In en om Assen





Gevangenen in Port Natal moesten graven als gekken


Bronvermelding:
Niewsblad van het Noorden d.d. 11 november 1978. Een artikel van Henk Hup.


Foto genomen tussen 1935 en 1940 toont het Sanatorium Port Natal aan de Beilerstraat te Assen. (collectie: Drents Archief)


Er zaten een hele hoop topmensen


Over het bestaan van het oorlogsstrafkamp „Port Natal" in Assen zijn weinig officiële gegevens boven water te halen. De heer Van der Leeuw, naaste medewerker van professor L. de Jong van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam, zegt dat er ook bij dit instituut weinig op schrift staat over de inrichting van het kamp. Wel zeker is, dat het kamp Port Natal hoofdzakelijk heeft gefunctioneerd als onderdak voor spitters van de Organisation Todt vanaf omstreeks oktober 1944 tot de bevrijding. Enige honderden gestraften zijn er tegelijk gehuisvest geweest. In totaal moeten er volgens de heer Van der Leeuw zo'n 1000 man met Port Natal hebben kennisgemaakt.

„Onduidelijk is of het onder gezag stond van de NSDAP of van de OT, de Organisation Todt. Die organisaties lopen in de laatste oorlogswinter door elkaar. De Organisatie „Stellingbouw" was een mengsel van Duitsers en Nederlandse OT-mensen", aldus de heer Van der Leeuw. De werkers in het kamp werden in Assen en omgeving ingezet voor het graven van stellingen, mitrailleurnesten, loopgraven en tankvallen. Zo'n stelling had in die tijd de voorkeur boven andere plaatsen, omdat rond Assen een groot schootsveld aanwezig was. Bovendien meende de OT dat het graven van stellingen een nuttige manier was om burgers bezig te houden. Men hoefde niet zo'n grote zonde te hebben begaan om gedurende enige tijd in het strafkamp te raken. De huidige directeur algemene zaken van de Psychiatrische inrichting Licht en Kracht en Port Natal te Assen, de heer P.I. Veldhuizen, wilde geen mededelingen doen over de gang van zaken met de gebouwen van Port Natal aan de Beilerstraat te Assen in oorlogstijd.

Hij achtte het niet juist in het belang van de patiëntenbewoners van Port Natal ze op deze wijze in de belangstelling te plaatsen. Wel wilde hij benadrukken dat de psychiatrische inrichting zelf niets te maken heeft gehad met het inmiddels door de „kwestie-Aantjes" bekend strafkamp. Dat wordt ook nog eens bevestigd door de heer. A. Strop uit Assen, die tot voor kort administrateur is geweest van Licht en Kracht en Port Natal. Hij zegt dat het een hele toestand is geweest op het moment dat de gebouwen werden gevorderd door de Duitsers. „Er moesten zo'n honderd patiënten worden overgeplaatst. Ze werden onder meer gehuisvest op plaatsen als de linnenkamer in Beileroord te Beilen, de kerkzaal van Dennenoord in Zuidlaren en verder werden overal waar dat mogelijk was bedden bijgezet.

Kamers waar normaal vier mensen verbleven moesten ineens zes of zeven mensen herbergen", zegt de heer Strop. Hij weet te vertellen dat er ook veel Texelaars in het strafkamp hebben gezeten en „een hoop topmensen". „Er werd in die tijd in Assen gegraven alsof hier de oorlog verder zou worden uitgevochten", zegt de heer Strop, en hij vervolgt: „er was niemand van de inrichting zelf bij betrokken". Na de oorlog hebben er volgens de heer Strop nog enige tijd Canadezen in de gebouwen gezeten en weet hij dat het een hele toer was om van de ontelbare vlooien af te komen. „Ik heb me vaak mateloos geërgerd aan die „goudfazanten", zegt de heer R. Faber, oud-burgemeester van Dantumadeel, die in de oorlogstijd een leidende functie bij het verzet in Assen had. Met „die goudfazanten" bedoelt hij de bewakers in Port Natal, die potserig rondliepen bij de gestraften.


Groot aantal


Ook hij kan niet zoveel over het kamp vertellen. „Ik weet dat er mensen aan het graven waren en je zag ze naar het werk gaan. Later als hoofd van de POD (Politieke Opsporingsdienst) heb ik er iets van vernomen". De heer Faber heeft in Zwolle wel een groot aantal OT-mensen uit de Buitensociëteit helpen ontsnappen. „Dat was niet eens zo erg moeilijk. Je kon ze gemakkelijk herkennen aan de petten, want ze waren bijna allemaal kaal". Hij zegt zich niet zo direct met Port Natal in Assen te hebben beziggehouden omdat hij onder meer was belast met het tranport van piloten. "Veel mensen zijn in die laatste winter, toen de oorlog ten einde liep, uit armoede en honger voor de OT gaan werken", aldus de heer Faber.

De 52 jarige Chris Beekman, werkzaam bij een autobedrijf in Assen, heeft noodgedwongen een week in het strafkamp Port Natal doorgebracht. Hij was volgens zijn zeggen ingedeeld bij een strafcolonne van ongeveer vijftig man. Er waren nog meer van deze colonnes. „Die lui die vrijwillig bij de SS waren gegaan, dat waren niet van die lekkere, daar had ik beslist geen hoge pet van op. Soms pikten ze zomaar willekeurig een aantal mensen eruit en lieten die met een pikhouweel - gestrekt voor zich - achter elkaar diepe kniebuigingen maken. Als het niet snel genoeg ging kon je een schop onder je achterste krijgen.


Foto genomen tussen 1920 en 1940 toont het voormalige Sanatorium Port Natal met toegangspoort aan de Beilerstraat te Assen (collectie Drents Archief)


Sigaret


„Op een dag vroeg een van die „goudvinken" - omdat ze van die gele jassen aanhadden - aan mij of ik al een sigaret had gehad. Toen ik nee zei kon ik ook kniebuigingen gaan maken. Eén naam weet ik me nog goed te herinneren, dat was ene Rudie of Roelie Balten, die was later bij de radio. Dat was niet zo'n beste, die zat bij leider Boes", aldus de heer Beekman. In de week dat hij er is geweest heeft hij de naam Willem Aantjes nooit gehoord. Hij laat blijken voortdurend in angst te hebben gezeten en weinig te hebben geslapen. „Je was angstig en nog het meest omdat er bij de tegenpartij, de Duitsers, van die Nederlandse vrijwilligers rondliepen die je niet kon vertrouwen. Als zo iemand bij je kwam dan dacht je: Man, wat moet je hier. Het gebeurde vaak dat er voor straf iemand, midden in de winter, in een open bunker moest slapen, omdat hij had vergeten een stuk hout mee te nemen dat nodig was voor het maken van de loopgraven.


Revolver


Eerst liepen de bewakers met een revolver, later kregen ze karabijnen. Eén van hen zei een keer tegen me: „Als je wilt vluchten geef ik je driehonderd meter. Ik heb het niet gedaan, want als je drie meter weg was lag je al met een kogel in je rug". De heer Beekman is verder niet zo vaak met de bewakers in aanraking geweest omdat hij trachtte zo goed mogelijk het werk te doen. Hij is dan ook niet zoals anderen vaak geslagen en geschopt. Port Natal was volgens hem te vergelijken met een gevangenis, want 's avonds gingen de deuren op de grendel. Hij mocht er tenslotte weer uit met de belofte dat hij verder zijn werk naar behoren zou verrichten. De heer Beekman: „Wat moest je, je stond tegen een overmacht, het was vechten tegen de bierkaai, ze waren tot alles in staat".






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl