In en om Assen





Licht en Kracht, zestig jaar dorp in een stad


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 1996. Een artikel van Fred Kamminga.
Het artikel is gebaseerd op het boek: 'Van hervormde zorg naar zorghervorming. Verhalen over het Psychiatrisch Centrum Licht en Kracht te Assen, door I.F. Kamminga', Assen 1995. ISBN 90 9008 213 1



Het hoofdgebouw van Licht en Kracht (foto Chris Kliphuis, Audio-Visuele dienst APZ-Drenthe)


Een terrein dat bekend stond als 'Lombok'

In 1995 verscheen een boek over de zestigjarige geschiedenis van het psychiatrisch ziekenhuis 'Licht en Kracht'. Het is geschreven door Fred Kamminga, als verpleegkundige werkzaam voor Licht en Kracht, dat nu onderdeel uitmaakt van het Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis Drenthe. Hij is tevens historicus. Uit zijn studie voor zijn boek stelde hij een impressie samen voor dit tijdschrift van de Asser Historische Vereniging.

Het terrein waarop het psychiatrisch centrum Licht en Kracht gevestigd werd, stond in het begin van deze eeuw bij de Assenaren bekend als Lombok. Een arme streek met plaggenhutten en bewoond door een 'eigen slag mensen', trots op hun onafhankelijkheid. Dit terrein, behorend het landgoed Port Natal, kwam op 29 ecember 1932 in bezit van de Vereniging Nederlandsch Hervormde Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken (VNHSZG). Die vereniging bestond sinds 1927. Voor de oprichting ervan zijn twee belangrijke factoren aan te wijzen. Op de eerste plaats was in Nederland het aantal plaatsen voor zenuw- en geesteszieken te klein.

Op de tweede plaats hadden tot dan toe vooral katholiek en gereformeerd georiënteerde verenigingen activiteiten ontplooid tot verpleging van deze mensen. In het zich steeds meer verzuilende Nederland van de jaren twintig van deze eeuw bleek het voor hervormde patiënten en verpleegkrachten steeds moeilijker te worden een 'eigen hervormde sfeer' te scheppen in de bestaande inrichtingen. Dit was reden genoeg voor de voormannen uit de hervormde gemeenschap om hierin verandering te willen brengen. De VNHSZG startte een grote campagne om de hervormde diaconieën te bewegen gelden te verschaffen voor de oprichting van één of meerdere inrichtingen. In 1929 had de VNHSZG genoeg fondsen verworven om tot de bouw van haar eerste inrichting over te gaan. Dat werd het psychiatrisch centrum Zon en Schild in Amersfoort. Koningin-Moeder Emma opende het op 28 mei 1932.


De Asser lobby

Het Noorden vormde de tweede regio waarop de VNHSZG haar aandacht richtte. Gezien de bevolkingsspreiding van de hervormden over Nederland was dit een logische keuze. Maar waar in het Noorden en hoe groot moest de te bouwen inrichting worden? Een commissie werd op pad gestuurd om een inschatting te maken van de behoefte aan plaatsen voor krankzinnigenzorg. De commissie moest eveneens criteria ontwikkelen aan de hand waarvan de vestigingsplaats gekozen zou kunnen worden. Hendrik van Boeyen' - prominent lid van de CHU, later minister van Binnenlandse Zaken en drijvende kracht binnen de VNHSZG - maakte deel uit van deze commissie.

De commissie concludeerde dat de inrichting niet al te groot moest zijn en dat het raadzaam was naast een (gesloten) inrichting een sanatorium te bouwen, waar mensen op vrijwillige basis konden worden opgenomen. Ten aanzien van de vestigings plaats oordeelde men dat een goede bereikbaarheid een groot goed was. Plekken aan de spoorlijn Groningen - Leeuwarden of Groningen - Zwolle verdienden de voorkeur. Begin 1930 sijpelden bij de lokale bestuurders in het Noorden van het land berichten door dat de VNHSZG plannen voor de bouw van een inrichting had. Van verschillende kanten kreeg de Vereniging grond aangeboden. Zo ook vanuit Assen. De eerste lokatie binnen de gemeente Assen die in aanmerking kwam was het zogeheten Pelinckbos in het oosten van de gemeente.

De onderhandelingen hierover verliepen echter minder vlot en werden afgebroken. De gemeente Assen had echter nog een tweede troef in handen: het landgoed Port Natal, gelegen aan de zuidrand van Assen en op geringe afstand van het station. Binnen de gemeente beijverde met name de SDAP'er L.C.A Franken zich om de VNHSZG binnen te halen. Immers, de komst van een inrichting van zo'n driehonderd bedden zou voor de lokale economie een impuls van belang betekenen. De partijen kwamen snel tot een akkoord nadat de gemeente Assen voorstelde om ongeveer honderdduizend gulden (een bedrag dat overeenkwam met de geschatte waarde van het landgoed Port Natal) bij te dragen aan de bouw van de inrichting. In de loop van het jaar 1933 kon de bouw beginnen.


Een hervormd dorp

Op 14 maart 1935 vond de officiële opening plaats van de inrichtingen Licht en Kracht en Port Natal. Even had het er op geleken dat de opening, net als indertijd te Amersfoort, door een lid van het Koninklijk Huis zou worden verricht. Uiteindelijk ging dit niet door en werden de Asser inrichtingen geopend door de Commissaris der Koningin in Drenthe, R.H. de Vos van Steenwijk. Het sanatorium kreeg de naam Port Natal naar de naam van het oorspronkelijke landgoed. De naam Licht en Kracht is genomen uit psalm 27 waar geschreven staat: "...De Heer is mijn Licht en Heil, voor wie zou ik vrezen. De Heer is mijn Levenskracht, voor wie zou ik vervaard zijn..."

Ten tijde van de opening bestond de stichting Licht en Kracht uit een administratiegebouw annex kerk, een keuken met linnenkamers, een paviljoen voor mannen en een paviljoen voor vrouwen. De gebouwen waren gemetseld met roodbruine stenen en bekleed met oranje dakpannen. Al snel bleek dat plaatsgebrek dreigde. In de loop van 1938 kon zowel voor de mannen als de vrouwen een tweede paviljoen in gebruik worden genomen. De capaciteit van de inrichtingen werd daardoor uitgebreid naar zo'n 440 plaatsen. De twee vrouwenpaviljoenen kregen de bijbelse namen Nebo en Meriba. De mannenpaviljoenen werden Jabbok en Zoar genoemd .


Personeelsfoto uit circa 1935. (collectie Audio-Visuele dienst, APZ-Drenthe)


Het leven op Licht en Kracht

Hoe zag nu het dagelijkse leven op Licht en Kracht eruit? Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. De dagelijkse bezigheden varieerden naargelang positie en plaats in de inrichting. De patiënten namen, zo mogelijk, deel aan de zogenaamde 'actievere therapie'. Dat hield in dat ze zoveel mogelijk werden ingeschakeld bij de dagelijkse bedrijfsvoering. Voor de mannen betekende dit meewerken op het landbouwbedrijf dat bi de inrichting hoorde. De vrouwen werden ingezet in de keuken en de wasserij. Patiënten en personeel van Licht en Kracht" brachten eveneens grote stukken van Lobok in cultuur. Daardoor kon het psychiatrisch centrum grotendeels voor het eigen voedsel zorgen.

De persoonlijke leefruimte van de patiënt hing af van de verpleegklasse. De patiënt derde klasse sliep op slaapzalen en droeg door de inrichting verschafte kleding. De eerste klasse gaf recht op een eigen vertrek, eventueel een eigen verpleegkracht, en eigen kledij. 's Zondags gingen personeel en patiënten - vanzelfsprekend - ter kerke. Het personeel, waarvan de leerlingverplegenden verreweg het grootste gedeelte uit maakten, leidde een druk bestaan. Naast de directe zorg voor de patiënten werd veel tijd besteed aan het onderhouden van de grote gebouwen, de inrichting daarvan en de terreinen. Het personeel woonde verplicht op het terrein van Licht en Kracht. Voor de meeste betekende dit: op de bovenste verdieping van een van de paviljoenen.

Omdat ook vrije tijd grotendeels met andere bewoners werd doorgebracht (de personeelsvereniging ontplooide veel activiteiten en leidde een bloeiend bestaan) kan met enige overdrijving gesteld worden dat het personeel niet alleen werkte, maar ook woonde en leefde binnen de inrichting. De feitelijke leiding van Licht en Kracht viel in deze jaren toe aan de zogenaamde Gestichtscommissie, een college bestaande uit drie hervormde notabelen. Naast H. van Boeyen, hadden prof. dr. Th. L. Haitjema - verbonden aan de theologische faculteit in Groningen - en ds. J. Hoekstra uit Ternaard als bestuursleden van de VNHSZG hierin zitting. Op gezette tijden kwam dit driemanschap op Licht en Kracht bijeen om het nieuwe personeel te installeren, een inspectieronde over de inrichting te houden en zich te beraden over de verdere uitbouw.


Klaas Visser en de veranderingen

De aanstelling van Klaas Visser in 1959 als geneesheer-directeur markeert het b¬gin van een periode van veel veranderingen. Deze veranderingen vonden plaats op het terrein van behandeling van patiënten, de externe profilering van het psychiatrisch centrum, de interne organisatie en de bouwkundige infrastructuur. Eind vijftiger jaren kwamen de eerste 'psychofarmaca' op de markt. Door deze medicijnen bleek een beduidend groter aantal patiënten dan voorheen te behandelen. De ombouw van de 'inrichtingen' tot psychiatrische ziekenhuizen of -centra kon daarmee beginnen. Op bouwkundig terrein werden veel initiatieven genomen. De paviljoenen werden met zekere regelmaat intern verbouwd, zodat patiënten meer leefruimte kon worden geboden.

Begin jaren zeventig kwam de personeelshuisvesting gereed, waarmee een eind kwam aan de gewoonte dat het verpleegkundig personeel op de bovenverdieping van de paviljoenen sliep. Visser, die op 31-jarige leeftijd het gezicht van Licht en Kracht werd, had veel oog voor de veranderingen in de behandelopvattingen. Zo vond hij dat het ook mogelijk moest zijn psychiatrische zorg of begeleiding te ontvangen zonder opname. Hij nam daarom het initiatief een psychiatrisch dagziekenhuis op te richten. Voor dit doel vond in het begin van de jaren '70 bij het Asser station, op de plaats van het afgebroken 'kasteeltje van Staal', nieuwbouw plaats. Later stimuleerde hij de oprichting van een psychiatrische polikliniek. Beide vormen van psychiatrische hulp bleken aan te slaan en vonden al snel navolging in het land. Deze nieuwe initiatieven symboliseerden eveneens het feit dat de 'muren' tussen Licht en Kracht en haar omgeving geleidelijk geslecht werden. Zo verdwenen in de loop van de jaren vijftig ook de hekken rondom de paviljoenen. Steeds minder viel Licht en Kracht te beschouwen als een aan de rand van de stad afgeschermd en in zichzelf gekeerd dorp, waarin men volgens een eigen code leefde.


Het tunneltje

Binnen het gemeentebestuur van Assen heerste de overtuiging dat de stad in de vaart der volkeren omhoog gestoten diende te worden en dat het derhalve noodzakelijk zou zijn op deze ontwikkeling te anticiperen met het maken van bestemmingsplannen, structuurnota's en wat dies meer zij. Bij al deze plannenmakerij deed zich het probleem voor dat belangen niet in alle opzichten op elkaar aansloten. Eindjaren vijftig kwam voor de eerste keer een verschil van inzicht tussen gemeente en het psychiatrisch centrum naar buiten. Om de verkeersontsluiting vanuit het zuiden te verbeteren wilde de gemeente overgaan tot de aanleg van een doorgaande weg parallel aan de spoorlijn tot aan het station.

Dit zou voor Licht en Kracht en Port Natal betekenen dat het terrein behalve door de spoorlijn ook door een verkeersweg doorsneden zou worden. Pogingen om de aanleg van de verkeersweg te voorkomen bleven vruchteloos. In plaats hiervan zocht het bestuur van de VNHSZG - we spreken 1959 - contact met de provincie, de gemeente en de NS om tot ondertunneling van de aan te leggen snelweg en de spoorbaan te komen. Deze besprekingen duurden enkele jaren. Alle betrokken partijen waren namelijk huiverig zich (te hoge) kosten op de hals te halen. In 1963 vond men elkaar. Het volgende jaar begon het graafwerk voor een fietstunnel en in 1965 kon men ondergronds van Licht en Kracht naar Port Natal en vice versa. Visser hield aan deze discussie een persoonlijke ontheffing over om met zijn auto door de tunnel te mogen rijden.


Protest tegen de rondweg

Zo'n tien jaar later bracht de gemeente üen conceptwegenplan voor Assen naar buiten. De gemeente stelde voor om een nieuwe rondweg aan te leggen, die deels over de noordkant van het terrein van Licht en Kracht zou lopen. Die weg zou de te verwachten verkeersstromen beter reguleren. De verbinding tussen Licht en Kracht en de naastliggende woonwijk zou hierdoor verslechteren. Hoewel in de voorgaande jaren wel over dergelijke voornemens gesproken was tussen gemeente en VNHSZG, sloeg het uiteindelijke voorstel van de gemeente bij de medewerkers van Licht en Kracht in als een bom. Binnen de kortste keren werd geheel Licht en Kracht gemobiliseerd om protesten tegen de plannen te laten horen.

De redactie van Plectrum, het maandblad voor het personeel, greep in juni 1971 naar de pen: 'WIST U: dat de veelomstreden plannen om een vierbaansverkeersweg door ons terrein te maken steeds weer in het nieuws komen, dat de gemeenteraad van Assen veel tegenstand verwacht betreffende de weg en het tunnelplan. dat wij dan met elkaar hiervoor op de bres moeten staan! Toon uw tegenstand! dat er nog een hearing over deze plannen zal worden gehouden dat er naar die hearing zoveel mogelijk mensen van Licht en Kracht heen moeten.' Vervolgens verscheen een extra nummer van Plectrum.

De voorpagina met rode kop "PROTESTBLAD" en een markant verbodsbord spraken voor zich. In het blad zelf werd omstandig uit de doeken gedaan hoe funest de verkeersplannen van de gemeente op de lange duur voor Licht en Kracht zouden zijn. Op 4 april 1972 hield de gemeente een hoorzitting over de voorliggende plannen. Een forse delegatie van Licht en Kracht was bij deze happening aanwezig. Met spandoeken en vanachter de microfoon bracht men de bezwaren naar voren. Met name de medici voerden het woord. "Grondonteigening is financieel nog wel te regelen, maar de onteigening van rust is niet te vergoeden." Na uitvoerig intern beraad trok de gemeente de voorliggende plannen in. Een eerste aanval op de positie van Licht en Kracht was afgeslagen


Luchtfoto van het terrein van Licht en Kracht uit circa 1975. In het midden zijn bovenaan de personeelsflats duidelijk zichtbaar. Links in het midden met de enigzins ronde vormen de Adventskerk. Tussen deze kerk en het hoofdgebouw staat het oorspronkelijke mannenpaviljoen Zoar. Daarachter het tweede mannenpaviljoen Jabbok en rechts van het hoofdgebouw het vrouwenpaviljoen Meriba met daarachter het tweede vrouwenpaviljoen Nebo. (Collectie gemeentearchief Assen)


Categorisering en herverdeling

Ondertussen waren de maatschappelijke opvattingen aangaande de psychiatrie aan heftige verandering onderhevig. Op Licht en Kracht kwam dit tot uitdrukking in het zogenaamde categoriseringsdebat. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig bepleitte Visser dat de samenstelling van patiëntengroepen meer gedifferentieerd zou worden en dat er aparte afdelingen zouden komen voor opname, de verschillende vormen van behandeling en verblijf. Deze ontwikkelingsgang betitelde hij met het woord 'categorisering'. Nadat in 1974 Visser Licht en Kracht verruild had voor het zuiden des lands stond de nieuwe directie voor de taak zijn gedachtengoed nader uit te werken. Want eigenlijk impliceerde differentiatie en (kleine) gespecialiseerde afdelingen ook dat Licht en Kracht verder op de schop moest.

Zonder de juiste bouwkundige aanpassingen zou van de verwerkelijking van de idealen niet veel terecht komen. Verschillende adviesbureaus lieten hun licht schijnen over de wijze waarop de gewenste veranderingen het beste konden worden uitgevoerd. De discussie hield echter niet op bij bouwkundige aanpassingen. Ook organisatorisch wenste men verandering. Niet langer kon het zo zijn dat uitsluitend de psychiater het behandelingsbeleid bepaalde. Moderne opvattingen vereisten dat er multi-disciplinair gewerkt zou worden. De huisbladen van Licht en Kracht plaatsten met zekere regelmaat pittig getoonzette of als zodanig ervaren artikelen. Vooral het blad Plectrum met de rubriek 'wist-u-dat', waarin op puntige wijze de laatste nieuwtjes naar voren werd gebracht, bleef de medewerkers prikkelen.

In de tachtiger jaren konden veel van de ideeën, zoals die uit de categoriseringsdiscussie waren voortgekomen, worden gerealiseerd. Op grote schaal vond nieuwbouw plaats. Verschillende oude paviljoenen, waaronder het markante Port Natal, werden gesloopt. Tegelijkertijd kwam de organisatie intern in rustiger vaarwater. Multidisciplinair werken werd gemeengoed, een organisatiestructuur verscheen waarin aan de idealen van de democratiseringsbeweging voor een gedeelte was tegemoet gekomen. Ook de band met de VNHSZG werd geleidelijk losser. Het percentage hervormde medewerkers onder personeel en patiënten verminderde onder invloed van de deconfessionalisering en de gewijzigde wijze van opname.


Politieke ontwikkelingen

Tegelijkertijd begon ook de landelijke overheid, hiertoe aangespoord door 'het maatschappelijke debat' zich opnieuw te bezinnen op haar rol ten aanzien van de (geestelijke) gezondheidszorg. De overheid wenste ondermeer de psychiatrische voorzieningen beter over het land te spreiden. Hiertoe werd bepaald dat elke provincie psychiatrische voorzieningen mag hebben die in verhouding staan met haar bevolkingsomvang. Voor de provincie Drenthe betekende dit het zicht op een forse afbouw van klinische psychiatrische voorzieningen. Dit vanwege de aanwezigheid in de provincie, naast Licht en Kracht, van de psychiatrische centra Beileroord en Dennenoord.

Om aan dit spreidingsbeleid uitvoering te geven kregen Gedeputeerde Staten van de provincie de opdracht toekomstscenario's te schetsen over de wenselijke vormen en aantallen bedden van psychiatrische voorzieningen. Begin jaren tachtig presenteerde de provincie Drenthe haar plannen. Beileroord moest op termijn als Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis voor de provincie Drenthe gaan dienen, Licht en Kracht zou moeten verhuizen naar het zuidwesten van Friesland en Dennenoord moest zich richten op gedeelten van de provincie Groningen. Vanuit Licht en Kracht reageerde men zeer gepikeerd. Het instellingsbestuur schreef een openbare brief waarin werd gesuggereerd dat het niet toevallig is dat in het bestuur van Beileroord twee personen zitting hebben, die nauwe banden met de provincie onderhouden.

Het instellingsbestuur wist in dit geval het gemeentebestuur aan zijn zijde. Begin 1985, kort voor de officiële presentatie van de provinciale plannen, stelde het gemeentebestuur dat Licht en Kracht voor Assen een vergelijkbare functie vervult als de PTT voor Groningen en dus in Assen zou moeten blijven. Uiteindelijk bleek de soep niet zo heet gegeten te worden als ze werd opgediend. Toen in mei van dat jaar de langverwachte provinciale nota van de persen rolde bleek dat wel gesteld werd dat Licht en Kracht op termijn zou overgaan naar Friesland, maar dat dit gefaseerd kon gebeuren. Nu, medio 1996, hebben Licht en Kracht en Beileroord elkaar gevonden in APZ-Drenthe. Terwijl op beide hoofdlocaties het aantal bedden geleidelijk zal verminderen, worden elders in de provincie ictiviteiten ontwikkeld op het gebied van psychiatrische thuiszorg en arbeidsrehabilatie.

Wellicht is het een overweging om, wanneer u een volgende keer met de stoptrein van Assen naar Zwolle reist, net voorbij het station Assen het hoofd naar links te wenden en een blik op het oude hoofdgebouw van Licht en Kracht te werpen. Fn op het ogenblik dat u de trein voor Beilen vaart voelt minderen, passeert u, de blik naar rechts wendend, de gebouwen van Beileroord. Bedenk dan dat er in de psychiatrie in Drenthe in zes decennia veel veranderd is. Het is de moeite waard om daar zo nu en dan even bij stil te staan.


Van hervormde zorg naar zorghervorming


Bronvermelding:
'Rond'tapz', een periodieke uitgave voor iedereen in en om APZ-Drenthe. Jaargang 1, nummer 2, april 1995


Fred Kamminga in de drukkerij waar zijn boek gedrukt wordt: 'Tussen het schrijven en uitkomen van het boek ligt nog een heel traject'


Antje van Lombok

In een ver verleden, toen Licht en Kracht nog niet bestond, lag er op de huidige locatie Assen een groot veld waar mensen in plaggenhutten woonden. Er doet een verhaal de ronde dat één van de bewoonsters van Lombok, zoals het veld genoemd werd, voorspellende gaven had; Antje Philips was 'met de helm op geboren', zoals ze zelf beweerde. "Op een donkere nacht zag zij voor haar keet in het veld dat de bossen gerooid werden en verder zag zij veel mannen en vrouwen in witte jassen. Dit was de plek waar later Licht en Kracht is gekomen; de witte figuren waren de doktoren en het verplegingspersoneel." Antje kreeg gelijk, in 1935 werd begonnen met de bouw van Licht en Kracht. Nu, 60 jaar later, is er een boek verschenen dat de geschiedenis van Licht en Kracht behandelt.

10 Jaar geleden rondde Fred Kamminga (34) zijn opleiding tot B-verpleegkundige af en kwam in dienst bij Licht en Kracht. Maar hij had méér interesses en besloot naast zijn werk een deeltijdstudie Geschiedenis te volgen. Niet voor de toekomstperspectieven, maar puur omdat hij dat leuk vond. Hij studeerde cum laude af en vatte al snel het idee op er ook daadwerkelijk iets mee te doen. Fred Kamminga: 'Er waren binnen Licht en Kracht al vaker stemmen opgegaan om iets aan geschiedschrijving te doen. Ik heb dat opgepikt en aangeboden dat voor mijn rekening te nemen. We hebben in 1993 subsidie gekregen van 'de Open Ankh' en ik werd 9 maanden vrijgesteld van mijn werk op de Alm, de revalidatie-afdeling voor mensen met schizofrenie, om me er volledig op te kunnen richten.

In 'Van hervormde zorg naar zorghervorming' geeft Kamminga een compleet beeld van de ontwikkelingen in de afgelopen 60 jaar in Assen. Zo gaat hij uitgebreid in op de ontstaansgeschiedenis. Kamminga: 'Aan het einde van de 19e eeuw begon de verzuiling in de Nederlandse samenleving door te dringen. Je zag dat alle gezindten inrichtingen gingen openen. Alleen de hervormde zuil bleef een beetje achter. Veel hervormden kwamen zo bijvoorbeeld in een gereformeerde inrichting terecht. Begin jaren 20 vond men dat dat toch eigenlijk niet langer kon. Er moesten hervormde inrichtingen komen. Zon en Schild in Amersfoort was de eerste en Licht en Kracht zou de tweede worden.'


De periode directeur Visser

Toen bekend werd dat men in het Noorden wilde bouwen kwamen van allerlei gemeenten aanbiedingen binnen, ledereen wilde de inrichting binnenhalen. Het dagelijks bestuur van de 'Vereniging Nederlandsche Hervormde Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken', die uiteindelijk over de vestigingsplaats moest beslissen, besefte ten volle welke sterke onderhandelingspositie men hiermee verkreeg, getuige een opmerking van één van de leden van het bestuur: 'De plaats waar het gesticht gevestigd moet worden dient tot het laatst te worden aangehouden, opdat we zo mogelijk de één tegen de ander kunnen uitspelen.'

Naast de grote aandacht voor de oprichtingsfase, gaat Kamminga uitgebreid in op de periode 1960-1974 toen directeur Visser de scepter in Assen zwaaide. Kamminga: 'De jaren 40-60 waren rustig, er is ook niet veel over te vinden. Maar nadat Visser in 1960 is gekomen, zie je dat er enorm veel gebeurt. Hij heeft de boel in beweging gezet. Hij was van mening dat een psychiatrisch ziekenhuis veel meer in de maatschappij moest staan. De hekken en muren eromheen moesten weg. Hij was het die de discussie aanzwengelde over de categorisering. Er moesten in het ziekenhuis aparte gespecialiseerde afdelingen komen. Nu vinden we dat gewoon, maar hij heeft dat in gang gezet. Hij was ook de eerste in Nederland die een opleiding voor psychiaters binnen het ziekenhuis haalde. En ook de polikliniek en het dagziekenhuis, toen uniek in Nederland, zijn in die periode opgezet. Visser wilde dat Licht en Kracht aan de weg timmerde en het voortouw nam in de provincie.

Uit zijn boek: 'Visser schildert een schitterend panorama. Goed, de plannen zijn ambitieus en zullen niet in korte tijd te realiseren zijn. Maar de verwachting lijkt gerechtvaardigd dat Licht en Kracht zich in de toekomst als een, wellicht als hét centrum voor geestelijke volksgezondheid in Drenthe kan ontwikkelen.'


Een droom om nog eens een proefschrift te schrijven

Ook na Visser gaat het verhaal van Kamminga verder. Hij beschrijft de democratiseringsgolf in de jaren 70, de opkomst van de zorgvernieuwing en komt uiteindelijk in het heden uit bij de fusie tussen Beileroord en Licht en Kracht. Om al die gegevens bijeen te krijgen heeft Kamminga diepgravend en uitgebreid historisch onderzoek gedaan. Hij dook in stoffige archieven, praatte met bijna alle nog in leven zijnde directeuren, las een hoge stapel personeelsbladen en zat vele uren achter de PC. Kamminga: 'Leuk werk, maar ik zou het een volgende keer toch anders doen. Het heeft nogal de neiging tot eenzaamheid te leiden en ik mistte het contact met mijn collega's van de Alm. Verder valt het me toch wel tegen dat er nog zoveel nawerk inzit. Hoewel ik inmiddels alweer ben begonnen op de Alm ben ik daarnaast nog veel tijd kwijt aan het boek. Tussen het schrijven en uitkomen van het boek ligt nog een heel traject. Een volgende keer zou ik daar toch vooraf rekening mee houden. Of die volgende keer er komt? Ach, ik heb altijd de droom gehad om nog eens een proefschrift te schrijven. Wie weet...'






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl