In en om Assen

De straat van mijn jeugd De Haar. Iedereen noemt het de TT-baan


Bron: Tijdschrift van de Asser Historische Vereniging; juni 2000. Een Artikel van Coba en Tineke Oostra


Aan de Haar stonden in onze kinderjaren vijf boerderijen. We hebben het dan over ongeveer 1960. Wij woonden op nummer -1-. Verderop stonden de boerderijen van de families Eisses, Meijer, Joling en Dijkema, ook in die volgorde. Het is nu een beetje vreemd om over een straat te praten, want eigenlijk is er niet veel meer van over. Alle boerderijen zijn inmiddels gesloopt. De onze verdween begin jaren ’80. De laatste – die van Meijer – is vorig jaar gesloopt


De boerderij van B. Oostra en de camping aan De Haar -1- tijdens de TT van 1968 (collectie C. Hulzebosch-Oostra, Wijster)

 

Wij wonen aan de TT-baan

Destijds wisten veel mensen onze straat niet eens te vinden, maar als je zei: “Wij wonen aan de TT-baan”, dan wisten ze het. Voor ons was de TT heel bijzonder; elk jaar weer een hele belevenis. Het gaf veel drukte voor de deur en het betekende meestal een hoop geregel. Onze school stond in Witten, maar daar konden wij vanaf de woensdag voor de TT niet meer heen. Het was dan te druk op straat en onze ouders hadden geen tijd om ons te brengen. Bovendien was het te gevaarlijk om op je fietsje door Witten te rijden. Voor ons betekende het dus altijd drie dagen eerder zomervakantie. Later, toen wij naar de middelbare school in Assen gingen, zetten wij onze fietsen al voor acht uur ’s ochtends aan de overkant van de straat in het weiland. De baancontroleurs waren er niet zo blij mee. Ze waren bang dat anderen het voorbeeld zouden volgen.


De mensen sliepen zelfs in de kalverhokken

Druk was het ook altijd bij ons op het erf. Zolang we ons konden herinneren hadden we een TT-camping. Het begon in 1930 met een groepje mensen uit Lochem. Daar was een man bij die zelfs nog wist, dat onze vader een jaar oud was en dat wij geboren werden. De groep werd later de motorclub van Lochem en nog komen zij ieder jaar terug op TT-camping Oostra. Want al is de boerderij verdwenen, de camping is er nog steeds. Eigenlijk had iedereen in de buurt een TT-camping, omdat het een leuke zakcent opleverde. De drukte begon al in de week voor de TT. Dan werden allerlei voorbereidingen getroffen. Zo moest het hooien een week voor de TT gebeuren, omdat de loonwerker in de TT-week niet meer bij ons kon komen. De schuur en de koestal werden dan ook opgeruimd. Waar ’s winters de koeien stonden, moesten in de TT-week de gasten slapen. We maakten alles goed schoon en legden overal stro neer. In de koestal, achter op de deel, zelfs in de kalverhokken en in de paardenstal; overal lagen dan mensen te slapen. Dekens namen ze zelf mee. Het waren er rond 1960 zeker wel honderd tot honderdvijftig. Dat weten we nog  heel goed, omdat de wc achter op de deel was. Wij gingen er met een zaklantaarn heen. Elektriciteit hadden wij nog niet. Altijd samen omdat we het toch wel eng vonden in het donker langs al die slapende mensen te lopen. Pas later kwamen de gasten met eigen tent of caravan.


Door het lawaai gaven de koeien minder melk

Wilden onze gasten van het terrein dan moesten zij voor acht uur ’s ochtends met de auto de baan oversteken. Zij konden dan pas ’s middags tussen twaalf en één of ’s avonds tussen vijf en zes onze boerderij weer bereiken. En dan alleen met een speciale TT-kaart waar de naam Oostra opstond. Niet alleen de gasten moesten rekening houden met de beperkte bereikbaarheid van de boerderijen aan De Haar. Het gold ook voor de kruidenier, de bakker, de postbode, de melkauto en spoeltrekker. De kruidenier kwam op donderdag langs met een bestelbus. De campinggasten konden er dan ook boodschappen doen. Veel gevraagde producten waren lucifers en boter. De bakker kwam iedere morgen voor acht uur brood brengen. Ook de melkauto en trekker met spoel kwamen in de TT-week iedere dag ’s morgens voor acht uur en ’s avonds tussen vijf en zes. Want de boerderij ging natuurlijk gewoon door, gasten of niet. Wel was het zo dat de koeien minder melk gaven. Door alle drukte en lawaai van de motoren en de campinggasten waren ook zij onrustig.


Oudere mensen mochten bij ons in huis slapen

Met de jaren breidde het aantal gasten zich uit. Uiteindelijk waren er zo’n 350 mensen. Daarom moesten zij zelf voor slaapplaatsen gaan zorgen. Meestal werd er dan een tent meegenomen of er werd in de auto geslapen. Voor oudere mensen maakte onze ouders een uitzondering. Zij mochten bij ons in huis slapen. Het slapen was in zo’n week altijd een groot feest. Wij sliepen samen in een eenpersoonsbed, omdat er anders onvoldoende slaapplaatsen waren. Nieuwsgierig waren we wel. Zodra we ’s morgens wakker werden, keken we uit het slaapkamerraam om te zien of er tenten bij waren gekomen. We konden veel bergen, omdat al ons land binnen het TT-circuit lag. Niet alle gasten kwamen trouwens voor de TT-races. Voor ons was het vooral leuk, omdat er dan genoeg kinderen waren om mee te spelen. Dat gold in de rest van het jaar niet, want zo veel kinderen van onze leeftijd woonden er niet in de buurt. Of ze hadden een ander geloof en dan gingen ze naar een andere school. In de TT-week kwamen veel gezinnen bij ons waarvan de man naar de races ging kijken en de vrouw met de kinderen spelletjes deed.


In de TT-week moesten wij onze ouders helpen

De familie Vogel behoorde tot onze vaste gasten. Die namen ons een keer mee naar de TT-kermis. Dat was voor ons een hele belevenis. Het was de eerste en tegelijk de laatste keer. Tenslotte moesten we in die week onze ouders helpen. In het begin moesten we flesjes zoeken om het statiegeld terug te ontvangen. Daarna moest je de bordjes van de uitsmijters en de koffiekopjes afwassen. Verder hielpen wij met de verkoop van bier en frisdrank. Toen we een jaar of veertien waren, mochten we bij de tenten en caravans langs gaan om het kampeergeld te innen. Als er afgerekend was, kreeg de campinggast een speciaal toegangsbewijs. Later hadden we een complete horecavoorziening. Een houten gebouwtje diende als kantine. We verkochten er koffie, fris, bier, uitsmijters en broodjes ham en kaas.


Na een week werd het weer een jaar rustig op De Haar

De races volgden wij vanaf een boerenwagen die op het gazon stond. In de pauze moesten wij dan snel naar binnen, want de campinggasten wilden dan meestal wat eten en drinken. We overlegden met elkaar welke races wij wilden zien. Coba keek graag naar de zijspanraces, omdat zij het geluid van deze motoren mooi vond. Tineke hield er van na afloop naar de mensen te kijken die weer huiswaarts gingen. “Tot volgend jaar” riepen we dan. En dan werd het weer een jaar rustig op De Haar.



© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl