In en om Assen





De eerse jaren van de TT


Op 11 juli 1925 stond Commissaris der Koningin Linthorst Homan in Rolde om het startsein te geven voor de eerste TT. Toen de renners door rook en stof omhuld de Brink verlieten, zag hij een lang gekoesterde wens in vervulling gaan.

De gemiddelde snelheid van 93,1 km per uur zorgde voor de snelste ronde Tot dan toe waren wegwedstrijden in Nederland verboden geweest. De sportieve vertegenwoordiger van Hare Majesteit – zelf was Linhorst Homan een enthousiast motorrijder – had met vreugde geconstateerd dat artikel 21 van de Motor- en Rijwielwet sinds 1924 de mogelijkheid bood om ontheffing te geven.

Langs de route bij Laaghalen, 1934. Op de motor rijdt Theo Zwolle (collectie TT-archief / Drents archief)


Een gemiddelde snelheid van 93,1 km per uur

De in 1922 opgerichte Motorclub Assen en Omstreken maakte er dankbaar gebruik van. Tussen de dorpen Rolde, Borger en Schoonloo hadden de Asser motorfanaten een parcours van 28,4 kilometer lengte uitgezet om de eerste race te organiseren. Halverwege het traject zat een stuk zandweg waar de rijders elkaar niet mochten passeren. Een paar duizend bezoekers keken geboeid toe. Frans Vermaak zorgde op zijn AJS met een gemiddelde snelheid van 93,1 km per uur die dag voor de snelste ronde.

Het succes van de eerste race was voor de Motorclub Assen een reden om door te gaan. Gezien de problemen met het parcours bij Rolde ging men op zoek naar een geschiktere racebaan. Hun oog viel op een circuit tussen Assen, Hooghalen, Laaghalerveen en De Haar. De betrokken gemeenten moesten toestemming geven. Het Asser college van Burgemeester en Wethouders reageerden enthousiast met de raad op 22 april 1926 en stelden voor om een lening van 2500 gulden aan de Motorclub Assen te verstrekken om de race te kunnen organiseren. Franken, de voorzitter van de SDAP-fractie, verbaasde zich over het voorstel: “Anders wordt een cent eerst omgekeerd en nog eens omgekeerd, en nu komt men zo maar in eens voor dit doel met 2500 gulden uit de slof schieten. Ik ben geen bewonderaar van dit ‘spul’, hoewel ik in het algemeen de sport een warm hart toedraag. Dit is gekkenwerk. Wie ze het vorig jaar zag rennen in Rolde en in de stad, hield zijn hart vast. Zo iets noem ik onverantwoordelijk spelen met menschenlevens. Het is een uiting die absoluut enig nut mist. Er kunnen in Assen nodiger dingen gebeuren"


Vreemdelingenverkeer

VDB-fractievoorzitter Kalma was het uiteraard niet met zijn socialistische collega eens. Met een vooruitziende blik zei hij: “De heer Franken heeft wel gezegd het gekkenspul te vinden. Wie ’t eerst aankomt heeft het. Bij sport komt het toch in het algemeen steeds op snelheid aan. En bovendien, het gaat hier niet om sport. Het gaat er om de menschen hierheen te krijgen. De schatting van deskundigen is, dat er honderden komen. Daags tevoren zullen ze komen aanzetten en hier geldt het verschijnsel van vreemdelingenverkeer”.
Burgemeester Bothenius Lohman noemde nog een ander (nog steeds veel gehoord) voordeel van dergelijke wedstrijden: “Dat de motoren zo goed zijn, is te danken aan deze wedstrijden”. Over de veiligheid zei hij: “Op de drukste punten wordt de baan afgezet met kippengaas. Er komen tribunes langs den weg, zodat de veiligheid voldoende in acht genomen wordt”. Begripvol voegde hij eraan toe: “Het is natuurlijk geen werk de hele baan af te zetten ….”.


Afstappen

Met vier stemmen van de SDAP tegen werd het voorstel uiteindelijk aangenomen. De tweede TT kon op 26 juni 1926 gehouden worden op de baan tussen Assen en Hooghalen. Voor alle zekerheid waarschuwde de Provinciale Drentsche en Asser Courant een paar dagen te voren nog even: “Aan hen die naar de training gaan kijken, wordt nog eens nadrukkelijk verzocht om steeds de bochten geheel vrij te houden en tijdig uit te wijken waar dit nodig mocht zijn. Stap bij het in aantocht zijn van een renner even van Uw rijwiel af. ’t Is voor U een zeer kleine moeite en voor de rijders stellig van zeer groot belang de weg zoveel mogelijk vrij te houden”.

Op de zaterdag van de races was, in de 350cc klasse voor de 2600 toeschouwers, de Nederlandse topper Bertus van Hamersveld op een watergekoelde tweetakt Gillet de grote favoriet.

Terugtocht jaren dertig (collectie Martin Hiemink)


‘De bougiespuwer’, zoals de bijnaam van de motor luidde, moest af en toe een nieuwe bougie hebben en kreeg in de laatste ronde een gebroken benzineleiding. Daardoor ontglipte Van Hamersveld de zege op het laatste nippertje en eindigde hij slechts op een vierde plaats.
In de 750cc klasse was de Hagenaar Dom, die in Zwitserland studeerde, de snelste renner van de dag. Zijn tijd over de bijna 300 kilometer was 3 uur, 10 minuten en 52,4.5 seconde. Göllner was op een Norton tweede met een achterstand van maar liefst een half uur!.


Aansprakelijk

Ondanks het grote aantal bezoekers leverden de eerste races in Assen een verlies op van 5000 gulden. Manmoedig werd het verlies  gedragen, investeren was het motto. Het circuit werd verbreed van 2,5 meter tot 4 meter en de startplaats bij De Haar zelfs tot zes meter. Deze start is in de loop van de geschiedenis overigens ongeveer steeds op dezelfde plaats gebleven. Op grote schaal werden er de eerste jaren bomen in de bochten omgehakt. Voor het stofvrij maken van het gedeelte tussen Assen en Hooghalen werd van de gemeenten Assen en Beilen een bedrag geleend waarvoor de organisatoren zich persoonlijk aansprakelijk moesten stellen. De komst van maar liefst 14 duizend bezoekers bij de derde editie van de races in 1927 stemde het bestuur van de Motorclub dan ook tot zeer grote tevredenheid. De lengte van het circuit was van dien aard dat de bezoekers steeds minutenlang moesten wachten om de stand van zaken te kunnen zien. Om hier een oplossing voor te vinden kwamen de organisatoren in 1928 met een wereldprimeur.

Met behulp van een geluidsinstallatie konden de ontwikkelingen voortaan op de voet worden gevolgd. Vanaf posten langs de baan werden de gegevens razendsnel doorgebeld naar de centrale post bij De Haar.
De KRO begon in 1931 met een rechtstreeks radioverslag van de TT-races. Piet Nortier heeft het evenement een zeer grote bekendheid gegeven. De enthousiaste reporter was een groot kenner van de motorsport. In de huiskamers volgden de luisteraars met lijsten met de namen en de nummers van de renners in de hand de ontwikkelingen. Al spoedig kregen de ‘Bocht van Bartelds’, de Oude Tol, Laaghalerveen, Strubben en Mandeveen landelijke bekenheid.


Toppers

In het jaar 1933 kwamen de Nederlandse deelnemers in de eerste gelederen voor. De publieke belangstelling was een stuk toegenomen, doordat de Afsluitdijk gereed was gekomen. Ademloos keken de bezoekers naar de strijd tussen Geert Timmer op een New Imperial en De Ridder op zijn snelle Grinlay Peerless. De Asser garagehouder Geert Timmer had in de laatste ronde een lichte achterstand en slipte helaas weg in de alles-of-niets poging de kop te veroveren. De eindsprint was helaas onvoldoende om meer dan een derde plaats te behalen. In de 350cc klasse toonde Arie van der Pluym zijn talenten op onmiskenbare wijze. Een derde plaats lag halverwege nog in het verschiet, maar een valpartij leek alles succes te vernietigen. In een niets en niemand ontziende inhaalrace wist hij uiteindelijk toch nog als derde te eindigen. In de 500cc klasse werd dezelfde Van der Pluym weer derde.

De dood van Van der Pluym een jaar later in België was voor de internationale motorsportbond mede aanleiding om de veiligheidseisen voor de circuits te verscherpen. Alleen het gedeelte tussen Assen en Hooghalen bleek aan de nieuwe eisen te voldoen. De rest van het circuit was slechts vier meter breed. In 1935 kwam het besluit dat de baan voor een internationale wedstrijd minimaal vijf meter breed moest zijn. Wel kregen de Assenaren nog een jaartje uitstel. In die tijd werd de baan nog eens nauwkeurig opgemeten en bleek toen – tot grote ontsteltenis van de organisatoren – maar liefst 750 meter korter te zijn dan steeds was aangenomen. Alle gemiddelde snelheden in de recordboeken kelderden in één klap naar beneden. Assen mocht zich beslist niet meer het snelste circuit ter wereld noemen ….


Tourist Trophy

Het doorgaan van de races van 1936 heeft nog een tijd aan een zijden draad gehangen, omdat men de investering van 120.000 gulden in de noodzakelijke aanpassingen maar niet rond kon krijgen. De leden van de TT-commissie waren zeer enthousiast, maar een dergelijke investering ging de mogelijkheden verre te boven. De oplossing was de oprichting van de Stichting Circuit van Drenthe waarin de gemeenten Assen en Beilen en de Motorclub Assen en Omstreken deelnamen.

Het wedstrijd-technische gedeelte bleef in handen van de KNMV. De burgemeesters van de beide gemeenten waren in staat om de leden van de gemeenteraden te overtuigen van de juiste opzet. De Grote Prijs van Nederland werd in datzelfde jaar omgedoopt tot Dutch TT.

KRO-radioverslaggever Piet Nortier kijkt toe hoe zesdaagserijder Bakker Schut sleutelt aan zijn 500cc Eysink (collectie Gemeentearchief, Assen)


Enkel Assen mag de naam TT officieel voeren

De naam TT was afkomstig van het autonome Britse eland Man in de Ierse Zee waar in 1907 al wedstrijden werden gereden, toen ze elders in Groot-Brittannië nog verboden waren. De naam was afgeleid van ‘Tourist Trophy’: een grote beker die Markies de Mouzilly St Mars voor de eerste race op Man beschikbaar stelde. De races op Man kregen navolging in tal van andere landen waarbij men ook de naam TT overnam. Na protest van de Engelse organisatie bij de internationale bond mocht uiteindelijk alleen Assen in 1936 bij wijze van hoge uitzondering de naam TT officieel voeren.


Documentaire over historie TT in Assen


Op 26 juni 2010 wordt voor de 80e keer de TT van Assen gehouden. De motorraces op het TT Circuit Assen hebben alle stormen overleefd en het nationale onderonsje op boerenweggetjes uit 1925 is in de 21ste eeuw uitgegroeid tot de 'kathedraal van de motorsport'. RTV Drenthe maakte in 2005 een documentaire rond toen de 75e editie.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; juni 2000. Een artikel van Ton Kuis en Bertus Boivin.

Dit artikel is voor een belangrijk deel gebaseerd op de aflevering ‘Honderd jaar Drenten en hun TT’  in de serie ‘Als de dag van gisteren’ van Uitgeverij Waanders (1992)







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl