In en om Assen





"Daar was een moeder in Port Satan".


Bronvermelding:
Samenvatting van een artikel uit de Asser Courant van meester C. Benus, hoofd van de Hervormde School in de Krim en gevangene van de strafkolonie.


Foto genomen tussen 30-04-1938 en 31-08-1938 toont de Beilerstraat te Assen gezien in zuidelijke richting. Links van de man met de bakfiets en voor de boerderij van Hadderingh komt later de aansluiting met de Port Natalweg. (collectie: gemeente Assen)


In Port Natal schoven de honderden voeten de trappen weer op

't Is winter 1944-45. De velden zijn bevroren rondom Assen. Waar de strafkolonne werkt zit de vorst zeker een decimeter in de grond. Houwelen hakken, schoppen gooien. Een paar OT-ers met karabijnen bevelen de haveloze troep dwangarbeiders. Een paar van tot "Wache" bevorderde Nederlandse collaborateurs beijveren zich zeer om hun "Herren" een tevreden grijns te bezorgen. Ze brullen onophoudelijk "Bewegung!" en hun ogen loeren naar een slachtoffer voor een strafdemonstratic. Het is een wellust om de "Herr Kommandant" te vereren met een voorstelling kniebuigingen. De onbedrevenheid met het grondwerk maakt het tot een koud kunstje er eentje uit te pikken, die in aanmerking komt. "Hier du, 200 Kniebeugungen", en boven op de loopgraaf zien we het: op, neer, buig, strek (de spade recht vooruit). "Besser, tiefer!". Binnen het uur moet hij weer kniebuigingen maken. Een zachtzinniger Wache laat hem bij 100 ophouden. Dan staat zijn mond vol bloed.

De wellusteling is weer genaderd en ontevreden dat zijn vonnis is gewijzigd. Het slachtoffer moet nu 25 keer schreeuwen: "Ich binn ein faules Schwein". Dat is Assen in de winter 1944-45. Onder de paar honderd zijn er met sokken, waarvan onder de voet schier geen draad meer heel is. Of met lage schoenen, die geruïneerd zijn en bevroren hielen bezorgen. Er zijn er met broeken, waarvan de pijpen aan stukken gaan. Met hemden, die in geen weken gewassen zijn. Ze komen uit alle delen van het nog bezette Nederland. En als de haveloze troep tegen de schemering door de straten trekt, dan, neen, dan waren er geen burgers van Assen, die lachten. Dank, Assen!

In Port Natal schoven de honderden voeten de trappen weer op, naar het stro, naar vlooien, en luizen en schurft. Naar de kamertjes en zolderruimten waar bij regen geen kans was om doornatte kleren anders te drogen dan op het lichaam in het stro. En wie als nieuweling tussen het geroezemoes op de gang de lichte voetstap hoorde die van niemand anders kon zijn dan van een vrouw, die spitste plots zijn oren. Want wat was daar op de gang? Een voetstap van een vrouw? De stem van een moeder, die op bezoek kwam? Maar hoe kon zij tot hier doordringen, elke dag opnieuw? Te herkennen onder de honderden gevangenenvoeten, die zwaar zijn van verlangen naar vrijheid! Die gekooide jongens en mannen zijn weggerukt uit hun gezinnen, ver van hun Moeders en Vrouwen. Maar déze Moeder is als de afgezante van honderden Moeders!


Mevrouw Hadderingh


Ziek zijn in Port Natal was een ellendige verlatenheid.

Toen de "ein und dreiszig" (Een groep, die naar Wilhelmshafen gestuurd had moeten worden, maar om onbekende reden in de strafkolonne terecht kwam) door andere dwangarbeiders op de hoogte werden gesteld van allerlei bijzonderheden over de levenswijze, het werk en de kommandanten, zei, tot slot der raadgevingen, één der mannen op de zolder: "Ie benn'n in Port Satan, Strafkolonne, vergaarbak van razzia-slachtoffers en van landwachtvangsten, ook van SD-arrestanten, in één der knooppunten van de satanische organisatie, die over ons land is gespannen. Kortom, dit is Port Satan!" Vele Moeders en Vrouwen zouden hun hartebloed hebben willen geven om haar jongens uit de grijpklauwen van de Duitsers te houden. Ze hadden wel mee willen gaan. Maar daar in Port Satan kwam een Moeder! Elke dag! De Moeder van Port Natal!

Er was zo veel, waarmee alleen een Moeder helpen kon. Ziekte? Wie kan er troosten als een Moeder? Ziek zijn in Port Natal was een ellendige verlatenheid. Wie zover kwam dat werkelijk rust werd voorgeschreven en het geluk had niet door Sepp toch nog de deur uit getrapt te worden, de Moeder van Port Natal vond hem stellig. Medicijnen werden in Port Satan als verspilling beschouwd. Willen ze dood gaan dan gaan ze dood. Maar het dagelijks bordje pap, dat de Moeder van Port Natal bracht, was meer dan een medicijn. Met elke lepel vol kwam er weer hoop, de wil om niet ten onder te gaan. Waar het nodig was en voor zover mogelijk ontbrak een eitje niet. Elke morgen ging ze naar de zieken.

Eigen voorraden gingen naar haar jongens. Melk van de boerderij kwam niet in de bekers op eigen tafel. Zelf dronken ze theesurrogaat, de jongens de melk! Dagelijks vond zij tientallen dingen te doen. Zoals een Moeder dat weet te doen uit zorg en liefde voor haar jongens. "Zou U een plekje voor ons hebben om te slapen vannacht?" Hoe vaak zou die vraag gesteld zijn aan haar deur? Door mensen overal vandaan en vaak ook gevraagd terwille van één der gekooiden. En altijd was het: "Kom binnen", ook al waren het er tien en kwamen er nog eens tien. En dan niet alleen maar in het hooi in de schuur. Ook in de keuken op matrassen op de vloer, op de divan en op eigen ledikanten. Tallozen brachten daar een nacht door. En als het zondag was? Dat was de dag des Heren. Dan nam de Moeder van Port Natal een boodschap mee voor de jongens, een boodschap van haar Heer!


Er is in die tijd nóg iemand geweest, die zich heeft ingezet voor de mannen van Port Natal. Het was zuster Bos. Zij verpleegde de zieken, behandelde voet- en andere verwondingen. Ook zij kreeg een eretitel. Zij werd genoemd: "De Engel van Port Natal". Tekening van Blok van der Velde, een Texelaar die ook in Port Natal zat (collectie: Drents Museum)


"Mevrouw Hadderingh, Uw naam blijft een herinnering aan een donkere tijd".

De zieken, die gemeenschappelijk op een kamer waren, luisterden dan gezamenlijk naar het woord van God. En de Moeder van Port Natal bad met haar jongens. En de eenzame op zijn kamertje of op de zolder werd ook niet vergeten; ook met hém las zij en bad zij. Ondanks de spot van Sepp. De Moeder van Port Natal deed wat haar hart vond om te doen. "De liefde van Christus dringt mij", dat was haar ondergrond. Zo'n Moeder was voor de strafkolonne een zegen. Haar echtgenoot en zij deden veel voor de slachtoffers van de Duitse terreur. En dat niet alleen voor mensen van de strafkolonne. Haar echtgenoot zat al eerder een halfjaar in de strafgevangenis van Scheveningen.

En op Paaszondag 1 april stond de strafkolonne buiten aangetreden, bepakt en gezakt. En allen werden gefouilleerd op wapens, terwijl ook het hele gebouw doorzocht werd. Op dat moment werd de woning van Hadderingh overvallen en werden haar man en zijzelf met nog één der kinderen weggebracht naar de gevangenis. Tijdens de fouillering nog wist de hele strafkolonne van de jobstijding. En ook zouden de Hadderinghs wellicht neergeknald zijn bij de laatste stuiptrekkingen van het satanisch geweld indien de bevrijding even later zou zijn gekomen. Hun leven bleef gespaard. In Assen waren centra van geweld in de winter 1944-45. Assens bewoners bogen niet. In Port Natal was de strafkolonne gestouwd. "De Moeder van de Strafkolonne" ging rond, goeddoende, en wie daar was vergeet haar niet. "Mevrouw Hadderingh, Uw naam blijft een herinnering aan een donkere tijd".


Meester Benus (foto uit 1942)


De Heer Benus, die een gewaardeerde figuur was bij de mannen van de strafkolonne, was met dit artikel ongetwijfeld de tolk van de mannengemeenschap in Port Natal. Verstoken van een thuis, van vrouw of moeder, werd een andere vrouw, die als plaatsvervanger uit eigen wil liefdevol de zieken ging helpen, niet alleen gewaardeerd maar ook in hoge mate vereerd.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl