In en om Assen

Egbert Hovenkamp


De gedichten van Hovenkamp zijn sociaal bewogen, herkenbaar en toegankelijk

Bronnen: drentsetaol.nl, lucaswashier.nl, asserjouraal.nl, woestenledig.nl



Beeldmateriaal van Egbert Hovenkamp 2


Beluister HIER ‘Howl’ van Allen Ginsberg vertaald in het Drents door Egbert Hovenkamp II


Beluister HIER Stadsdichter Egbert Hovenkamp II tijdens het voordragen van een gedicht uit de rubriek Kaf & Koren.


De WEBSTEE RUIMTE van Egbert Hovenkamp de tweede op drentsetaol.nl


Nog meer filmpjes en info op de Hyvesstee van Egbert Hovenkamp


EGBERT


Info op woestenledig.nl d.d. 27 april 2010

Egbert Hovenkamp terug naar de basis

Egbert Hovenkamp, voormalig stadsdichter van Assen, heeft een nieuwe betrekking. Sinds vorige week is hij officieel aangesteld als gemeentedichter van de gemeente Aa en Hunze. Bedoeling is dat de in Eext geboren Assenaar voor twee jaar gedichten gaat leveren, onder meer als Aa en Hunze zich in 2011 culturele gemeente van Drenthe mag noemen. Met de benoeming van de naar patchouli ruikende, boomlange Hovenkamp telt Drenthe nu drie gemeentedichters op de Hondsrug: Gerard Nijenhuis bestiert Borger-Odoorn, Bert Kamping de gemeente Emmen.


Info op rtvassen.com d.d. 2 maart 2010

Egbert Hovenkamp gemeente poëet Aa en Hunze

Voormalig Asser stadsdichter Egbert Hovenkamp II wordt in maart benoemd tot gemeentepoëet van Aa en Hunze. Als alles volgens plan verloopt wordt de benoeming op 18 maart in de Rolderkerk bekend gemaakt tijdens de 'Culturele Borrel'.

Egbert maakte het nieuws bekend, bij de onthulling van het schilderij van Lodewijk Napoleon. Dat gebeurde op 19 februari in het Drents Museum, waar Anneloes Harleman kort heeft gesproken met de dichter:

De aanstelling van Egbert Hovenkamp II gebeurt in het kader van Aa en Hunze als culturele gemeente van Drenthe. Het contract tussen gemeente en dichter geldt tot maart 2012.


Bron: asserjournaal.nl; d.d. 22.01.2010

Egbert Hovenkamp II was Dichter bij de Dag bij de E.O. op Radio 1

Stadsdichter en gewaardeerd medewerker van het AsserJournaal Egbert Hovenkamp II was vanochtend (vrijdag) om half twaalf op Radio 1 te beluisteren als de maker van het gebruikelijke gedicht van de dag in het uitstekende E.O. programma ‘Dit is de Dag.
In de rubriek Dichter bij de Dag geeft een vaderlandse dichter een reactie in dicht(erlijke) vorm op het nieuws dat in het programma voorbij is gekomen.
Dit keer was de actie van Sire om wat aardig voor elkaar te zijn, een onderwerp in het programma.
Egbert Hovenkamp maakte er, waarderend beoordeeld door de presentatoren Andries Knevel en Elsbeth Grutter en de gasten, dit van: 

BIJ VOORBEELD

Korte lontjes worden
korte lijntjes
afgemeten NEE wordt
openhartig JA
boze blik wordt
vriendelijke oogopslag
priemende vinger wordt
open hand
dichtgeslagen deur wordt
uitnodigend gebaar

Stel u toch 'ns voor

en

denkt u om het af- en opstapje ?


Stadsdichter verdwijnt

Assen krijgt voorlopig geen nieuwe stadsdichter. Het contract met de huidige dichter Egbert Hovenkamp de tweede loopt in januari 2010 af en er zijn nog geen nieuwe plannen om een selectieprocedure voor een nieuwe taalkunstenaar op te starten.
Hovenkamp heeft geen mening over het voorlopig verdwijnen van de stadsdichter, “het maakt mij niet zoveel uit, maar het verbaast me wel enigszins dat er niet meteen een nieuwe stadsdichter wordt aangesteld”.

Na zijn stadsdichterschap zal Hovenkamp doorgaan met het maken van gedichten. Voor 2011 is Hovenkamp benoemd tot culturele gemeentedichter van Aa en Hunze, “gedichten schrijven, ik zal het altijd blijven doen. Dat stopt nooit”.

Biografie van Egbert Hovenkamp

Egbert Hovenkamp komt uit Eext, waar hij in 1953 geboren is aan de Eexterhalte. Zijn vader was daar boswachter. Omdat Egbert vernoemd is naar zijn opa, noemt hij zichzelf ook ook wel Egbert Hovenkamp de 2e.
Na veel omzwervingen in Noord – en Oost Nederland is hij uiteindelijk in Assen terechtgekomen. Daar woont hij nu al weer dik twintig jaar.

Schrijven en vertalen zit hem in het bloed. Aangezien hij in de jaren ’80 wat werk opstuurde naar Gerard Nijenhuis, heeft die zijn belangstelling voor het schrijven in het Drents gestimuleerd, maar ook schrijft Egbert vaak in ‘het Nederlands’.
Zijn gedichten zijn gepubliceerd in Roet, Oeze Volk en Poëzie van de Hunebedden.

Hij noemt zichzelf een ‘vrij blijvend kunstenaar’. Hij werkt als vrijwilliger bij ‘het Huis van de Taal’ (Huus van de Taol), Radio Assen en DEFKA, wat staat voor Departement voor Filosofie en Kunst Assen.
Egbert leest regelmatig voor uit eigen werk.

Naast het schrijven houdt Egbert zich bezig met vertaalwerk. Hij vertaalt liedteksten en in maart 2008 komt er een vertaling van Die Winterreise van hem uit bij de Stichting Het Drentse Boek onder de titel “Kolde Tocht”.
Wanneer je zijn gedichten leest valt je direct op dat hij speelt met het Drentse dialect. Hij verwerkt zijn ‘Eexters taalgebruik’ en woorden uit Zuid-Drenthe in zijn gedichten wanneer hem dat beter uitkomt. Opvallend is ook zijn gebruik van de Drentse spelling.
Hij weet hoe hij in het Drents moet schrijven, maar bij bepaalde woorden kiest hij voor een afwijkende spelling; zoals niks met een ‘x’.

De gedichten van Hovenkamp zijn sociaal bewogen, herkenbaar en toegankelijk waardoor zij waarschijnlijk ook jongeren aanspreken.
Behalve ‘haiku-achtige’ gedichten schreef hij ook muzikale verzen, die door de ritmiek bijna op songteksten lijken. Hovenkamp haalt zijn inspiratie uit het Drentse landschap en uit de rockmuziek.
Hij bewijst in zijn gedichten dat het Drent-zijn, maatschappijkritiek, ‘neimoouds’ levensgevoel en muzikaliteit prima kunnen samengaan in de Drentse schrijverij.

Egbert Hovenkamp is op 30 januari 2008 verkozen tot stadsdichter van Assen

Een tekst van Daniël Lanois ‘I’m still learning how to crawl’ vormde de aanzet tot het schrijven van het gedicht ‘Braanbaor’. Het is het gedicht van een schrijver die open in de wereld staat, maar wel bevestigd wil zien dat het verdomd moeilijk is om je een plekje in die wereld te veroveren.

Braandbaor

Mien haanden braandt in de buus
mien kop gluit in het duuster
de weg die ik vun -
de weg waorop ik mijzölf antröf
is begaonbaor, lig open

Allent het locht dat schienen zul
krieg ik niet an de praot -
ik tast nog in het duuster -
ik kom oet het duuster teveurschien
schrik mèensen of
met mien braandende haanden en gluiende kop.

Enige stekeligheden (Bron: lucaswashier.nl )

Hoe moeilijk het is om een plekje in de wereld te veroveren en daarna te behouden bewijst onderstaand artikel waarin een conflict tussen Egbert en het Gezinsblad op een zeer treffende wijze wordt beschreven:

Een dichter kan in Nederland van zijn poëzie nauwelijks zijn internetabonnement betalen, maar een podium is erg belangrijk, wil je niet letterlijk in je eigen werk stikken. Zo heeft de poëet Egbert Hovenkamp II een podium bij Het Gezinsblad, een gratis huis-aan-huis orgaan in Assen. Zulke kranten zijn sterk sociaal wijkbewogen, en dan wil je als dichter ook wel eens sociaalbewogen dichten. Een van zijn wekelijkse bijdragen aan Het Gezinsblad zette met de eerste strofe al de toon:

Een bericht aan de gemeente
dat zegt:
weet waar u aan begonnen bent
een stadsdichter te benoemen -
doe een wezenlijk beroep op hem
via opdracht of verzoek

De vierde bevat (via een andere doelgroep) een boodschap aan Het Gezinsblad zelf:

Een bericht aan de lezers
dat zegt:
dank voor het lezen
en de reacties
al verscheen dit blad
heel vaak niet in de bus

Het punt waar het om gaat: de redactie van die krant drukte Egbert’s werk af, maar niet na strofe vier er uit geratst te hebben.
Daar werd in een andere krant, het AsserJournaal, op kritische wijze melding van gemaakt. Waarop Het Gezinsblad des duivels werd en de stadsdichter via een mailtje mededeelde dat de samenwerking beëindigd was.
Weg podium.

Waarom schreef Egbert die strofe?
Hij verwees op lichtelijk spottende toon naar het feit dat de bezorging van dit huis-aan-huis blad problematisch is. Ik ken het dagloon van de Assener krantenbezorger niet, maar kennelijk is het geen vetpot. De Drentse fietsmeiden- en scooterboys keilen die pakken Gezinsblad – Drentse gezinnen, dus extra zwaar – vaak ergens in een plantsoentje achter de struiken en spoeden zich naar huis of hangplek.

Als abonnement-vrij weekjournaal moet Het Gezinsblad het hebben van reclame inkomsten. Hoe meer mensen de krant niet ontvangen en niet van de advertenties kunnen genieten, hoe minder de adverteerders bereid zijn hun geld in het blad te steken. Een ramp. De nieuwste generatie in cup-a-soup automaten dreigt dan weer van de redactie weggehaald te worden.
Maar Het Gezinsblad biedt niet alleen Appies af- en aangeprijsde sudderlapjes, er staan regelmatig gemeentelijke mededelingen in. ‘Vanaf begin volgende week moet u er rekening mee houden dat bij het ophogen van uw straat het traceren van uw auto enigszins bemoeilijkt kan worden.’ Ook die belangrijke berichten bereiken veel burgers niet. Het in gebreke blijven van een deugdelijke bezorging aan huis kan dus verregaande consequenties hebben voor de Drentse infrastructuur, als die eventjes opgehoogd moet worden.

Een schrijver die vervolgens op creatieve wijze de lezer en de redactie van Het Gezinsblad er op wijst dat ze al een tijdje een Probleem heeft (het AsserJournaal publiceerde meedogenloos foto’s van de plek van de moorden), krijgt vervolgens stank voor dank. Zoiets als de barstudente die in haar internetdagboek publiceerde hoe die en die minister op kosten van de belastingbetaler de beest uithing in het buitenland. Zij verloor haar baan en kon haar internetaansluiting niet meer betalen. Zoals Egbert zijn podiumaansluiting afgenomen zag worden. De wrake der lokale goden.

The Assen Case heeft in uw ogen misschien een wat provinciaals karakter, maar de grootste fout van Het Gezinsblad is van mondiaal belang: censuurpleging. De auteur werd over die redactionele ingreep niet van te voren ingelicht. Hij sloeg de krant open en sprak het ook voor mij zo herkenbare ‘Wáááát??’ uit.
De redactie bleek te hebben gereageerd op een manier die op preventieve geweldspleging lijkt.

Egbert Hovenkamp II stond zijn werk kosteloos af aan de krant, ook al kunnen de bovenbazen b.v. een jaarlijks boekenbonnetje best financieren. Maar adverteerders zijn keiharde zakenmannen, geen kunstwollensokkendragers. Een ander podium zoeken, Egbert, je hebt natuurlijk geen poot om op te staan.

Wat dit duidelijk maakt, is dat de professionele media meent zich niet aan fatsoen te hoeven houden. Het probleem van de bezorging gaat ongetwijfeld opgelost worden – met de hete adem van adverteerders en gemeentelijke voorlichters in de nek zijn de krantenlijken inmiddels uit het plantsoen verwijderd – maar Egbert zal het niet nog eens mogen proberen, bij Het Gezinsblad.
Lullig.

Het pad van Egbert moet wel over rozen gaan want hij voelt de doornen!

Wat under was
komp boven

Wat in het duuster lag
komp an het locht

Zichtbaor
waj zeein kunt

Waj niet zeein kunt
is hier niet.

Egbert Hovenkamp II



© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl