In en om Assen





De Haar; woest en ledig, rust en ruimte



Let op! Ook op dit desolate 450 hectare (= 4.500.000 vierkante meter) grote terrein dient u uw hond aan te lijnen. En er wordt fanatiek gecontroleerd! Zie hier een schoolvoorbeeld van de verstikkende werking die uitgaat van het juridiseren van de samenleving.

En volgens een overijverige ambtenaar ter plaatse is het ook verboden om op het gras te lopen. Zou de oorlog voor de militairen ook bij het gras eindigen? (foto © Sietse Kooistra)


Start aanleg "De Haar"

Een Artikel van ing. W.H. Folkerts

Ten zuiden van Assen wordt op dit moment door de directie Noord-Oost Nederland gewerkt aan de realisatie van het oefenterrein "De Haar" ter grootte van 450 hectare. In het voorjaar van 1997 is met enig feestgedruis de start gemarkeerd van de aanleg, daarna is het enige tijd stil geweest. Met name procedurele perikelen -want waar in Nederland wordt nog gebouwd zonder dat eerst de rechter minimaal één keer een uitspraak heeft moeten doen- hebben tot vertraging geleid. Het beoogde jaar van oplevering van het gehele terrein is dan ook verschoven en is nu voorzien in het jaar 2004.


Lange voorgeschiedenis

Het terrein heeft een lange voorgeschiedenis. In vorige artikelen is daar uitgebreid aandacht aan besteed. Een korte opsomming van feiten is als geheugensteuntje echter wel op zijn plaats. De aanleg van het terrein is voor het eerst voorzien in het Structuurschema Militaire Terreinen begin jaren tachtig. De grondaankoop, het terrein wordt nieuw aangelegd op landbouwgrond, is in de tweede helft van de jaren tachtig gestart. Op een paar honderd vierkante meter na is de gehele 450 hectare nu in bezit van Defensie. Omdat de aanleg voor de landbouw vrij ingrijpend zou zijn, is in goed overleg met alle betrokkenen het geheel binnen een landinrichtingsproject gebracht van ongeveer 2500 hectare. Hierdoor kunnen de effecten voor de landbouw beperkt worden.

Dat een project lang kan duren, blijkt uit de periode van planvorming die aan de uitvoering vooraf is gegaan. Dat een landinrichtingsproject nog langer duurt, volgt wel uit het feit dat de stemming voor of tegen de landinrichting nu voorzien is in het jaar 2000. De uitvoering moet dan nog starten en dat zal zeker niet eerder zijn dan in 2001. Ondertussen is de DGW&T wel al met de inrichting gestart en ligt er sinds 1995 1,5 miljoen m3 zand in depot te wachten op gebruik. Het oefenterrein is buiten de ruilverkaveling gebracht. Op zich is daartegen vanuit Defensie praktisch gezien geen bezwaar meer.

De doelstelling om de invloed op de landbouw te beperken en de grondaankopen in gezamenlijkheid met de Dienst Landelijk Gebied gestroomlijnd te laten verlopen, zijn gehaald. Afstemming op de omgeving in verband met wegen en water zal ook zonder dat het terrein binnen de ruilverkaveling valt, uiteraard gebeuren.


"...dat het gras verboden was ...". C. Freeswijk 1972. (foto © Sietse Kooistra)


Omleggen openbare wegen

Op dit moment zijn een aantal belangrijke werken daadwerkelijk in uitvoering genomen. Het betreft de aanleg van twee wegen, die als vervanging gaan dienen voor twee openbare wegen die nu nog door het gebied lopen waar het oefenterrein wordt aangelegd. Omdat het niet wenselijk is dat er openbaar verkeer in het terrein is gedurende het oefenen, is er voor gekozen om de wegen om te leggen. Aangezien de wegen na realisatie een openbaar karakter zullen hebben en overgedragen worden aan de gemeenten, is er gedurende het gehele planvormingsproces nauw overleg met de beide betrokken gemeenten Assen en Middenveld gevoerd.

Het eerste wegtracé, Assen-Laaghalen, valt binnen de gemeente Assen, het tweede wegtracé, een deel van de Boermarkeweg valt binnen de gemeente Middenveld. De totale engineering -inclusief uitvoering- wordt door de afdelingen Civiele- en Cultuurtechniek van de directie Noord-Oost Nederland van de DGW&T verzorgd.
De werkzaamheden zijn vanuit praktisch oogpunt in twee bestekken verdeeld. De reden is dat ook de totale besteksadministratie inclusief de certificaten van gebruikte bouwmaterialen et cetera als ook de revisiegegevens aan de betreffende gemeenten zullen worden overgedragen. Om voor de opdrachtgever, de Koninklijke Landmacht, zo voordelig mogelijk aan te besteden, is er voor gekozen om beide bestekken gelijktijdig op de markt te brengen en een gecombineerde inschrijving mogelijk te maken.

Dit alles onder het regiem van Europese aanbe stedingen wat nogal wat extra proceduretijd vergde. De uitkomst van deze aanpak is dat het zeer zinvol is geweest, omdat met name de aanbestedingsbedragen laag zijn uitgevallen. Dit houdt dan wel weer een extra inspanning voor de DGW&T in, met name in de uitvoering, om alert te zijn op de kwaliteit. Overigens was bij de inschrijving geen enkel buitenlands bedrijf, sterker nog: het was voornamelijk een regionale aangelegenheid.


(foto © Sietse Kooistra)


Boermarkeweg

De Boermarkeweg is ten zuiden van het oefenterrein gesitueerd en vormt een nieuwe verbinding tussen de weg Assen-Laaghalen en de weg richting het dorp Hooghalen. De weg is in beton uitgevoerd. Dit is op verzoek van de gemeente gebeurd. Het betreft hier eigenlijk een smalle verbindingsweg van drie meter breed voor landbouwverkeer. De lengte van de weg is ongeveer 1500 meter. De reden om de weg in beton uit te voeren, is gelegen in het onderhoudsarme karakter. Omdat deze weg helemaal op een nieuw tracé is gemaakt, waren er geen problemen om het openbare verkeer doorgang te laten vinden. De start van het werk was eind augustus en oplevering vóór het einde van het jaar.


Weg Assen-Laaghalen

De weg Assen-Laaghalen wordt geheel uitgevoerd in asfalt met een vrij liggend fietspad in beton. Deze weg is ongeveer 4 kilometer lang en ligt tussen het oefenterrein en het TT-circuit in. Bij deze weg was het doorgaande verkeer wel redelijk problematisch. Een deel van het nieuwe tracé valt namelijk samen met het bestaande en moest derhalve enige weken worden afgesloten. In de omgeving is door middel van de ge meentelijke kanalen en de plaatselijke kranten ruime bekendheid gegeven aan de omleidingroutes.

Voorts speelde de toegang tot het TT-circuit een belangrijke rol. Door Defensie was gegarandeerd dat er te allen tijde zwaar verkeer het terrein op zou kunnen in verband met de door het TT-circuit ingezette verbouwing van de Pitsstraat. (Voor de liefhebbers: in de bouwperiode niet voorzien van pitspoezen maar van stugge bouwvakkers). Dit houdt in dat er niet tegelijk aan de twee kruisingen nabij het circuit in de weg kan worden gewerkt, maar dat dit volgtijdig moest gebeuren.

Dit had enige vertraging in de uitvoering tot gevolg. Een grote meevaller was echter het weer, dat geen reden tot klagen heeft gegeven. Als het werk in 1998 in uitvoering was geweest, dan was het waterpeil boven het maaiveld uitgekomen. Nu is er amper sprake van onwerkbaar weer geweest. De start van het werk was eind augustus en oplevering ook vòòr het einde van het jaar.


Vervolg van de inrichting

Als de wegen klaar zijn en de onderhoudstermijn is afgelopen, zullen de wegen worden overgedragen aan de gemeenten. Dit zal in dit voorjaar kunnen gebeuren. De openbare wegen die nu door het terrein lopen, kunnen dan aan de openbaarheid worden onttrokken. Het terrein is dan vrijgemaakt van gebruik van derden, zodat er zonder hinder voor anderen met de inrichting aan de slag gegaan kan worden.
Het voorjaar zal worden benut om een deel van het bos in het zuiden van het terrein aan te planten, daarna volgt tot in 2001 het maken van de rondbaan en watergangen en de inrichting van twee helilandingsterreinen. De inplant van de bossen zal gedurende de komende jaren zijn beslag krijgen, evenals de inrichting van de andere gebiedsdelen. Uiteindelijk zal de aanleg van het oefenterrein 2004 gereed zijn.


"...en een mountainbike heeft géén achterspatbord..." (foto © Sietse Kooistra)


Artikel: Aanwijzing archeologisch reservaat Anloo; zal dit ook voor Laaghalerveld gaan gelden?

Spreekpunten van de staatssecretaris van Defensie, Henk van Hoof, ter gelegenheid van de aanwijzing van het eerste archeologische reservaat in Nederland: De Strubben/Kniphorstbos in Anloo, 23 mei 2000


Grafheuvels en hunebedden

Het leven is geven en nemen. Met genoegen neem ik hier de aanwijzing van dit gebied tot rijksmonument in ontvangst. Vanmorgen was ik in Assen in de gelegenheid te geven. Met een officiële bijeenkomst heeft Defensie aan de gemeenten Assen en Midden-Drenthe een aantal wegen die het verkeer om het nieuwe oefenterrein De Haar heen moeten leiden overgedragen. Als het terrein over een paar jaar gereed is, zullen twee andere grote terreinen worden afgestoten, te weten het Ballooërveld en het terrein waar we nu zijn : Anloo.

De twee terreinen die worden afgestoten kennen een multifunctioneel gebruik. Naast militaire terreinen zijn het ook natuur- en recreatiegebieden. Deze functiecombinaties gaan uitstekend samen, mede omdat Defensie zeer zorgvuldig omgaat met haar terreinen. Natuurwaarden worden beschermd en waar mogelijk verder ontwikkeld.

Recreatie is toegestaan en wordt op verschillende plaatsen bevorderd door de aanleg van wandel-, fiets-, en ruiterpaden. Nu komt daar het archeologisch medegebruik bij. De archeologische waarden zijn er natuurlijk al eeuwen. Er is ook al een archeologische themaroute over dit terrein, die mijn voorganger nog heeft ingewijd. Die leidt langs de zaken die collega Van der Ploeg al noemde: grafheuvels, hunebedden, bundels oude karrensporen en niet te vergeten de Galgenberg, waar vele eeuwen geleden veroordeelden aan hun einde werden gebracht. Om deze uitingen van de geschiedenis in het landschap en in de bodem in onderlinge samenhang te behouden is nu hier het eerste archeologische reservaat van Nederland opgericht.


(foto © Sietse Kooistra)


Rust en ruimte zijn sleutelwoorden

Een Italiaanse bezoeker die in de 19e eeuw dit terrein bezocht sprak over een naargeestige vlakte: Wanneer je denkt aan het einde van de hei te zijn, begint de hei weer; mager struikgewas volgt op mager struikgewas, eenzaamheid op eenzaamheid. Dat zijn zaken waar de bezoeker uit de 21ste eeuw waarschijnlijk zeer op gesteld is. Rust en ruimte zijn sleutelwoorden in het huidige recreatiebeleid. Dat hier nog zoveel natuur intact is, maar ook dat vele grafheuvels en andere oudheidkundige sporen niet een prooi zijn geworden voor de oprukkende landbouw en bebouwing, heeft alles te maken met de status van militair terrein.

Op de Standaard Oefenkaarten die de militairen gebruiken bij de voorbereiding van hun oefeningen zijn de archeologische vindplaatsen aangegeven als een "no go area", zodat militair gebruik van het terrein op geen enkele manier een aantasting van de archeologische waarden betekent. Behalve Defensie en natuur, gaan Defensie en cultuur dus ook goed samen. Defensie werkt nauw samen met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. De hele procedure hoe om te gaan met archeologische waarden en vondsten is vastgelegd in het Kwaliteitshandboek van de beheerder van het terrein: de Dienst Gebouwen Werken en Terreinen van Defensie.

Verder werkt Defensie samen met de Stichting Archeologische Monumentenwacht Nederland. Tenslotte is in het Structuurschema Militaire terreinen vastgelegd dat bij het onderhoud en beheer van militaire terreinen wordt gestreefd naar het behoud van cultuurhistorisch waardevolle objecten. Om de aandacht te vestigen op de relatie tussen Defensie en archeologie is een poster uitgebracht. De bedoeling is dat militairen tijdens hun oefeningen of burgers tijdens een wandel- of fietstocht over defensieterreinen, na het zien en lezen van deze poster zich meer bewust worden van het feit dat zij om zich heen de restanten kunnen zien van duizenden jaren bewoningsgeschiedenis.

Er is zo'n grote archeologische rijkdom op defensieterreinen dat Anloo niet eens op de poster staat. Op de poster is een krijger getekend. De pijl en boog en de dolk die hij bij zich draagt, zijn gevonden op de plaats waar de pijlpunt naar wijst. Nu staan daar twee moderne krijgers met een Stinger, een raket voor de luchtverdediging. Dit illustreert het motto op de poster: Defensie richt zich op de toekomst, maar respecteert het verleden.

Ik wil de eerste poster overhandigen aan collega Van der Ploeg. Dit archeologisch reservaat past precies in zijn nota Belvedère. Het reservaat bevordert de door hem gewenste context, het erkent en herkent de cultuurhistorische identiteit en de kennis over de archeologische waarden wordt verspreid en toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Ik hoop dat dit reservaat vele bezoekers zal trekken; en dat zij er net zo zorgvuldig mee om zullen gaan als wij hebben gedaan.


"...don't fear the reaper...". Blue Öyster Cult, 1976. (foto Sietse Kooistra)


Artikel: Anderhalf miljoen kuub zand

In november 1993 is het eerste zand aangevoerd voor de aanleg van het oefenterrein De Haar. In april 1997, drieëneenhalf jaar en 70.000 vrachtwagenladingen met in totaal zo´n anderhalf miljoen kuub zand later, konden de eerste bomen op het terrein worden geplant door de toenmalige staatssecretaris van Defensie, de commissaris van de koningin en de burgemeesters van Assen en het toenmalige Beilen. De vier toen geplante eiken doen het nog steeds goed. Dat is een goed voorteken.

Inmiddels zijn we weer drie jaar verder en zijn de eerste nieuwe openbare wegen gereed die het verkeer om het terrein leiden. Het gaat om een nieuwe weg tussen Assen en Laaghalen en een gedeeltelijke verlegging van de Boermarkeweg. Deze wegen zijn aangelegd ter vervanging van de openbare wegen die dwars door het terrein liepen. De aanleg is volledig betaald door Defensie. Het gaat om een totale investering van ongeveer 4.5 miljoen. De overdracht van de wegen is de afsluiting van de eerste fase van de aanleg van het oefenterrein De Haar.

Nu kan begonnen worden aan de tweede fase, de inrichting van het terrein. Dit houdt onder meer in dat er in het terrein wegen worden aangelegd, dat er helikopterlandingsplaatsen komen en dat er de benodigde beplantingen komen. Als dat alles gereed is, is het 2004/2005. Overeenkomstig de planning kan daarna de eerste oefening op De Haar worden gehouden.


De Haar kost zeventig miljoen gulden

Er zit zeker twintig jaar tussen de eerste plannen uit 1985 en de eerste oefening. Het bestemmingsplan De Haar Oost is door de provincie goedgekeurd en de gemeente heeft vorig jaar januari een aanlegvergunning verleend, waarna het werk echt van start is gegaan. Helaas is De Haar nog steeds onderwerp van ambtelijke en juridische discussies. Dit laat zien hoe moeizaam ruimtelijke projecten tot stand komen in Nederland. Voor Defensie lijkt dat soms in verhevigde mate te gelden omdat men kennelijk het idee heeft dat veel militaire activiteiten met overlast gepaard gaan. Voor een deel is dat juist, maar vaak ook niet of slechts beperkt. Ik betreur het in hoge mate dat de discussie over De Haar voortgaat. Juist omdat bij dit project eigenlijk iedereen voordelen heeft. Allereerst Defensie.

De Haar kost weliswaar zeventig miljoen gulden, maar het wordt een op maat gesneden oefenterrein voor het derde bataljon van de luchtmobiele brigade uit Assen. Dat verklaart bijvoorbeeld de grote hoeveelheden zand, nodig voor ingravingen en dergelijke. Het oefenterrein zal ongeveer 450 hectare groot zijn. Op zes are na is het geheel thans aangekocht. Uniek mag worden genoemd dat de benodigde grondverwerving louter via minnelijk overleg heeft plaatsgevonden. Onteigening is gelukkig niet noodzakelijk gebleken.

Ten tweede de provincie. De aanleg van De Haar is voor Drenthe een voordeel vanuit het oogpunt van natuur en recreatie. Landbouwgronden krijgen door de nieuwe inrichting hogere natuurwaarden. Daarnaast biedt De Haar ook ruimte voor voorzieningen voor recreanten. En bovendien gaat het gebied functioneren als een ecologische verbindingszone. De zogeheten ecotunneltjes, die tijdens de aanleg van de wegen zijn aangebracht, dragen daar aan bij. Dit toont eens te meer aan dat Defensie en natuur prima samengaan.
Dit blijkt eens te meer uit een door Defensie opgestelde milieueffectrapportage. De toekomstige milieubelasting -het geluid van losse flodders en helikopters, waarvan maximaal 12 weken sprake is, past binnen de gangbare normen. Daarnaast is er ook nog eens sprake van concentratie van geluid doordat het terrein ligt tussen het TT-terrein en de A28.

Een ander voordeel voor het milieu als geheel is dat Defensie na ingebruikneming van De Haar de oefenterreinen Anloo, Ballooërveld, en Baggelhuizen zal afstoten. Reden te meer om de inrichting voortvarend aan te pakken. Overigens en dat is ook leuk om te melden zal Anloo vanmiddag worden aangewezen als het eerste archeologische reservaat van Nederland.


(foto Sietse Kooistra)


De Haar kan als parkeerplaats fungeren

Ten derde heeft ook de stichting TT voordeel bij dit project. Overeengekomen is dat tijdens drie grote evenementen, onder andere de Dutch TT, de helikopterlandingsgebieden van De Haar gebruikt kunnen worden als parkeerterrein. Zo hoeft de A28 niet meer te worden gebruikt als parkeerterrein zoals vroeger wel eens is gebeurd. Samen met een aantal nieuw aan te leggen ontsluitingswegen op het oefenterrein, die een functie bij de afvoer van de bezoekers kunnen vervullen, betekent de aanleg van het oefenterrein voor de TT een aanzienlijke verbetering van de accommodatie.

Tenslotte hebben de gemeenten Assen en Midden-Drenthe voordelen bij het project. Defensie heeft samen met hen de vormgeving van de wegen vastgesteld en uitgevoerd. Zo is de weg Assen-Laaghalerveen tot aan de tunnelweg zes meter breed, in plaats van de gebruikelijke vijf meter. Ook is er een vrijliggend fietspad van 2.5 meter over de gehele lengte van het tracé gerealiseerd. Bij de inspraak op de milieueffectrapportage was dit door de bevolking van Hoog- en Laaghalen gevraagd. De verlegde Boermarkeweg is qua breedte maar drie meter. Dit op dringend verzoek van de toenmalige gemeente Beilen. Zo kon zij geld uitsparen voor een aan te leggen fietspad aan de zuidelijk van het oefenterrein gelegen streek. Deze aanleg door Midden-Drenthe verkeert in een afrondende fase.

Waar geen inhoudelijke discussie meer over is, is de overdracht om niet aan de gemeenten Assen en Midden-Drenthe. Ik nodig daarom de vertegenwoordigers van Assen en Midden-Drenthe van harte uit om het proces-verbaal van overdracht te tekenen.


Artikel: Een opmerkelijke uitspraak

Militaire oefenterreinen hebben een milieuvergunning nodig. De minister van defensie moet de vergunning aanvragen bij het ministerie van VROM. Dit volgt uit een uitspraak van de Raad van State in een rechtszaak over het militaire oefenterrein De Haar in Assen. De uitspraak maakt het mogelijk dat er milieuvoorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het oefenterreinenaanleg.
De uitspraak opent de mogelijkheid om bindende afspraken te maken met Defensie en dat is vooral goed nieuws voor Buitencentrum Witterzomer in Witten en omwonenden in Hoog- en Laaghalen en in de Asser wijk Baggelhuizen.

Witterzomer heeft de kwestie aangezwengeld uit vrees voor de gevolgen van het gebruik van het oefenterrein door de Luchtmobiele Brigade. Overvliegende helikopters en het schieten op het terrein zou de rust van de vakantiegangers zodanig verstoren dat de camping op termijn voor het voortbestaan moet vrezen. De camping eiste dat het oefenterrein zou worden stilgelegd omdat een vergunning ontbreekt.

De gemeente Assen onderschreef de mening van Defensie dat een milieuvergunning niet nodig is, maar de gemeente wordt door deze uitspraak zelfs aan de kant gezet. Niet de gemeente, maar het ministerie van VROM hoort te oordelen over de milieuvergunning voor Defensie.
Volgens de Raad van State voldoet het oefenterrein aan de criteria uit de Wet Milieubeheer. Defensie gebruikt het terrein min of meer bedrijfsmatig en het gebied heeft een duidelijke begrenzing.
Het hoogste bestuursrechtscollege bepaalt ook dat het schieten met losse flodders onder de Wet Milieubeheer valt. Defensie vindt dat er vanuit milieuoogpunt geen verschil is tussen schieten met scherp of met losse flodders. De Raad van State stelt dat de milieugevolgen hetzelfde zijn: in beide gevallen komen er knallen en kruitdampen vrij.

De uitspraak is opmerkelijk, omdat dezelfde Raad van State onlangs niet wilde meewerken aan een verplichte stopzetting van de aanleg van het oefenterrein in afwachting van een definitief oordeel.
Dat was overigens ook niet erg nodig, omdat de aanleg al een tijdje stil ligt wegens geldgebrek bij Defensie. Niettemin blijft het de bedoeling dat het oefenterrein in 2005 wordt opgeleverd.


(foto Sietse Kooistra)


Artikel van Drs. J.B. Hielkema, ( 2008) , Plangebied De Haar te Assen

De gemeente Assen heeft het voornemen de weg De Haar te Assen te verbreden. In het voorjaar van 2007 is naar aanleiding hiervan in het plangebied een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd. Dit onderzoek heeft een vindplaats uit de Steentijd opgeleverd (van Hoof, 2007). De wegverbreding zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van deze vindplaats. Daarom diende deze door middel van een inventariserend onderzoek (waarderend gravend onderzoek) te worden onderzocht. In opdracht van de gemeente Assen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 2 en 3 juli 2007 het waarderend gravend onderzoek uitgevoerd.

Het waarderende gravende onderzoek in het plangebied De Haar heeft aanwijzingen opgeleverd voor een verstoorde vindplaats uit de Steentijd. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied is bewerkt vuursteen en houtskool aangetroffen. Het gaat om een verbrande kling, een klingfragment en afslagen. De bodem is nergens binnen het onderzoeksgebied meer intact. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn in één vak houtskool en sintels aangetroffen. Deze vondsten zijn afkomstig uit een kleilaag. Deze kleilaag betreft postmiddeleeuwse beekafzettingen.
Binnen het plangebied is geen sprake van een behoudeniswaardige vindplaats. Op basis van het voorgaande onderzoek kan echter zeer goed sprake zijn van een intacte vindplaats net buiten het plangebied, aan de oostzijde. Het deel van de vindplaats dat binnen het plangebied ligt kan worden vrijgegeven, bij toekomstige werkzaamheden aan de oostzijde van het plangebied dient echter rekening te worden gehouden met een (deels) intacte Steentijd vindplaats.


Bekijk hier de plattegrond van de Haar


Naar boven



© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl