Jan Zondag

De in Annen geboren kunstschilder Jan Zondag maakte in 1927 dit schilderij in zijn geboorteplaats genaamd 'Sterfbed' (DMA)
Info op devalk.com
Jan Zondag
werd op 13 april 1891 te Annen in de provincie Drent geboren als oudste van een gezin van zeven kinderen. Zijn vader was boer en Jan werd door zijn vader voorbestemd ook boer te worden. Het liep echter anders. Ieder jaar kwam er een franse schilder, Alphonse Stengelin naar Drenthe om te schilderen. Jan zijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en hij ging vaak mee gewapend met zijn schetsboek.
Jan wilde naar de Rijkskweekschool te Groningen om te worden opgeleid tot leraar, maar zijn vader besliste dat dit alleen kon ls hij een beurs zou krijgen en dat lukte.
Het tekenen zat er toen al in en dat werd extra gestimuleerd door een schilderkist die hij cadeau had gekregen van een leraar. Hij maakte, meestal op karton, houtskooltekeningen en aquarellen van het Drentse landschap.
Zondag was een groor bewonderaar van Vincent van Gogh en een door hem in 1981 geschetst landschap werd door Jan gekopieerd ter nagedachtenis aan hem. De directeur van de Rijkskweekschool stimuleerde Jan om zijn hoofdakte te halen. In diezelfde tijd haalde hij de acte tekenen L.O. en schoonschrijven L.O. en het diploma Slöjd. daarna studeerde hij verder voor de acte tekenen M.O. Toen hij klaar was met zijn opleiding aan de Rijkskweekschool tussen 1907 en 1911 kwam Jan als leraar voor de klas in Assen. In december 1922 besloot hij om te stoppen als leraar en met zijn leven verder te gaan als kunstenaar.
Hij woonde en werkte o.a. in Parijs, Gros Rouvres (Seine et Oise), Maussane (Provence), Griekenland, Kortenhoef, Eemnes (aan de Heidelaan/weg 12 en Gooiersgracht), Laren en Blaricum (Binnenweg en Driftlaan tussen 5-11-1954 tot 20-5-1976)
Zondag schilderde, aquarelleerde en tekende voornamelijk landschappen, portretten en stillevens. Hij exposeerde bij van Lier en Van Wisselingh in Amsterdam en verder in Groningen, Assen, Nijmegen, Hengelo. Hij werkte in diverse plaatsen
Zondag was lid van de schildersvereningen; De Drentsche Schildersvereniging en de Gooische schildersvereniging. In zijn Larense tijd woonde hij aan de Drift nummer 9. In 1976 verhuisde hij met zijn vrouw naar het kunsetnaarszorgcentrum Rosa Spierhuis in Laren en toen zijn vrouw in 1981 overleed trok hij naar zijn dochter in Sint-Jans klooster waar hij in 1982 overleed. In 1973 heeft het Singer Museum te Laren ter ere van zijn 80e verjaardag een overzichtstentoonstelling gemaakt. Jan Zondag overleed in 1982 in St.Jans Klooster.
Zie verder het boek "Jan Zondag, een leven geschilderd' door Anne Foest. ISBN 90-9012868-9
Schilderijen en teekeningen door Jan Zondag in de kunstzaal van Lier, Amsterdam. Een artikel van Kasper Niehaus; datum onbekend.
De tentoonstelling van schilderijen en teekeningen door Jan Zondag, van
22 April tot 11 Mei gehouden in de Kunstzaal-Van Lier te Amsterdam, was
een blijde gebeurtenis voor hen, voor wie kunst niet van kunnen, maar van
willen, voelen en verbeelden komt; die minder naar de „manier waarop"
dan naar het „wat" kijken; voor wie de schilderkunst geen zaak van het oog
of van den bij den hals afgesneden mensch, maar van den geheelen mensch is.
Zondag's schilderijen behooren tot die, waarvan men op het eerste gezicht
als van vrienden houdt en die men evenmin als vrienden kan missen: zij
worden als een deel van u-zelf, zonder welke gij niet kunt leven, omdat zij
iets van u-zelf vertolken.
Men houdt van Zondag's kunst, omdat zij geen geluk belooft, maar geeft.
Zij geeft geluk en rust en is dit niet een der kostbaarste eigenschappen van
kunst ?
In Zondag's werk komt sterk en zuiver het innige en liefelijke tot uitdrukking,
zooals men het in de moderne kunst slechts zelden meer vindt.
Een schilderij mag voor hem, evenals voor Renoir, een minnelijk, blij en lief,
ja lief ding zijn: ,,Er zijn vervelende dingen genoeg in het leven, opdat wij
er nog andere zouden maken."
Jan Zondag is een stil schilder, die geen haast heeft om „beroemd" te
worden: hij mag roem evenzeer duchten als slechte faam. De schrijvers over
kunst kennen hem niet; hunne boeken vermelden zijn naam niet eens. Het
is ongeveer twee jaar geleden, dat hij met olieverf begon te schilderen. Hij
was in den beginne bij het onderwijs werkzaam, maakte eerst tusschen de
druppeltjes door, later volop, teekeningen en pastels.
Het werk van Jan Zondag, die 's zomers in Holland, in Vreeland, 's winters
op klassieken bodem, in de Provence, leeft en werkt, bestaat uit schilderijen
en waskrijtteekeningen-op-carton, voornamelijk landschappen (die
geen tragedieën, maar idylles zijn), gezichten op rivieren en plassen, La
vallée des Baux, een olijf gaard, Mausanne, het Paradou en verder uit karaktervolle
portretten van zijn vader en moeder, van zijn vrouw, een vriend
en hemzelf. Hij kent het werk van zijn vriend Philippe Smit goed. Uit het
vroegst, — 1929 —, gedateerde „Doodsbed" wordt diens invloed, die voorheen
groot geweest moet zijn, duidelijk. Thans vindt hij het zwaartepunt
in zichzelf.
Een vriend zijner kunst, die het landschap aan de Vecht kent, zei eens,
dat de schilder het mooier gemaakt had, dan hij voor zich het zag. Dit zachte
„verwijt" van onwaarschijnlijkheid kan men echter opvatten als een compliment.
Zondag namelijk heeft met scheppende fantasie uit deze werkelijke
landschappen visioenen geschapen eener nieuwe wereld, van zijn wereld:
een paradijs waaraan hij in zijn hart kostbare herinneringen bewaard heeft.
Hij gebruikt de uiterlijke wereld slechts, om er de wereld van zijn gemoed
mee uit te drukken in landschappen als bekentenissen eener zachte ziel.
Zondag's kunst is de uitdrukking van een verlangen.
Zij is een liefdesverklaring
aan het leven, een durende adoratie. Zij is geen kunst van waarnemingen-
zonder-meer, maar van innerlijke voorstellingen, waarmee het
opgemerkte in betrekking moet staan, wil hij er zich geheel aan kunnen
overgeven. Zij is daardoor een specifiek mannelijke kunst.
Deze innerlijke kunstenaar is in z'n liefde voor de natuur dus geen eclecticus
zonder voorkeur. Hij aanvaardt dat wat het oog ziet niet zonder geestelijke
controle. Z'n scheppende smaak is z'n beste rechter, verkiest het eene,
wijst het andere af. Hij tracht het ideaal, dat hem aangeboren is, voor zichzelf
en anderen te verwerkelijken. Hiermee veredelt, vergeestelijkt en zuivert
hij de natuur, onderdrukt onverschillige bijkomstigheden, accentueert
het wezenlijke der zichtbare en tastbare dingen en vormt of styleert aldus
z'n geestelijk gevoel.
Zondag's schilderijen zijn „uren". Maar de wijzer van zijn kunst wijst
slechts de uren van zonsopgang en van zonsondergang. Hij is een schilder
van den diepen maannacht en van den teeren, zoeten schemer. Evenals
voor Corot, die z'n ezel opnam als het groote licht kwam („Voici Ie charlatan!")
heeft de natuur voor hem vooral in den vroegen dageraad, als het
weer te luisteren staat, iets „heiligs": God is voor hem in het suizen eener
zachte stilte. De flora heeft in den jongen morgen nog niets vermoeids of
triests, maar is maagdelijk en ongerept.
In Zondag's aardsche paradijs wonen weinig menschen: alleen een rietsnijder,
een schaapherder werden er niet uit verdreven. Maar het is dicht
bevolkt met dieren, paarden, een ezel, schapen, lammeren, eenden, vogels.
Boomen en bloemen versieren de wijde eenzaamheid en bloeien wit, rose
en goud als in een droom. Ook de transparante, lichte kleuren zijner
iriseerende luchten, die hij met etherische ruimten laat zien, hebben iets
geurigs; zij spelen in alle nuances van paarlemoer. Een enkele keer zou men
het bonte er meer aan ontnomen willen zien.
Zondag heeft een groot deel zijner picturale cultuur aan de Fransche kunst
te danken. Evenals Picasso heeft hij niet graag, dat men kwaad van Pu vis
de Chavannes spreekt. En onder de nieuweren en jongsten behooren
Rousseau Ie douanier, Beauchant en Bombois tot z'n genegenheden. Ook
de Chineesche schilders en Caspar David Friedrich vereert hij. Hij wordt
in z'n met veel constructieven zin gecomponeerde landschappen soms door
hetzelfde gevoel gedreven.
Naar boven
|