In en om Assen





Dokter T. Bast


Bronvermelding:
'Waar men den kranke, zoo 't kan, geneest ...' Jubileumboek 75 - jarige geschiedenis van het Wilhelmina ziekenhuis in Assen, 1985. Teksten Bertus Boivin en Chris van der Veen.


De chirurg T. Bast


Men zoekt tegenwoordig te snel zijn heil bij de chemie.


"Primitief niet, maar wel zeer bescheiden van opzet". Zo typeert dokter T. Bast, die in 1931 naar Assen kwam, de toch wel schuchtere beginjaren van het Wilhelmina Ziekenhuis. "Tja, " zegt de nu 82-jarige oud-chirurg "wat moet je je daarbij voorstellen. In de echte beginjaren was het ziekenhuis eigenlijk een verpleeghuis voor mensen die niet thuis behandeld konden worden en die in het ziekenhuis ook hun eigen huisarts aan hel bed kregen. Eenmaal in de week kwam er per trein een chirurg uit Groningen de nodige operaties verrichten. In 1918 kreeg het ziekenhuis pas een eigen specialist, in de persoon van dokter E.H. la Chapelle, die natuurlijk niet alleen chirurgische patiënten behandelde, maar die zich ook door het ontbreken van andere deskundigen met andere gevallen bezighield. "

In die jaren was de directrice verantwoordelijk voor de verpleging en de administratie van het mini-ziekenhuis, een situatie die aan het eind van de jaren '20 aanleiding was tot een gezagsconflict, dat de gemoederen in en buiten het ziekenhuis danig in beweging bracht. Ledenvergaderingen van de vereniging, waarin deze zaak aan de orde kwam, groeiden door hun tot dat toe ongekende massale karakter uit tot openbare volksraadplegingen. Een uniek gebeuren in het anders zo rustige Assen.

Het gevolg van dit alles was dat het bestuur door de leden naar huis werd gestuurd, dat er een geneesheerdirecteur werd benoemd (de internist P. A. Heeres) en dat de directrice, zuster van der Sleen als adjunctdirectrice werd aangesteld. Dokter La Chapelle aanvaardde spoedig een benoeming als orthopedisch chirurg te Amsterdam. In zijn plaats kwam dokter Bast, die niet alleen de praktijk van zijn voorganger overnam, maar die ook waarnemend geneesheerdirecteur werd (a f 300- 's jaars) en tegelijk als gemeentearts functioneeerde voor de chirurgische armenpraktijk (á f 400 - 's jaars). "En verder, " zo vertelt dokter Bast, "had ik eenmaal per week een consultatiebureau voor lichamelijk gebrekkigen in Emmen. Ja, zo werd dat toen genoemd.

La Chapelle had dat er al lang gratis bijgedaan en dat werd van mij ook verwacht. Zoiets was vanzelfsprekend, net zo als de situatie in Assen, waar ik contractueel verplicht was in het ziekenhuis een spreekuur te houden voor minvermogenden. In ruil daarvoor kon ik dan gratis gebruik maken van de ruimten in het ziekenhuis. Overigens kenden wij als specialisten in Assen geen afzonderlijk spreekuur voor particulieren en ziekenfondspatiënten zoals toen gebruikelijk was. ". Afgezien van alle verwikkelingen rondom personen was 1931 toch al een jaar van grote veranderingen voor het ziekenhuis. Aan het eind van dat jaar kon namelijk de eerste grote uitbreiding (van 30 naar 65 bedden) in gebruik worden genomen.

De vraag in het begin was alleen: door wie, want de sprong naar 65 bedden was erg groot. Dokter Bast: "Ik weet nog dat ik met dokter Heeres naar huis fietste en dat hij tegen me zei: 'Als we de zaak nu maar vol krijgen!" 't Waren financieel heel moeilijke tijden en de meeste mensen bedachten zich wel een paar keer voordat ze zich lieten opnemen. Veel mensen hadden toen nog een beetje het idee dat je wel met één been in het graf moest staan als de huisarts je adviseerde om naar een ziekenhuis te gaan. Het gebeurde regelmatig dat een huisarts in de provincie me vroeg om een patiënt te komen overreden. Daarbij kwam nog dat je toen op veel dorpen ziekenhuisverplegingsfondsen kende, waarvan de leden alleen in het Academisch Ziekenhuis in Groningen behandeld werden. Daar berekende men in die tijd een verpleegprijs van f 2,50 per dag (all-in), terwijl Assen ƒ 3— per dag berekende, exclusief het tarief van de specialisten en eventueel gebruik van de operatiekamer (f 10,—) en röntgenfoto's.

Pas in '41 kwam er een wijziging in de regeling der ziekenfondsen en vanaf toen maakte 't geen verschil meer waar je opgenomen werd." De 65 bedden van het Wilhelmina Ziekenhuis waren toch regelmatig bezet. Dokter Bast over de manier waarop dat in z 'n werk ging: "Ik herinner me dat ik vaak patiënten vanuit Emmen in de auto meenam en verder behandelden we ook patiënten van het burgerlijk armenbestuur uit omliggende gemeenten gratis. Daarnaast kwam het regelmatig voor dat we als specialist helemaal geen rekening indienden. Je moest toch wat doen. . . Later is natuurlijk wel gebleken dat er grote behoefte bestond aan specialistische hulp voor inwendige ziekten. En vergeet ook niet dat dokter C. H. Verboom, die in 1931 provinciaal kinderarts (in dienst van het Drentse Groene Kruis) werd, veel baanbrekend werk heeft verricht en ook kinderen in het ziekenhuis behandelde.".

Over de voorzieningen die hij in het ziekenhuis anno 1931 aantrof, zegt dokter Bast: "Het geld dat er toen voor de uitbreiding was, ging helemaal op aan een vergroting van de opnamecapaciteit. Dokter La Chapelle, die hiervoor de voorbereidingen had getroffen, vond het bouwen van een nieuwe operatiekamer niet het meest urgent. Bij mijn komst heb ik toen trouwens wel een moderne operatietafel met moderne lampen gekregen, maar ik heb eigenlijk jarenlang moeten emmeren over een verbetering van de ruimte. Afgezien van deze verbeteringen, was't natuurlijk vooral in vergelijking met nu behelpen geblazen. Kijk, een beetje volledig operatieteam bestond toen toch uit een operateur, een wondassistent(e), een narcosezuster en een instrumenterende zuster. Maar 't was altijd scharrelen om aan personeel te komen.

Van de twee operatiezusters die er waren (zuster Staal en zuster Bos) is zuster Staal vrij spoedig na mijn komst vertrokken en toen moest ik maar zien hoe ik me redde. Dank zij de medewerking van velen lukte dat. Ik weet nog dat de adjunctdirectrice vaak narcose gaf en als instrumenterende zuster optrad. Toch waren er wel moeilijkheden. Ik had eens een keizersnede onder handen, samen met een zuster als wondassistentie, die zeilf zwanger was. Op het moment dat ik de baarmoeder opende en er het nodige bloed tevoorschijn kwam, viel de zuster flauw. Toen stond ik er verder alleen voor.

De tijden zijn veranderd. Tot 1954 is dokter Bast aan hel Wilhelmina Ziekenhuis verbonden geweest. Na een functie te hebben gehad bij de Rijksverzekeringsbank werd hij directeur van het Burger Ziekenhuis in Amsterdam. Sinds een aantal jaren is hij weer terug in Drenthe en woont hij samen met zijn vrouw in een heerlijk boerderijtje in de bossen bij Gijsselte. "Of ik nog wel eens ik het ziekenhuis ga kijken? Ach, het is allemaal zo veranderd. Ik maak nog wel eens een praatje met de portier en dan valt je van alles op. Vroeger waren de patiënten personen, nu zijn het nummers. Ja, administratief gezien dan, hè. Vroeger hielp de portier een patiënt naar de zaal brengen en hoefde hij niet in een register of in een kaartenbak te kijken als er bezoek kwam. Maar ja, dat was ook de tijd waarin de huisarts tijd voor zijn patiënten had.

Weet u dat van dokter Kalverkamp, die zaterdagsavonds bij één van zijn vrouwelijke patiënten op visite ging? Nou, die vrouw praatte en praatte over haar psychische moeilijkheden en hij rookte een sigaar en luisterde. . . . Als de sigaar op was gaf hij goede raad. En deze therapie werkte. Ik denk wel dat men tegenwoordig in zulke gevallen te snel zijn heil zoekt bij de chemie.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl