In en om Assen





Het strafkamp 'Port Natal' in Assen


Bronvermelding:
Een korte passage uit het aangrijpende en boeiende boek: 'Port Natal vice versa'; ervaringen van een strafgevangene in de oorlogswinter 1944/45. Auteur: Anne Hacquebord. 1992, ISBN 90 51 80 083 0


Onderschrijft bij tekening: De zolder van Port Natal (tekening: P. van Heerwaarden)


Dat moest Assen wel zijn ...


......"Een half uur later, nadat we in het schijnsel van lampen opnieuw tussen een haag van grimmige Duitse nachtwachten overgebracht waren, zaten we al weer in een trein. We konden nu twee kanten uit. Pal Oost lag Duitsland en Drente was richting Zuid. Het werd Zuid, tot onze vreugde, al waren we er nog niet helemaal zeker van. Want je was in het nachtelijk donker zo maar de richting kwijt. Om half vier stopte de trein en werden we uitgeladen op een station. Dat moest Assen wel zijn.

Het werd al gauw bevestigd door iemand, die het blijkbaar weten kon. "Het is Assen, Gerard, we zitten goed, man", zei ik verheugd. En hoe lamlendig de hele troep er ook bij stond, ze voelden zich duidelijk opgelucht. "Geen Mofrica, mannen, we blijven in ons eigen dierbaar vaderland", riep er iemand,kennelijk ook opgelucht. Maar Assen zou ook wel niet alles zijn, we gingen tenslotte niet met vacantie. We hadden er intussen schoon genoeg van want het was weer wachten geblazen. Tot onze bewakers eindelijk alles geregeld hadden. En daarna lopen met de hele troep, dwars door de nacht. Door de straten, langs een bos, wisten wij veel waarheen.

Tot er een groot gebouw voor ons opdoemde met een brede oprijlaan ervoor. Rondom was een park en het geheel lag in de bossen. In het nachtelijk duister viel dit nog wel waar te nemen. Déar gingen we naar toe. De kolonne sloeg de oprijlaan in en hield stil voor de hoofdingang van het gebouw. Dit was het dus; onze tocht was ten einde. Hoe lang was het geleden, dat ze ons uit de cel gehaald hadden? Twaalf uur misschien? Of veertien? We wisten het nauwelijks meer, want we waren gaar.

Er moest opnieuw gewacht worden. We kregen een werkkaart, die blijkbaar al gereed gemaakt was. De nacht was bijna om, maar ze lieten er kennelijk geen gras over groeien. NSDAP stond er boven, en

Westwallbau Abschnitt IV.
Einsatzgruppe Hansa.
ORGANISATION TODT.


Een zolder vol slapende mannen.

Nu wisten we meteen waar we mee bezig zouden gaan. En het gebouw, waarin ze ons geloodst hadden, bleek PORT NATAL te heten, een ontruimd gesticht, zoals ons later bleek. Dat zou dus ons hotel worden. Dat hadden ze ons ook wel eerder kunnen vertellen, dan hadden we tenminste geweten waar de reis naar toe ging. Maar we waren "Polizeihäftlinge", en die vertellen ze niets en militaire geheimen helemaal niet. En toen gingen we drie trappen op. Tot we op een zolder vol slapende mannen kwamen. Die lagen kris kras door elkaar in het stro. En daar gingen we ergens tussen liggen; het zou ons een zorg zijn waar dat was. We trokken de deken over ons heen, die kwam nu goed van pas.

De Grenzschutz in Dokkum had het wel geweten, dat we die nodig zouden hebben. Zorgzaam toch dat ze daar zo goed om gedacht hadden. Maar ze wisten beter dan wij wat ons te wachten zou staan. En nu wisten wij het ook na al dat gelazer van die lamzakken. De onzalige lange reis had me bitter gestemd. Ik moest schelden, maar het hield me op de been. Het was half vijf intussen. En werkelijk, we konden gaan slapen, wat we dan ook met overgave deden.

De rust was van korte duur. Hooguit anderhalf uur later kwamen er lieden de zolder op om ons wakker te schreeuwen. Suf van de slaap richtte ik me op en zag de troep daar al bezig op die schaars verlichte zolder, zonder te bevatten hoe het programma er verder uit zou zien. Aankleden was niet nodig, want we waren al gekleed; en bed opmaken evenmin. Dat was het voordeel van stro; je kon het mooi laten liggen zoals het was. Voor en na gingen de mannen naar beneden. We gingen mee, want we hoorden nu bij deze troep. We gingen meedoen aan de regels van het huis.


Voor alles zouden we moeten wachten.

Dat bleek allereerst het "ontbijt" te zijn. We moesten het gaan halen op de verdieping beneden ons. Misschien hadden we wel trek in iets, want we hadden bepaald niet te veel gehad sinds ons vertrek uit de gevangenis. Overigens hadden we de buik al vol, maar dan van die lieden, die ons niet konden laten slapen. We moesten kennelijk meteen al met de Westwall bezig omdat de Duitsers haast hadden. We waren Polizeihäftlinge en daar namen ze het niet zo nauw mee, dat wisten we direct al. "We gaan ons brood halen, jongens", zei Gerard. "Ja, ik ben er wel aan toe". Het was wéér Jelmer, die altijd opleefde wanneer het over eten ging. '"t Zal vast beter zijn dan de kuch in de gevangenis. Misschien is er wel een ei bij", zei ik. Erg geestig was het overigens niet. Eerder wat zuur, daar had ik 's morgens wel meer last van. En die morgen helemaal.

Maar hij kon er wel tegen. We hadden elkaar langzamerhand leren kennen en we konden het goed met elkaar vinden. We kankerden op de Duitsers om dat gedoe van gister en vannacht en schamperden op wat ons hier te wachten zou staan. Brood halen dus, maar zien hoe dat zou zijn! Jawel, maar dat gaat zó maar niet. Wachten, mannen, keurig in de rij staan tussen de troep tot je aan de beurt bent. Wachten, daar hadden we gister en in de nacht al een voorproefje van gehad. Als je in een troep zit moetje leren wachten. In de rij. Moetje naar de (stinkende, overgelopen) w.c? Wachten, man! Wil je brood? Wacht tot je aan de beurt bent! Voor alles zouden we moeten wachten.

Dat was ons meteen al duidelijk die morgen. We kregen tenslotte een homp oorlogsbrood en wat laffe thee die uit een melkbus overgeheveld werd in een blikken mok. Die hadden ze ons, de nieuwelingen, inmiddels uitgereikt. We mochten weer even naar boven om het ontbijt in ons strobed te nuttigen. Zaten we daar even gezellig in het halfduister! Met zijn vijven in een kring op het stro, ik voelde het door mijn kapotte broek heen kriebelen. "Lekker, Jelmer, nu kunnen we er weer tegen aan, joh", zei Barend. "Benieuwd, wat er nu gaat gebeuren". Barend had niet veel gezegd op onze reis door de nacht. Hij had het kennelijk allemaal nogal gelaten ondergaan. Vanachter zijn bril staarogend zei hij tegen Gerard: "Heb jij wel es een schep in je handen gehad?"


Onderschrift: "Mars naar het veld van Loon (tekening: Sjoerd Hannema)



Ze noemen het de "strafkolonne"

Hij had zeker toch niet zoveel vertrouwen dat hij er tegen aan kon. Zijn opmerking was blijkbaar ironisch bedoeld. "Nee Barend, maar bij Donia heb ik wel aan de bietenmolen gewerkt om voer voor de kalveren te snijden". "Misschien voeren ze ons hier ook wel bieten, Gerard; zou jij ze wel kunnen snijden". "We gaan hier in de grond graven, man", zei Gerard terug, zijn geestigheid negerend. "Dat geef ik je op een briefje. En we zitten nog in een strafkamp ook", vervolgde Gerard, "dat heb ik inmiddels beneden gehoord. Ze noemen het de "strafkolonne", en op z'n Duits "Knochen-sturm". "Wat zijn "Knochen?", wilde Jelmer weten. Gerard kon hem dat wel uitleggen. "Knochen" zijn botten en die zullen ze ons hier wel laten voelen, vooral wanneer ze er nog een beetje "Sturm" bijdoen. En wanneer je niet hard genoeg werkt laten ze jou je botten rechtstreeks voelen". "Hoe dan?", vroeg ik. "Ze hadden het over kniebuigingen en een pak op je donder en zo, maar je weet niet wat je ervan moet geloven, ze overdrijven soms zo". "Nou, daar houden we het dan maar op".

Met deze weinig opbeurende vooruitzichten kwam er een eind aan onze picnic. Punt twee van de agenda was aangebroken: half acht "antreten" buiten het gebouw. Opnieuw ging het naar beneden. We klosten twee trappen af en zagen, buiten gekomen, een lange rij mannen zich opstellen, een aantal Duitsers in gele jassen er omheen. Dat waren kennelijk de mannen van de Organisation TODT. Nadat we een schep in de hand gedrukt hadden gekregen en ieder zijn plaats in de kolonne ingenomen had, brulde de baas van 't spul: "Spaten auf dem linken Schulterrr.... " en daarna: "vorwärts marsch.... ".

De hele rij zette zich in beweging, een kolonne van misschien zo'n 200 mannen met aan het hoofd de kommandant, die Sepp bleek te heten. En hier en daar aan weerszijden meer van die "geelvinken", zoals ze genoemd werden, gecompleteerd met een geweer op de schouder en een grote pet op 't hoofd. En daar gingen we, opnieuw langs het bos. Hoe lang was dat alweer geleden, 5 uur? Nee nog niet eens, we bleven aardig in beweging zo, keurig in kolonne. Daar hadden we gistermiddag en de afgelopen nacht al in geoefend. Het ging weer door de straten, dwars door de stad en het werd al wat licht ook.Zo zagen we tenminste weer es wat. Grote herenhuizen, een groot gebouw. Dat moest de rechtbank zijn, want er stond "Sine Iustitia Nulla Libertatis" op.

"Geen vrijheid zonder gerechtigheid", mompelde Gerard, "hier sjokt het tastbaar bewijs". En hoeveel nog niet meer? De Duitsers wilden in December 1944 alle weerbare mannen uit West Nederland afvoeren en inzetten voor de West-wallbau! "Ze zullen dus wel heel wat mensen te grazen hebben", veronderstelde hij. "De gerechtigheid zal niet lang meer op zich laten wachten, Gerard", zei ik, "de bevrijding komt er aan, joh, het front is nog maar ruim 100 kilometer hier vandaan en zolang rooien we het wel". En met dat vooruitzicht op termijn liepen we verder. We kwamen door het centrum van de stad langs de Brink. Dat moest wel zo zijn, want in Drente hadden ze overal een Brink. In Leeuwarden hadden we in geen tijden wat van de omgeving kunnen zien. Maar genieten was er niet bij....."


De auteur Anne Hacquebord

Port Natal vice versa is een boeiend verslag van de arrestatie van de schrijver met vier medeonderduikers in Dokkum in januari 1945. De auteur vertelt over het leven in de gevangenis te Leeuwarden en in het strafkamp 'Port Natal' te Assen. De dwangarbeid voor de Duitse verdediging in Assen werd verricht onder het commando van de beruchte Sepp Aicher.

Door toeval kon de auteur uit het zwaarbewaakte Strafkamp ontsnappen. Zijn belevenissen voeren van tijd tot tijd naar het verzet rond Dokkum: de wapendroppings bij Aalsum en de gebeurtenissen die volgden na de overvallen van de Duitsers.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl