij definitief van het politieke toneel. Een enkele keer kwam hij nog in het nieuws, omdat de politie hem in verband met de slechte verzorging van zijn dieren had bekeurd. In 1987, veertien dagen nadat hij door een hartaanval was getroffen, overleed Hendrik Koekoek in een ziekenhuis te Bennekom.
'Boer Koekoek' is ontegenzeglijk een fenomeen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis geweest. Zelden tevoren wist een politicus met zulk een bescheiden partijprogramma een zo omvangrijke electorale aanhang te krijgen. Telkens weer slaagde hij erin als martelaar van de 'kleine man', op wie de overige politici het zouden hebben gemunt, voor het voetlicht te treden en daarmee de BP aan een ongekende populariteit te helpen. Hij maakte slim gebruik van de heersende onvrede van veel burgers over het functioneren van kabinet en parlement en appelleerde met een geheel eigen 'logica' aan hun ongenoegen: 'Het is helemaal niet nodig dat in de Kamer 150 mensen zitten. (...) Nu zit je met 3 man in de bank, als er minder zijn, heb je meer ruimte, zit je met 2. Het scheelt aan geld, dan kan er weer belastingverlaging komen. Ze zijn er toch nooit allemaal, die kamerleden' (Interview door Bibeb). Vaak gaf Koekoek de indruk als nuchtere boer ingewikkelde vraagstukken reeds in een vroeg stadium te hebben doorzien, en zonder twijfel bezat hij het vermogen het soms wollige taalgebruik van ministers en collega-volksvertegenwoordigers tot normale uitdrukkingen te herleiden. Toch werd hij niet erg serieus genomen en, ofschoon eerder antiparlementariër, ook tamelijk ongevaarlijk geacht. Voor sommigen was hij een bron van vermaak, bij anderen, die 'de democratie als een te kostbaar goed beschouwden voor zoveel stupiditeit in haar midden' (Maas, 205), wekte hij irritatie. In de late jaren zeventig werd duidelijk dat Koekoek zichzelf had overleefd en dat zijn partij had afgedaan: hij zelf was niet veranderd, maar tot zijn verbazing had de wereld om hem heen niet stilgestaan.
Info op vpro.nl
Koekoek en de vrije boeren

Boer Koekoek, geboren in Hollandscheveld, vertolkte de onvrede die al veel langer heerste onder de boeren. Op het platteland ging het slecht, de ene na de andere boer ging failliet, kleine keuterboeren verdwenen en schaalvergroting werd overheidsbeleid en met kracht gepropageerd door mensen als Sicco Mansholt.
Al in 1946 richtte Koekoek de Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de landbouw (BVL) op, die zich keerde tegen de sterk toegenomen overheidsbemoeienis. Meer vrijheid meer welvaart was het credo; overbodige ambtenarij moest worden aangepakt.
Zo stond te lezen in het blad De Vrije Boer. Kritiek was er op veel overheidsmaatregelen, de rampschadewet, de eierprijzen, de melkprijzen, de Gezondheidsdienst voor dieren en hun verplichte keuring om TBC te bestrijden, alles voor de boeren samengepakt onder de noemer staatsdirigisme.
Het Landbouwschap en de vrije boeren
Het Landbouwschap was in 1954 voortgekomen uit de na de oorlog opgerichte Stichting voor de Landbouw (samengesteld uit vertegenwoordigers van de drie grootste organisaties van werkgevers en de drie van werknemers in de Landbouw).
Zelfgedragen verantwoordelijkheid in de land- en tuinbouw was het achterliggende motto, in een publieksrechtelijke bedrijfsorganisatie, zoals dat na de oorlog in Nederland in zwang was.
Het landbouwschap hield zich met uiteenlopende zaken bezig als dierziekte- en aardappelbestrijding, en tal van reguleringen om de land- en tuinbouwbedrijven te stroomlijnen. Dat viel niet makkelijk te verkopen. Boeren laten zich sowieso moeilijk de wet voorschrijven. De nieuwe structuur viel met name slecht bij de grote groep van ongeorganiseerden
Vooral de in 1956 door het Landbouwschap opgelegde verplichte heffingen (noodzakelijk om het Landbouwschap te financieren) was de kleine boeren een doorn in het oog. Weliswaar werden de heffingen relatief opgelegd en ging het niet om grote bedragen, maar betalen aan een organisatie waar je niet van gediend bent ging vele kleine boeren te ver. Er werd massaal geweigerd om te betalen, zeker nadat in 1957 het Landbouwschap een dubbele heffing oplegde. De weigeraars werden door het landbouwschap aangepakt door beslag te leggen op roerende goederen en die dan publiekelijk via een openbare veiling te verkopen.

Door de opkomst van honderden Vrije Boeren werd er nauwelijks geboden en ging de te verkopen inboedel voor een appel en een ei via een stroman bij de eigenaar terug. Protesten van de Vrije Boeren blijven ondertussen doorgaan. In 1960 weigerde Hendrik Koekoek een aangiftekaart van het Landbouwschap te tekenen. Hij werd daarvoor beboet met 15 gulden boete of 3 dagen gevangenisstraf. Hendrik Koekoek wist echter arrestatie te voorkomen door tientallen vrije boeren op te trommelen op de dag van zijn arrestatie.
Een jaar later weigert Koekoek een Landbouwschapheffing van bijna 200 gulden te betalen. Koekoek zet zijn protest kracht bij door een wegblokkade van de rijksweg tussen Apeldoorn en Nunspeet. Nederland heeft er een nieuwe actiemethode bij.
De strijd verhardt.
Hollandscheveld maart 1963
Reportage Boerenopstand Hollandscheveld. Zie hier de beelden
De grootste actie van de Vrije Boeren tegen het Landbouwschap vond plaats op 5, 6 en 7 maart 1963 in het Drentse Hollandscheveld. Drie keuterboeren (Klaas Hartman, Benjamin Nijmeijer, en Daniël van der Sleen) waren al jaren verwikkeld in een strijd vanwege de opgelegde heffing.
Het ging om kleine bedragen, niet meer dan een paar tientjes. Principieel waren deze boeren tegen overheidsinmenging en dus weigerden ze, ook toen de dwangbevelen kwamen. Het kwam ze duur te staan, want het Landbouwschap koos ditmaal de confrontatie. Geen verkoop meer van roerende goederen, maar beslaglegging op onroerend goed, te weten de boerderij en het land.
In november 1960 vond de beslaglegging plaats en een jaar later, op 12 oktober 1961 werden de boerderijen per opbod verkocht bij de arrondissementsrechtbank in Assen. De Vrije Boeren boycotten met succes de verkoop. Noodgedwongen werd het Landbouwschap de nieuwe juridische eigenaar. De boeren bleven gewoon op de boerderij wonen en werken.
Deurwaarder Bodde zei in De Drentse en Asser Courant van zaterdag 2 maart: “Die boeren denken dat ik omver te praten ben; ze willen op mijn gemoed werken. Maar dat is zinloos. Die ontruiming moet doorgaan. Daar kan ik zelfs niets aan veranderen. Natuurlijk is het voor mij geen leuk karwei. Ik zal het doen met grote tegenzin. Dit is het naarste werk wat een mens zich kan denken. Mijn eigen medewerkers hebben de ontruiming geweigerd. Er komen dinsdag dus vreemden om de boel naar buiten te dragen. Alle boerderijen moeten leeg. Ook de stallen. Alles wordt volgens de voorschriften neergezet op de openbare weg”.
5 maart hadden honderden mensen zich verzameld bij de boerderij van Hartman, waar de eerste ontruiming werd verwacht, maar burgemeester Bakker en deurwaarder Bodde begonnen met Nijmeijer. De inboedel werd op straat gezet. De koeien werden het besneeuwde land ingedreven en pas ‘s avonds op last van de burgemeester van het land gehaald en in een noodstal ondergebracht. De bewoners zelf vonden onderdak bij familie en vrienden.
De karabijnbrigade, pas net opgericht als de eerste Mobiele Eenheid, ging met traangas en met knuppel de demonstranten te lijf. Er werd stevig gevochten, net als op de dag erna waarna Hartman ontruimd werd.

’s Nachts ging boerderij Hartman in vlammen op. Brandstichting. Een dader werd nooit gevonden. Op 7 maart werd Van der Sleen ontruimd. Maar die kreeg spijt en betaalde alsnog, waardoor hij na drie dagen weer terugkeert naar zijn boerderij.
De twee andere boeren bleven nog enige jaren verwikkeld in een ingewikkeld juridisch steekspel, uiteindelijk werd de zaak geschikt.
Het succes van de Boerenpartij
2e dag protest tegen heffing Landbouwschap. Zie hier de beelden
Dankzij Hollandscheveld stond de Boerenpartij op de kaart. Koekoek en vooral Harmsen lieten zich goed zien in het conflict. En dat gaf de vrije boeren en de Boerenpartij landelijke bekendheid. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in mei 1963 kwam de Boerenpartij met drie man in de kamer.
De anti-politicus Koekoek groeide al snel uit tot een van de bekendste kamerleden en de achterban van de Boerenpartij begon te groeien. Opvallend genoeg ook in de grote steden.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in mei 1966 haalde de Boerenpartij zelfs 8.8 procent van de stemmen, omgerekend goed voor 14 kamerzetels.
Dat was het absolute hoogtepunt. Aan de kortstondige bloei van de partij – die vooral tégen was – kwam echter al snel door onderling gekibbel weer een einde.
Info op biografischwoordenboekgelderland.nl
Hendrik Koekoek 1912-1987, Politicus
Hendrik Koekoek werd op 22 mei 1912 geboren in Hollandscheveld als oudste zoon van de pluimveehouder Roelof Koekoek en Johanna Gort. Hij trouwde op 18 juni 1942 met Theodora Geertruida (Doortje) van Zetten. Het echtpaar bleef kinderloos. Koekoek overleed op 8 februari 1987 in Bennekom.
‘Boer Koekoek’ en ‘de hofnar van het Binnenhof’ zijn twee van de talloze benamingen in de media voor Hendrik Koekoek. Deze veehouder was de leider van de Boerenpartij, die hij van 1963-1981 vertegenwoordigde in de Tweede Kamer, van 1962-1963 in de Provinciale Staten van Gelderland en van 1962-1970 in de gemeenteraad van Ede.
Koekoek groeide op in het Drentse Hollandscheveld in een Nederlands-hervormd gezin met zeven kinderen. Na zijn lagereschooltijd werkte hij mee in het pluimveebedrijf van zijn vader. Omdat Hollandscheveld hem begon te vervelen, was Koekoek blij dat hij in 1931 in militaire dienst moest. Hierna ging hij werken bij andere boeren. In 1939 werd hij gemobiliseerd in de buurt van Wageningen. Hij werd ingekwartierd bij het boerengezin Van Zetten, waar zijn oog viel op de dochter des huizes. Ze trouwden in 1942.
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, vocht Koekoek mee op de Grebbeberg. Na een korte periode van krijgsgevangenschap keerde hij terug naar zijn ouderlijk huis. Ook na zijn huwelijk bleef hij daar enige tijd wonen, omdat de door hem gekochte boerderij in Bennekom vanwege een pachtkwestie niet vrijkwam. In 1943 werd Koekoek gearresteerd en bracht hij zeven maanden in de Scheveningse gevangenis door. De reden van zijn arrestatie is niet duidelijk: Koekoek hield het op ondergrondse activiteiten, verzetsmensen op zwarte handel. Na zijn gevangenschap moest hij naar Duitsland om dwangarbeid te verrichten. In 1944 keerde hij terug en betrok met zijn vrouw de boerderij van zijn schoonouders in Ommeren. Pas in 1947 konden ze terecht in hun boerderij in Bennekom.
Uit onvrede over de vergaande overheidsbemoeienis met de landbouwsector richtte Koekoek in 1946 de Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de Landbouw (BVL) op. De leden noemden zich Vrije Boeren. De BVL, onder voorzitterschap van Koekoek, pleitte voor een vrije economie. De BVL was verder tegen het Landbouwschap, dat het Rijk in 1954 instelde om de belangen te behartigen van de boeren, die daarvoor verplicht een heffing moesten betalen.
Koekoek zegde in 1956 zijn lidmaatschap op van de CHU, omdat hij vond dat deze politieke partij te weinig deed om het landbouwbeleid te veranderen. Twee jaar later richtte hij de Boerenpartij op. Koekoek werd partijvoorzitter en hoofdredacteur van het partijblad De Vrije Boer. De in 1958 gehouden gemeenteraadsverkiezingen leverde de Boerenpartij twee zetels op: één in Zelhem en één in Valburg.
In 1961 weigerde Koekoek een heffing van het Landbouwschap te betalen. De overheid liet daarop beslag leggen op een van zijn weilanden. Koekoek organiseerde vervolgens met E.J. Harmsen, de secretaris van de Boerenpartij, een demonstratie. Met enkele honderden boeren blokkeerden ze een drukke weg even buiten Nunspeet. De pers rukte uit en gaf Koekoek gelegenheid zijn standpunten duidelijk te maken.

De publiciteit leverde de Boerenpartij bij de Provinciale Statenverkiezingen van 1962 een zetel op in Gelderland. Koekoek nam de zetel zelf in, maar stond die in 1963 af aan een andere Boer omdat hij het te druk had. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1962 veroverde de partij enkele zetels. Koekoek nam zelf zitting in de raad van Ede. Hij was er tot 1970 raadslid.
Twee maanden voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 1963 werden drie Vrije Boeren in Hollandscheveld uit hun huizen gezet, omdat ze weigerden de heffingen van het Landbouwschap te betalen. Honderden boeren protesteerden en bekogelden de vele aanwezige agenten, maar konden de ontruimingen niet voorkomen. In de pers werden de gebeurtenissen breed uitgemeten. Koekoek en de Boerenpartij profiteerden hiervan; bij de Kamerverkiezingen haalde de partij 2,1% van de stemmen, hetgeen drie zetels opleverde. Koekoek werd Tweede-Kamerlid.
In de Kamer was Koekoek niet geliefd. Hij kon er erg ongenuanceerd uit de hoek komen en had weinig constructieve voorstellen. Hij viel ook op vanwege zijn Drentse accent en werd volgens eigen zeggen uitgelachen. De Kamerleden dachten anders over Koekoek dan veel kiezers. In een commentaar in Het Parool omschreef N. Cramer het verschil in waardering aldus: “In het parlement fungeert hij eerder als een lachertje dan als een politiek leider in opkomst. Daarbuiten ziet men hem [...] toch wel als een leuke man, die de andere dooie dienders in de Kamer soms toch wel eens flink zegt waar het op staat.” In 1966 beleefde de Boerenpartij in electoraal opzicht een hoogtepunt. Bij de Statenverkiezingen werd 6,7% van de stemmen gehaald (44 zetels). In Gelderland en Noord-Holland zaten de meeste Boeren in de Staten: zes. In de Eerste Kamer namen twee Boeren zitting. Bij de raadsverkiezingen deed de Boerenpartij het met 8,8% (204 raadszetels) nog beter.
De Kamerverkiezingen van 1967 verliepen minder gunstig. De Boerenpartij haalde nog slechts 4,8% van de stemmen, goed voor zeven Kamerzetels. De teruggang was te wijten aan de ‘affaire Adams’. Het EersteKamerlid H. Adams van de Boerenpartij bleek ‘fout’ te zijn geweest in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het hele land viel over deze man, stelde Koekoek geen onderzoek in en schorste hem niet. Uiteindelijk stapte Adams zelf op als senator. Veel Boerenpartij-leden en -kiezers begrepen niet waarom Koekoek Adams niet openlijk had veroordeeld.
Koekoek was geen gemakkelijke man om mee samen te werken. Hij gaf andere BP-leden geen ruimte ideeën of kritiek te leveren. Ook kwam het geld voor de partij op Koekoeks privé-rekening en legde hij daarover geen verantwoording af. Vanwege zijn autoritaire optreden stapten in 1968 vier Tweede-Kamerleden van de Boerenpartij uit de fractie. Onder hen was partijsecretaris Harmsen, met wie Koekoek jarenlang had samengewerkt. In 1971 stapte opnieuw een Kamerlid uit de Boerenfractie.
De ruzies en scheuringen deden de Boerenpartij geen goed. Bij de Statenverkiezingen van 1970 verloor de BP 36 van de 44 zetels. In de Staten van Gelderland ging de partij terug van zes naar twee. Bij de gemeenteraadsverkiezingen verloor de Boerenpartij vrijwel alle zetels. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 1971 kreeg de Boerenpartij nog slechts 1,1% van de stemmen. De ene zetel die dat opleverde werd door Koekoek ingenomen.
In 1972 leefde de Boerenpartij weer op. Bij de Kamerverkiezingen kreeg de partij 1,9% van de stemmen (drie zetels). Bij de Statenverkiezingen van 1974 ging het nog beter. De partij kreeg 3,1 procent van de kiezers achter zich (17 Statenzetels). Dit succes was te danken aan de carnavalskraker die Koekoek samen met Vader Abraham zong. Het lied ‘Den Uyl is in de olie’ bereikte de eerste plaats in de hitparade.
Vader Abraham & Hendrik "Boer" Koekoek. "Den Uyl is in den olie". Zie hier de beelden
Hendrik Koekoek (Boer Koekoek) en vader Abraham krijgen gouden plaat voor Den Uyl is in den Olie. Zie hier de beelden
Na de Kamerverkiezingen van 1977 was Koekoek weer de enige Boer in de Tweede Kamer. De teruggang zette zich nu door. Bij de Statenverkiezingen van 1978 gingen alle zetels verloren. En in 1981 – Koekoek had de naam van de partij inmiddels gewijzigd in Rechtse Volkspartij (RVP) – haalde de partij geen zetel meer bij de Tweede-Kamerverkiezingen. Er was een einde gekomen aan het achttienjarige Kamerlidmaatschap van Koekoek. Daarna werd weinig meer van hem vernomen. Wel kwam hij nog in het nieuws vanwege een bekeuring voor het verwaarlozen van zijn beesten.
Op 8 februari 1987 overleed Hendrik Koekoek in het streekziekenhuis in Bennekom aan de gevolgen van een hartaanval.
Info op mijngelderland.nl
Hendrik Koekoek een vreemde eend in de politieke bijt
Ingewikkeld taalgebruik en vage antwoorden geven waren tot voor kort onlosmakelijk verbonden met politici. Nu, sinds de nieuwe politiek die Pim Fortuyn introduceerde, is daar enige verandering in gekomen. Toch was er ook enkele decennia geleden al een politicus die de taal van het volk sprak: Boer Koekoek. Het waren niet zozeer zijn politieke denkbeelden dan wel zijn onconventionele gedrag dat hem tot een bijzonder politicus maakte.

Hendrik Koekoek een boer voor de boeren
Hendrik wordt geboren op 22 mei 1912 in Hollandscheveld, een dorp in Drenthe. Als oudste van een gezin van zeven kinderen volgt hij al jong zijn vader op in het pluimveebedrijf. Hij had slechts enkele jaren lagere school onderwijs genoten. Na zijn diensttijd in Arnhem kiest hij voor een bestaan als los landarbeider. Tijdens de tweede Wereldoorlog ontmoet hij in Wageningen zijn echtgenote Geertruida van Zetten met wie hij zich in Bennekom vestigt.
Al op jonge leeftijd is Hendrik betrokken bij de belangen van agrariërs.
Hij neemt zitting in het bestuur van het Nederlands Jongelings Verbond. Na de oorlog is hij een van de oprichters van de Vrije Boeren. Hiermee staat hij aan het begin van zijn politieke carrière. In 1958 richt Koekoek de Boeren Partij op en krijgt door zijn optreden veel media-aandacht. Zijn bemoeienis met het incident in Hollandscheveld pakte voor de partij succesvol uit. Enkele boeren uit deze Drentse plaats weigerden de heffingen van het landbouwschap te voldoen en werden derhalve uit hun huizen gezet. Het kwam tot een treffen tussen boze boeren en de politie. Boer Koekoek nam het op voor de gedupeerde boeren en dat leverde hem in 1963 drie zetels in de tweede kamer op. De Boeren Partij had zitting in de tweede kamer tot 1981. Bij deze verkiezingen werden geen zetels behaald en de partij verdween van het politieke toneel. Voor sommigen was de partij een zegen geweest voor anderen een smakeloze grap. Hendrik Koekoek stierf in 1986, hij werd in de tweede kamer niet herdacht.
Fortuyn versus Koekoek
Vele politici passeerden sinds de aanvang van de democratie de revue. Velen verdwenen even snel als ze waren gekomen zonder dat iemand hen nog memoreert. Twee partijleiders onderscheidden zich door een bijzondere gave: opvallen in de grijze massa. Hendrik Koekoek en Pim Fortuyn roepen bij vele een beeld op dat niet past bij het stereotype politicus. Wat zijn de grootste overeenkomsten maar ook verschillen tussen Boer Koekoek en Pim Fortuyn die beiden door hun onconventionele politieke optreden de aandacht op zich wisten te vestigen, en een aardbeving veroorzaakten in het politieke landschap? Beide waren leiders van partijen die hun oorsprong vonden in de onvrede over het op dat moment heersende politieke klimaat.
De boerenpartij was vooral een protestpartij die met name de belangen van boeren en kleine zelfstandigen wilde behartigen. In de periode van 1958 tot 1981 wist de partij tussen de 1 en 7 zetels in de tweede kamer te bezetten. Geregeerd heeft de partij nooit. De partij van Koekoek kwam regelmatig in het nieuws door bijzondere, soms ongefundeerde uitspraken, van de politiek leider en onenigheid en later afsplitsing van een van de kamerleden. In 1981 verkreeg de partij geen enkele zetel en stierf de stille dood.
Grotere achterban van korte duur
Pim fortuyn ageerde met name tegen het beleid van 8 jaar paarse regering. De aanhang laat zich minder makkelijk definiëren en is vele malen talrijker dan het gevolg van de Boerenpartij. In 2002 wist de Lijst Fortuyn maar liefst 26 zetels te bemachtigen, de partij regeerde 86 dagen samen met het CDA en de VVD. Pim Fortuyn, die negen dagen voor de verkiezingen werd vermoord, heeft dit succes niet mogen proeven. Vele malen waren de camera' s gericht op Pim Fortuyn die het gevoel van vele Nederlanders vertaalde in spraakmakende uitlatingen. Later was de pers voltijds in de weer met de parlementariërs van de LPF die zich al bekvechtend en afsplitsend een weg baanden op het uiteindelijk doodlopende pad. Nieuwe verkiezingen moeten uitwijzen in hoeverre de aanhang van de Lijst Pim Fortuyn nog vertrouwen heeft in deze volksvertegenwoordigers. De peilingen beloven niet veel goeds. Zou dan ook deze partij een stille dood sterven?
Intellectuele bagage
Het grootste verschil tussen Koekoek en Fortuyn is misschien wel de persoonlijke intellectuele bagage. In tegenstelling tot boer Koekoek,
die een agrarische achtergrond had, was Pim Fortuyn een intellectueel van wie vele publicaties, en geschriften verschenen. De grootste overeenkomst lijkt het onconventionele optreden te zijn waarmee beiden grote bevolkingsgroepen voor zich wisten te winnen. De een stierf in stilte en werd zelfs niet in de tweede kamer herdacht. De ander werd vermoord nog voordat zijn politieke overwinning een feit was.
|