In en om Assen





Het Wilhelminaziekenhuis in de jaren '70


Bronvermelding:
'Mensen en muren; 90 jaar werken tussen de verbouwingen door'. Geschreven in opdracht van de directie van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen door Ellen S. de Vries - Heyboer, historica. Assen, 1997


De ingang van het WZ in de jaren '70


De slagboom werd er met regelmaat uitgereden


De laatste grote uitbreiding vond plaats in 1970, met een geheel nieuwe vleugel. Het WZA telde 358 bedden en er waren 24 specialisten werkzaam. Aan de patiënten werd ook gedacht. De wachtkamers werden verbeterd zodat er een einde kwam aan de 'volle gangen', en voor de lopende patiënten en het personeel werd een café geopend in de Schalm, de voormalige Hervormde kapel aan de Oosterhoutstraat. Bezoek en patiënten konden hier lezen, televisie kijken, biljarten, kaarten en er was een mogelijkheid om te tafeltennissen dan wel tafelvoetballen. Voorwaar een hele verbetering.

Erg druk waren de spreekuren overigens niet. Op de chirurgische polikliniek was men over het algemeen om vier uur 's middags klaar met de werkzaamheden, waarna thee werd gedronken met de twee chirurgen, de drie polizusters en de administratieve kracht. Twee dagen per week was bovendien een secretaresse aanwezig. Om ongeveer half zes togen allen huiswaarts. Ter vergelijking 1997. De chirurgische polikliniek is uitgegroeid tot een volwaardige spoedeisende hulp waar ongeveer 35 mensen, deels in continudiensten, werkzaam zijn, en overwerk niet ongewoon is.

De belangstelling voor de activiteiten van de personeelsvereniging liep vanaf de jaren zestig terug. Een uitzondering hierop vormde de vakantieobjecten waarvoor een toenemende belangstelling bestond. Besloten werd dan ook om, behalve de caravan en de tent, nog een tweede tent aan te schaffen. Om iedereen in de gelegenheid te stellen hiervan gebruik te maken werden de laagstbetaalden naar en van de vakantieonderkomens gereden door autobezitters. Autobezitters vormden in de loop van de jaren zeventic steeds minder een uitzondering. Gevolg was een toenemend parkeerprobleem rondom het ziekenhuis. Vooral tijdens de bezoekuren was de chaos compleet. Om het geheel enigszins in goede banen te leiden werd een parkeerwacht aangesteld. Gekleed in uniform, leren jas en pet, haalde de heer van de Laan zelfs een aantal malen de krant.

Een onderdeel van zijn taak was de bediening van de slagboom die een deel van het terrein afsloot. Die slagboom werkte overigens zeer traag, werd er met regelmaat uitgereden en even blijmoedig met behulp van oude planken weer ingetimmerd. Als het bezoek uiteindelijk een plaatsje had kunnen bemachtigen, moest een nieuwe hindernis genomen worden. De portier had van de verpleegafdelingen het verzoek gekregen om bezoekers tegen te houden tot de officiële aanvangstijd van het bezoekuur. De klapdeur bleef gesloten totdat de hal overvol raakte. Dan werd de regel versoepeld en mocht het bezoek tot aan de trap, waarop de portier had plaatsgenomen. 'Ik voelde mij een soort politieagent' zei Feike Greydanus jaren later.


Foto genomen tussen 1962 en 1968 toont de zaal van het zusterhuis van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen, aan de zijde van de Oosterhoutstraat. (collectie Drents Archief)


Om half zes begon het wekken


De werkzaamheden van de portier zijn altijd veelzijdig geweest. Direct na de oorlog was er nog geen sprake van een speciale portiersfunktie; hij was veeleer een manusje van alles. De taken liepen uiteen van schoonmaakwerkzaamheden tot het vervoeren patiënten met de fietsbrancard. Steeds meer werd de portiersloge een centrale post in het ziekenhuis. Door de ligging van de portiersloge in het ziekenhuis aan de Zuidersingel was de portier van alles op de hoogte. Met weemoed denkt Greydanus terug aan de tijd dat 's nachts de dienstdoende medewerkers, het ambulance personeel en soms ook zwervers een kopje koffie dronken in de veel te kleine loge. 's Nachts gingen de werkzaamheden van de portier door. Onder andere werden de gegevens van opgenomen patiënten verwerkt op ponsplaatjes. Zout strooien bij gladheid en het schoonmaken van het aquarium stond ook in zijn taakomschrijving. Ondanks alle werkzaamheden was er nog wel eens tijd voor andere zaken. Greydanus die zeer betrokken was bij de toneelclub van de personeelsvereniging, studeerde 's nachts zijn rollen in. De koffiedrinkers vormden zijn publiek.

Dat er een langzame mentaliteitsverandering plaatsvindt, was ook te merken in het ziekenhuis. Patiënten werden steeds mondiger, en durfden openlijk te klagen als hen iets niet beviel. Deze klachten kwamen breed uitgemeten in de dagbladen, waarbij ook het WZA niet ongeschonden bleef. Al die negatieve kritiek op het ziekenhuis ging sommige mensen te ver, getuige een ingezonden stuk in een provinciaal dagblad van een tevreden klant. 'Lof en niets anders wil ik zowel de heren doctoren als verplegend personeel doen toekennen van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Mijn grootouders zijn er gestorven en mijn vader ook na een zeer goede behandeling, zowel dag als nacht(...) Maar zowel mijn vrouw als ik vertrouwen blindelings ons leven toe aan dit ziekenhuis (...).'

Blijkens enquêteformulieren die vanaf deze tijd met enige regelmaat werden uitgereikt, waren patiënten over het algemeen tevreden met het WZA. Dit ondanks het feit dat in Assen de patiënt vergeleken met andere ziekenhuizen in den lande, het vroegste op moest. Al om half zes begon het wekken en een kwartier later kwam de waskom. Alhoewel dit vroege tijdstip in geen enkel ziekenhuis in Nederland gehanteerd werd was het volgens de directie niet mogelijk om hier verandering in te brengen.


Ansichtkaart uit 1975 van het Wilhelmina Ziekenhuis aan de Europaweg-Zuid te Assen. (collectie: Drents Archief)


Er was keuze uit één menu.


Eigenlijk wonderbaarlijk dat er zo weinig geklaagd werd, aldus Jan de Vries, daar mee doelende op zijn vakgebied, de keuken. Twintig jaar geleden werd nog heel huishoudelijk gekookt. Er was keuze uit één menu. Het eten werd in pannetjes geschept die vervolgens in een warmhoudkast werden geplaatst. Een zeer onhygiënische toestand, die overigens niet afwijkend was van andere ziekenhuizen. In de jaren zeventig kwam hier geleidelijk verandering in. Er kwam een meerkeuze menu en een betere organisatie binnen de keuken. Toch was het werken in de keuken van het oude WZA niet altijd even gemakkelijk. Denk alleen al aan de maaltijden die over straat vervoerd moesten worden naar de kinderafdeling en naar Anholt. Anholt is tegenwoordig een zelfstandige inrichting en voorziet in zijn eigen voeding. Ook het tafeltje-dekje-systeem waarmee een vijftigtal Asser bejaarden van voeding werd voorzien is afgestoten. Achteraf jammer vindt De Vries, omdat een klein ziekenhuis streeft naar het bereiden van zoveel mogelijk maaltijden.

De jaren zeventig zijn ook de jaren van medezeggenschap en discussie. In 1977 stelde de afdeling Personeelszaken WZA een 'Discussienota Personeelsbeleid' op, waarvan het de bedoeling was dat deze afdelingsgewijs bediscussieerd zou worden. In 1981 bleek de discussienota 'nog steeds onderwerp van discussie tussen directie, bestuur en O.R.' In het WZA had de democratisering aan het begin van de jaren zestig, zij het aarzelend, zijn intrede gedaan. W. Harteveld kon zich herinneren dat er uit het verpleegkundig personeel een zogenaamde 'vertegenwoordigersvergadering' kwam. Daarin had zowel van de hoofden van de verpleegafdelingen, als de gediplomeerden en van de leerlingen, één afgevaardigde zitting. De eerlijkheid gebood hem er overigens aan toe te voegen dat de directieleden de afgevaardigden uitkozen.

Al in 1979 werd besloten tot de bouw van een geheel nieuw ziekenhuis. Voordat het echter zover was dat de plannen waren goedgekeurd moest men verder op dezelfde plek. Elke afdeling had te maken met te krappe huisvesting, maar op sommige afdelingen was de situatie schrijnender dan elders. Een voorbeeld hiervan was afdeling B, de interne afdeling, die gesitueerd was in het oude gedeelte van het ziekenhuis. Afdeling B had 44 bedden verdeeld over een aantal zalen van acht bedden, een aantal vierbedskamers en een paar eenbedskamertjes, en een slecht functionerend riool onder de vloer. Wel waren er openslaande deuren met vrij entree voor de eenden. Er was voor de patiënt geen ruimte om zich terug te trekken en ook de was- en toiletgelegenheid was ver onder de maat. Op een beddenbestand van 44 waren vier toiletten en twee douches.


Foto genomen tussen 1945 en 1998 toont Het voormalige verpleeghuis Anholt met tuin en weg op de voorgrond, aan het Oosterhoutje te Assen. (collectie Drents Archief)


'dokter zal het wel weten'


Terugkijkend zegt Gerda Breukelaar, tegenwoordig teamleider van Cl, dat ze af en toe nog wel heimwee heeft naar B. Een 'zalige afdeling' noemt ze het, hoewel het zeer rumoerig was omdat B, evenals bijvoorbeeld de röntgen, als doorgaande route gebruikt werd. Toch werd door patiënten weinig geklaagd. Mevrouw Gerkes die destijds op een achtpersoonszaal lag, vond het eigenlijk heel gezellig. Het enige nadeel was de geringe hoeveelheid sanitaire voorzieningen. Dat er weinig privacy voor patiënten vond ze geen bezwaar. Vanaf het moment dat ze lopende patiënt was, maakte ze 's avonds een ommetje door de gangen van het ziekenhuis. De eerste stop was altijd de portier.

Vragen aan de arts durfde men over het algemeen nog niet. Het uitgangspunt: 'dokter zal het wel weten' maakte dat heel veel patiënten onderzoeken ondergingen zonder op de hoogte te zijn van het hoe en waarom. Wellicht was er sprake van een wisselwerking, want ook de medici praatten weinig en terughoudend. Gerda kan zich nog herinneren dat zij na afloop van de visite van de internist bij de patiënten langs ging om nadere uitleg te geven, wat in veel gevallen geen overbodige luxe bleek. Anno 1997 is deze situatie gelukkig in vele opzichten veranderd. Patiënten worden gestimuleerd om vragen te stellen, en medici hebben geleerd zich anders op te stellen. Steeds meer is de zieke mens centraal komen te staan in plaats van de ziekte

Om de röntgenafdeling te vinden hoefde je in die tijd alleen maar af te gaan op de fixeerlucht. Het spoor leidde naar de kelder. Bij gebrek aan ruimte moesten patiënten noodgedwongen op de gang wachten. Dezelfde gang die een doorgaande route vormde voor vele anderen. Om negen uur 's morgens vingen de werkzaamheden aan en gingen, met onderbreking van een twee uur durende middagpauze, door tot 's avonds laat. Voor het dienstdoende personeel waren werkdagen van veertien uur geen uitzondering. Helaas voor patiënten waren wachttijden van twee uur dat ook niet. Dit laatste had ook te maken met de dubbele agenda die werd bijgehouden, waarin een scheiding werd gemaakt tussen de interessante onderzoeken en de meer routinematige klussen.

De emancipatie had blijkbaar in de jaren zeventig nog geen vaste voet aan de grond gekregen op de röntgen, want de eerstgenoemde categorie onderzoeken was voorbehouden aan het mannelijk personeel, evenals het schoonmaken van de ontwikkelmachine, wat elke zondag diende te gebeuren. De klachten van patiënten betroffen in de jaren zeventig dan ook voornamelijk de lange wachttijden. In antwoord op de klachtenbrieven onderkende M. Beens, het toenmalige hoofd van de röntgenafdeling, meestal het probleem, wat zeker niet alleen de dubbele agenda was, maar ook het steeds groter wordende patiënten aanbod, de storingsgevoelige machines, en niet te vergeten het ruimtegebrek. In 1981 schreef hij naar aanleiding van een klacht: 'Het is dan ook niet voor niets dat wij toestemming kregen om een geheel nieuw ziekenhuis te bouwen elders in de gemeente Assen.'






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl