In en om Assen





"Dit is een kaping"




Twintig dagen lang leven tussen hoop en vrees

Ze kon niet vermoeden dat die maandagochtend de meest bizarre twintig dagen van haar leven zouden beginnen. De toen 19-jarige Janneke Wiegers nam op 23 mei 1977 op het station Assen de trein van 8.57 uur om naar de Pedagogische Academie In Groningen te gaan. Even later schrok iedereen op door een hard gesis: er was aan de noodrem getrokken. De beruchte treinkaping bij De Punt was begonnen. De nu 49-jarige Staphorstse schreef haar bevindingen op in het korte verslag 'Dit is een kaping'. Jarenlang voelde ze zich angstig en depressief, maar ze heeft de gijzeling uiteindelijk, na jaren, een plekje kunnen geven. 'Ik heb er behoefte aan mijn verhaal te vertellen.'

Haar bijzondere verhaal draagt de titel 'Dit is een kaping' en dat is precies de kreet die één van de Molukkers slaakte toen hij de coupé van Janneke binnendrong. 'Blijf zitten, dan gebeurt je niks', voegde de kaper hieraan toe. Het zijn zinnetjes die Janneke nooit meer vergeet. Twintig dagen lang leefde ze tussen hoop en vrees in de trein.


"Ze wisten niet dat daar mensen sliepen..."

Ze zag een man voor haar ogen dodelijk getroffen worden door een kogel tijdens de bevrijding door mariniers op 11 juni, 487 uur na het begin van de kaping. Bijna dertig jaar geleden is het, maar Janneke kan zich bijna elk detail nog voor de geest halen. Vooral van de eerste angstige dag en natuurlijk van de bevrijding. 'Door mijn geloof had Ik geen angst om dood te gaan. Het waren angstige momenten, daar op de grond tussen de banken, terwijl de kogels om je oren vlogen.'

Een vreemde tijd werd het in de trein. De wereld keek toe, terwijl de passagiers nauwelijks nieuws van buitenaf kregen. Angst en verdriet waren er, maar ook geborgenheid bij medepassagiers. Ook van de gewelddadige bevrijding in de vroege ochtend van 11 juni door mariniers kan ze zich nog alles herinneren. 'De aanval waar iedereen bang voor was geweest, begon.' Elke minuut leek een uur te duren, terwijl ze alles registreerde en opsloeg, liggend op de grond onder een bank in de eersteklas-coupé, terwijl de kogels die een medepassagier een paar meter verderop doodden, door de ruimte vlogen. Ook Ansje, een meisje waarmee Janneke bijna twee weken in de coupé had gezeten, overleefde de bevrijding niet. 'De mariniers doorzeefden de halletjes tussen de coupés, om ervoor te zorgen dat de kapers niet bij de gijzelaars konden komen. Ze wisten niet dat daar mensen sliepen...'


Na enkele dagen werden er dekens gebracht

Toen na ongeveer tien minuten na vertrek uit Assen op de ochtend van de 23e mei een Molukker met een geweer voor het coupéraampje verscheen, wist Janneke, die direct om de hoek van de deur zat, meteen hoe laat het was. De traumatische gijzeling bij Wijster, ook door Molukkers, lag nog vers in het geheugen. Negen kapers, acht mannen en één vrouw, overmeesterden de trein. 'Ze schoten in de vloer en in het plafond om ons te intimideren', blikt de Staphorstse terug. Heel wat passagiers wisten te ontsnappen in die hectische eerste minuten, maar Janneke zag geen kans de trein te verlaten. Sterke kerels, mensen met een zwakke gezondheid en moeders met kinderen mochten direct weg. De 54 passagiers die overbleven, werden verzameld in de coupé van Janneke. In opdracht van de kapers werden de ramen dichtgeplakt met kranten. Janneke nam ook de rol plakband ter hand. Dit beeld van die dichtgeplakte trein ging de wereld over.

'Die nacht was het koud. Ik had mijn turnbroek en sokken van de gym aangetrokken. Van slapen kwam niet veel terecht. Je kon het beter 'de nacht doorbrengen' noemen', schrijft Janneke in 'Dit is een kaping'. 'We zaten met z'n drieën bij elkaar, Anne, Cor en Ik. Mijn normen werden drastisch omgegooid. Ik had me niet voor kunnen stellen dat ik een man, die ik de dag ervoor nog niet kende, zou vragen of ik tegen zijn schouder mocht slapen. De tweede nacht kreeg ik z'n leren jasje tegen de kou. Na enkele dagen werden er dekens gebracht. Dat was heerlijk. De eerste nachten hadden we het zó koud, dat we geen oog dicht deden. Ik sliep met twee meisjes tussen zo'n 35 mannen en jongens. Het viel niet mee een goede slaaphouding te vinden. Op de grond of, zoals één van de mannen probeerde, in het bagagerek, beide waren geen succes.'


In het vuurgevecht verloren zes van de negen kapers het leven

Na een week mocht ze met nog twee andere meisjes naar de eerste klas, het deel van de trein waar de wat zwakkere mannen zaten en alle andere vrouwen. De sfeer was er relaxter. Het duurde drie dagen voordat er eten werd gebracht. Na een week kwamen er ook andere zaken mee. Schoon ondergoed, boeken en spelletjes werden met lorries gebracht. 'Hoewel het ongelooflijk klinkt, werden materiële zaken belangrijk. Soms konden we een verzoek indienen. Toen een vrouw op het idee kwam ook schone bh's te vragen, hadden de kapers daar geen problemen mee. 'Schrijf je maat maar op, de regering betaalt wel', klonk het. Janneke kreeg de taak de catering voor haar rekening te nemen, het eten uit te delen. Het leven in de trein kreeg zowaar ritme, werd zelfs een beetje 'gewoon'.

'We dachten dat we er nooit uit zouden komen. 'De regering heeft jullie in de steek gelaten', zeiden de kapers'. De eerste week staat Janneke nog helder voor ogen. 'Elke avond hoopte je dat het voorbij was, maar de dagen regen zich aaneen tot weken. Tijdloosheid overviel ons.' De mannen kwamen soms op bezoek bij de dames. Dan werd er gekaart en handwerken werd een hobby in de trein, ook onder de heren. 'Ik zou op die maandag dat de kaping begon onder andere tekenles hebben, had dus tekenspullen bij me. Ik heb toen een paar tekeningen gemaakt', zegt Janneke dertig jaar later in haar woning in Staphorst. Met plakkaatverf schilderde ze de weilanden, die ze door een kier tussen de kranten kon zien en ze maakte een soort stamboom met daarin de namen van alle passagiers en de kapers. Het zijn kostbare werkstukjes die ze zorgvuldig heeft bewaard.

De kapers hadden overduidelijk instructies gekregen geen persoonlijke banden aan te knopen met de gijzelaars. Een aantal was bot en intimiderend. Maar sommigen waren wel aardig. 'Philip was heel anders. Ik kon goed met hem opschieten. Er werden eens T-shirts gebracht, toen ik het halletje binnenkwam. Hij vroeg me een Molukse vlag op zijn shirt te borduren. Dat heb ik met plezier gedaan', schrijft Janneke. In de vroege ochtend van 11 juni hoorden de gijzelaars hevig geweervuur dat overduidelijk niet van de kapers kwam. Ook zes straaljagers vlogen met bulderende naverbranders op enkele meters hoogte over de trein. 'We zagen het vuur voor de ramen maar wisten niet wat het was.' Wat er toen gebeurde, zal Janneke nooit vergeten.

Een van de kapers kwam binnen en wilde dat iedereen ging staan. 'Hij zat aan mijn arm te trekken en riep: 'Ga staan, ga staan!', wat natuurlijk levensgevaarlijk was en hij richtte zijn uzi op mij. Mijn gegil bracht hem in verwarring en hij liet mij los. Medepassagier Harm werd voor de ogen van Janneke dodelijk getroffen, nadat hij wél ging staan. In het vuurgevecht verloren zes van de negen kapers het leven. 'De strijd duurde misschien vijf minuten, maar het leek uren te duren.' Niet lang daarna was het voorbij en stonden de gijzelaars verdwaasd buiten, na bijna drie weken.


Langzamerhand kreeg de angst steeds meer grip op mij. In de bus of de trein, in grote mensenmassa's

Janneke sprak tegen familie en vrienden maar mondjesmaat over haar ervaringen en de angsten die langzaam kwamen opzetten. Het leven in de trein stond zo ver af van het normale bestaan dat je het nauwelijks kon delen. Bovendien ebde de belangstelling vrij snel weg. 'Langzamerhand kreeg de angst steeds meer grip op mij. In de bus of de trein, in grote mensenmassa's.' Ook die keer dat ze angstig voegtijdig de bus verliet in Smilde toen een groep Molukkers Instapte, vertelde ze aan niemand. Angst voor reizen per bus en trein werd angst voor de Russen. Het was de tijd van de Koude Oorlog. Het kon immers zo maar mis gaan. 'Ik voelde me vogelvrij.' Het duurde jaren voordat Janneke over deze angst heen was.

Ze ging een paar weken naar Canada om daar mogelijk te gaan werken. 'Ik kwam erachter dat ik mijn angst meenam.' Heel langzaam ging het beter, nam de angst af. Al vrij snel na de kaping schreef ze haar ervaringen op. Deze hebben jarenlang in de kast gelegen. Pas onlangs besloot Janneke haar verhaal te gaan herschrijven. Ze zag in de krant een reportage van een legerfotograaf, die zijn foto's voor het eerst publiceerde. Het was het laatste duwtje in de rug dat ze nodig had. Het is geen dagboek, maar herinneringen aan die bizarre kleine drie weken in de trein. Janneke zou wel willen dat het wordt uitgegeven. 'Het heeft mijn leven niet blijvend beïnvloed. Maar dit vergeet je natuurlijk nooit.' De belangstelling was overweldigend. Het werd een dag om nooit te vergeten.


De namen in dit artikel zijn in verband met de privacy gefingeerd


Bronvermelding:

Een artikel uit de Meppeler Courant d.d. 27 april 2007; een artikel van Eelco Kuiken. Geplaatst in het boek 'Dit is een kaping' van Janneke Wiegers. Verslag van de treinkaping bij De Punt van 23 mei tot 11 juni 1977. Boom regionale uitgevers - Meppel. ISBN 978 90 9960247 0






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl