In en om Assen





Het WZA verrijst aan de Europaweg Zuid


Bronvermelding:
'Open huis krant Wilhelmina Ziekenhuis - Assen'; d.d. 11 april 1990. Een artikel van drs. W.J.P. Versteeg


De hoofdingang van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen (foto: Sietse Kooistra, 2014)


" Een ziekenhuis bouwen en inrichten is een gigantische klus."


Nog drie jaar bouwen, stond er enkele jaren geleden op een groot bord langs de Europaweg-zuid in Assen. Achter het bord lag een grote open vlakte, waar kort daarvoor nog het gebouw van Port Natal tussen de bomen oprees. De bomen staan er nog steeds, maar op de plaats van dit gebouw is een minstens even markant bouwwerk verrezen: het nieuwe Wilhelmina Ziekenhuis. Een ziekenhuis bouwen en inrichten is een gigantische klus. Drs. W.J.P. Versteeg, direkteur algemene zaken (tevens bouwdirekteur) van het WZA weet daarover mee te praten. Hij heeft zich in de afgelopen drie jaar menigmaal de kledingstukken van een ware 'bouwpastoor' moeten aanmeten. Niettemin kan hij zich ook voorstellen dat de bouw voor de niet direkt-betrokkenen vrij geruisloos is verlopen.

„Ik kan me indenken dat de indruk is ontstaan dat het allemaal van een leien dakje is gegaan. Natuurlijk zijn er bij de bouw wel de nodige problemen geweest. Je komt allerlei onverwachte zaken tegen, maar ik moet zeggen dat de leden van het bouwteam zich een soort Drentse wijze van werken hebben eigen gemaakt, een werkwijze waarbij gemoedelijkheid en zakelijkheid uitstekend naast elkaar funktioneren. Dit heeft grote geleid dat we ondanks bepaalde moeilijkheden en bezuinigingen toch een kwalitatief goed gebouw hebben neergezet en ook nog binnen de daarvoor gestelde termijn".


Zachte winter


De weergoden hebben ook behoorlijk meegewerkt. Drs. Versteeg: „Inderdaad, we hebben twee zeer zachte winters gehad. Daar staat tegenover dat er in het begin van de bouwtijd erg veel regen is gevallen en dat heeft ons wel de nodige hoofdbrekens gekost. De grond was zo drassig dat de vrachtauto's met beton er in dreigden weg te zakken. Tijdelijk heeft dit ook tot gevolg gehad dat het bouwverkeer gedurende een tiental dagen via de Beilerstraat naar het nieuwbouwterrein werd geleid. Dit was tegen de afspraken die we met de bewoners van omliggende straten hadden gemaakt, maar we hebben van hen toch alle mogelijke medewerking gekregen.' Voordat de bouw begon waren er toekomstige buren van het nieuwe ziekenhuis die vreesden voor bouwschade. „Ja, dat is achteraf reusachtig meegevallen. Gelukkig zijn de voorspellingen van de deskundigen op dit punt uitgekomen. Men had het risico namelijk vrijwel uitgesloten. Natuurlijk zijn er wel enkele schadegevallen door het heien gemeld. In één a twee gevallen hebben die geleid tot een schadevergoeding. Een vergoeding, die door de aannemer in natura is vergoed, tot tevredenheid van de betreffende bewoners".


Onze fietsenstalling is zeer modern van vormgeving


Het verkeer zal ook in de toekomst alleen gebruik maken van de Europaweg-zuid? Versteeg: „Dé afspraak is dat de ingang en de uitgang gesitueerd zijn aan de Europaweg. Aan de Beilerstraat komt alleen een nooduitgang voor ambulances. Er zal voor gezorgd worden dat ander gemotoriseerd verkeer hier in ieder geval niet naar binnen kan. Aan de andere kant, dus via de gewone ingang, komt men op een zeer ruim parkeerterrein voor zeker 350 auto's". Het ziekenhuis ligt zo centraal dat men er ook gemakkelijk met de fiets kan komen. „Voor de fietsers hebben we een aardige verrassing in petto, want de architect heeft in overleg met het ziekenhuis een bijzonder fraaie fietsenstalling ontworpen. Vaak zie je bij nieuwe ziekenhuizen op het voorterrein zo'n lelijk plaatstalen geval. Onze fietsenstalling is zeer modern van vormgeving en het biedt door een lange overkapping de mogekijkheid om bij slecht weer de hoofdingang droog te bereiken.

Het WZA heeft meer terrein aangekocht dan direkt voor de bouw van het ziekenhuis nodig is. Wat gaat er met dit terrein gebeuren? Versteeg: „Niets. Dit gebied blijft een parkachtig karakter houden, waar bezoekers en lopende patiënten voor een wandeling gebruik van kunnen maken. Het terrein is al enige tijd in onderhoud bij de Stichting Landschapsbeheer Drenthe". Het klinkt misschien wat vreemd om bij de ingebruikneming al te praten over mogelijke uitbreidingen. Is daar bij het ontwerp rekening mee gehouden? „Die mogelijkheden zijn er zeker. De architekt heeft een ziekenhuis gebouwd volgens de zogenaamde dubbele kamstruktuur. Je kunt 't aan de vorm van het gebouw zien: het is een langgerekt hoofdlichaam met verschillende zijarmen. De tussenruimten zouden eventueel bebouwd kunnen worden en verder is het ook mogelijk enkel lagere gedeelten van een extra bouwlaag te voorzien. We kunnen dus voorlopig vooruit".


Nood-ziekenhuis


Feitelijk heeft Assen niet één nieuw ziekenhuis gekregen, maar zijn er tegelijkertijd twee ziekenhuizen gebouwd. Onder het nieuwe gebouw is namelijk een nood-ziekenhuis aangelegd. Officieel heet dat een voorziening in buitengewone omstandigheden (V1BO). Ieder ziekenhuis van de omvang als in Assen (340 bedden) is verplicht zo'n nood-ziekenhuis te bouwen. Over het praktische nut daarvan wordt verschillend gedacht. Tot voor kort was de gedachte nog dat ingeval van een ramp (lees: een kernramp) deze voorziening benut zou kunnen worden voor de verzorging van gewonden. Dit afgezien van de vraag of het wel mogelijk zou zijn inkorte tijd ondergronds over de benodigde apparatuur te kunnen beschikken. Hoewel de VIBO-ruimte voor dit doel beschikbaar moet blijven is het toegestaan er ook gebruik van te maken voor de opslag van bedden en archiefmateriaal. Van die mogelijkheid zal het Wilhelmina Ziekenhuis zeker een dankbaar gebruik gaan maken.


Het wandelpark van het ziekenhuisterrein (foto: Sietse Kooistra, 2014)


In negentig jaar is de samenleving veranderd en al die veranderingen hebben geen halt gehouden bij de deur van het ziekenhuis.


Bronvermelding:
'Mensen en muren; 90 jaar werken tussen de verbouwingen door'. Geschreven in opdracht van de directie van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen door Ellen S. de Vries - Heyboer, historica. Assen, 1997


Het zou tot 1990 duren voordat de overgang van het oude naar het nieuwe ziekenhuis een feit was. Op 2 mei van dat jaar werden de patiënten verhuisd. Een gigantische operatie, die dankzij een goede voorbereiding vrijwel vlekkeloos verliep. Over het uiterlijk van het nieuwe ziekenhuis lopen de meningen nogal uiteen. Volgens sommigen verdient de buitenkant geen schoonheidsprijs. 'Het doet kil en afstandelijk aan, ziet eruit als een fabriek en de kleuren zijn ronduit lelijk' aldus chirurg Hans de Groot. De vergelijking met een zwembad wordt dan ook door velen gemaakt. Over het interieur zijn de meningen eenduidiger. De meesten vinden het zeer de moeite waard. Zowel qua ruimte, met name voor de patiënt, qua kleuren, en in de meeste gevallen ook qua indeling.

Voor de patiënten is de situatie er zeker op vooruit gegaan. Minder bedden op een kamer en veel meer rust op de afdelingen. Mevrouw Gerkes, in 1997 een patiënte op Cl, vindt het nu allemaal veel schoner en uitgebreider. Wat haar wel opviel bij de poliklinische bezoeken, was dat de spreekkamers van de specialisten en de polikliniek aan de kleine kant zijn. Ook het kantoortje van de hoofdzuster is niet ruim bemeten. In 1997 ondergingen de verblijfsruimten een facelift. De donkere, saaie, sobere pleinen, die patiënten links lieten liggen, zijn omgetoverd tot lichte, fleurige ruimten waar koffie en frisdrank wordt geschonken en waar tijdschriften en kranten voorhanden zijn.

De manier waarop het ziekenhuis gebouwd is voorkomt geren en gedraaf door afdelingen waar men niet hoeft te zijn, aldus de architect Tuns. Hoewel het over het algemeen als zeer prettig ervaren wordt, lijken sommigen de veelvuldige contacten met anderen toch te missen. Een daarvan is Harry Plender, het hoofd van de röntgen. Hoewel in de huidige accommodatie veel efficiënter gewerkt kan worden en het vooral voor de patiënten veel aangenamer is, mist hij de sociale contacten met andere afdelingen. De decentrale ligging maakt de röntgenafdeling als doorgaansroute overbodig.

Ook Gerda Breukelaar merkt op dat de contacten overwegend beperkt blijven tot de eigen laag en de eigen' afdeling. Ervaringen uitwisselen met anderen, wat toch heel nuttig kan zijn, komt vrijwel niet meer voor. Binnen de eigen afdeling wordt wel veel overleg gepleegd. Zo is er elke dag een evaluatie, vinden functione rings- en ziekteverzuimgesprekken plaats en is er regelmatig overleg met de ombudsfunctionaris. Behoudens al dat overleg is het werk op de afdeling veel intensiever geworden. Niet alleen neemt de categorie oudere patiënten toe, maar ook is de gemiddelde ligduur veel korter geworden.

Dit geldt niet alleen voor de interne afdeling, ook op chirurgie is de patiëntenpopulatie anders geworden en het verloop groter. Vroeger waren de zalen gevuld met gezonde en veelal jonge mensen, omdat iedereen bleef totdat de hechtingen verwijderd waren. Door dagopnames en scopiën (slangetje met camera) zijn de jongeren verdwenen omdat ze maar heel kort worden opgenomen. Nu zijn het veelal oudere ziekere mensen die langer in het ziekenhuis verblijven. Een categorie patiënten die uit het ziekenhuis verdwenen is, zijn degenen die ter observatie werden opgenomen. Vrijwel alle onderzoeken kunnen nu poliklinisch afgehandeld worden, wat in ieder geval voor de patiënt een stuk plezieriger is. De werkdruk op de polikliniek is dientengevolge wel enorm toegenomen.

Hoewel het werken op elke afdeling veel intensiever geworden is, bleef in de meeste gevallen de personeelsformatie gelijk. Een omvangrijke reorganisatie- en bezuinigingsoperatie in de jaren negentig ligt hieraan ten grondslag. Daarbij werd uitgegaan van een personeelsreductie waarbij de kwaliteit van de zorgverlening gehandhaafd moest blijven. Om voor een leidinggevende funktie in aanmerking te komen moet tegenwoordig een aantal ingewikkelde procedures worden doorlopen, in tegenstelling tot twintig jaar geleden. Gerda Breukelaar herinnerde zich dat de verpleegkundig directrice Zr. Wiersum 's avonds bij haar thuis kwam om te vragen of zij er niet voor voelde om hoofd te worden van afdeling B. Dit 'sollicitatiegesprek' speelde zich af in de keuken, omdat Gerda op dat moment aan het koken was.

Op de operatiekamer is het aantal operaties in twintig jaar is toegenomen van 2500 per jaar naar 6000 nu, ofschoon er nauwelijks uitbreiding van het aantal formatieplaatsen was. Hoewel er meer operateurs zijn, het aantal snijdende specialisten bedraagt veertien, is die toename vooral het gevolg van de uitbreiding van operatietijd. Voorheen werd alleen de ochtenden gewerkt, nu wordt de hele dag gevuld. Terwijl ruim twintig jaar geleden de eerste blindedarmoperatie 's nachts voor heel wat consternatie zorgde, wordt nu 's avonds en 's nachts indien dat nodig is, zonder problemen doorgewerkt. De verdere uitbreiding van operatietijd was ook mogelijk doordat de werkzaamheden van het personeel veranderde. Een aantal jaren geleden werd nog veel tijd gespendeerd aan het schoonmaken en steriliseren van instrumenten en overig materiaal. Ook het aanvullen van de voorraden behoorde tot het takenpakket van de assistent. Deze werkzaamheden worden nu gedaan door mensen die daarvoor zijn opgeleid, zodat de operatieassistent zich kan beperken tot waarvoor hij is aangenomen. Het werk is wel aantrekkelijker geworden, zo is de ervaring van Jan Gieling, hoofd van de 0K. De beschikking over een eigen budget voor de aanschaf van apparatuur, opleiding, vorming en training is bevorderlijk voor het bewuster en efficiënter werken. Ook het lager leggen van verantwoordelijkheden, een werkwijze die op elke afdeling wordt gehanteerd, wordt als zeer prettig ervaren. De samenwerking met de specialisten is in gunstig opzicht veranderd. Doordat de gezagsverhoudingen wezenlijk anders zijn geworden wordt nu veel meer als team gewerkt.

Op de röntgen is het aantal onderzoeken vergeleken met 1989 enorm toegenomen: van 36.000 naar 63.000 in 1996. Ook Harry Plender erkent dat er veel efficiënter wordt gewerkt, en waarschijnlijk met veel meer plezier. Evenals op de operatiekamer is de lange lunchpauze verdwenen, en omdat alle onderzoeken tijdens diensttijd kunnen voorkomen, wordt van ieder personeelslid verlangd dat hij, en natuurlijk ook zij, ze allemaal kan verrichten.


De blote man van Frode Bolhuis, genaamd Om-geven, waakt over de hoofdingang. (foto: Sietse Kooistra, 2014)


Efficiënt en marktgericht werken


Op de bovenste verdieping van het ziekenhuis staan grote verwarmingsketels, stoomketels en luchtverversingsinstallaties die ieder met eigen kanalen dieper het ziekenhuis ingaan. Dit is het belangrijkste werkterrein van werktuigkundige Bert Pastoor. Dat er efficiënter gewerkt wordt komt, volgens hem, voor een belangrijk deel omdat iedereen zijn eigen werkplek heeft. 'Het gesjouw over andermans afdelingen is afgelopen. Inherent daaraan is dat daardoor de contacten met andere disciplines minder zijn geworden, wat soms wel jammer is', volgens hem. Een belangrijk project van de technische dienst in het kader van de bezuinigingen was een energiebesparingsprogramma in de jaren negentig. Hiervoor werden in totaal ongeveer 35 projecten uitgevoerd. Dit varieerde van schakeltijden voor de verlichting in het trappenhuis tot de aanschaf van waterbesparende douchekoppen. Het noodstroomaggregaat van het ziekenhuis werd omgebouwd en kan nu aan het openbare net energie leveren, waarbij de elektriciteitscentrale het ziekenhuis een vergoeding geeft voor de gemaakte draaiuren. Dat alles resulteerde in een bezuiniging op energie van maar liefst 15%.

Dat de budgettering in alle geledingen belangrijk is, merkt ook Jan de Vries op. 'Er zal op een meer concurrerende manier gekookt moeten worden, al was het alleen maar om te voorkomen dat over een paar jaar een cateringbedrijf op de stoep staat' is zijn mening. Uitgekeken wordt bijvoorbeeld naar een totaalpakket leverancier, wat op allerlei gebied voordelen heeft. In tegenstelling tot vroeger toen de slager, de groenteboer, de visboer en vele anderen aan huis leverden. Het blijft evenwel een beetje triest, volgens De Vries, als je beseft dat op de totale verpleegprijs de voeding slechts drie tot vier procent beslaat. Wat budgettair ook meespeelt is dat door de verkorte opnameduur veel minder voedingen per patiënt worden verstrekt. Eten wat de pot schaft is er al lang niet meer bij. Italiaans of Oosters, in de keuken draait men er de hand niet voor om.

De eindverantwoordelijkheid voor onderzoek en behandeling van zieke mensen ligt bij de leden van de medische staf. Degenen die het ziekenhuis bezoeken zijn in de eerste plaats georiënteerd op de bekwaamheid en de zorg die vanuit die staf wordt geboden. De medische staf, inmiddels bestaande uit ruim vijftig personen, die net als vele anderen primair gericht is op patiëntenzorg, heeft zich in de afgelopen jaren noodgedwongen beziggehouden met termen als 'budgettering' en 'ziekenhuisbeleidsplan'. Niet alleen werden de medisch specialisten geacht in allerlei commissies en overlegplatforms zitting te nemen, daarnaast was er, met de komst van het nieuwe ziekenhuis, op elk gebied een forse toename van het patiëntenaanbod te constateren. De combinatie van een toenemend patiëntenaanbod waarvan de behandeling intensiever en ingewikkelder is geworden, en de vele vergaderingen pleegt roofbouw op mensen, volgens Jan de Vries. Terwijl de differentiatie op de werkvloer is toegenomen lijkt het tegengestelde bij de leidinggevenden plaats te vinden. Voor de steeds uitbreidende administratieve rompslomp, de problemen met budgettering en de diverse overlegcommissies zijn de meesten niet opgeleid. De opmerking van De Vries dat er veel meer van je geëist wordt dan waarvoor je bent aangenomen, wordt dan ook door velen onderstreept.

In negentig jaar is de samenleving veranderd en al die veranderingen hebben geen halt gehouden bij de deur van het ziekenhuis. De toenemende invloed van de overheid en verschillende democratiseringsvormen hadden hun weerslag op de ziekenhuiswereld. De kleinschaligheid van de beginjaren, waarin het bestuur en de directie voornamelijk als verantwoordelijken fungeerden, is verdwenen. Er is meer verantwoordelijkheid op de werkvloer en het huidige motto is efficiënt en marktgericht werken, omdat kostenbeheersing een kernbegrip is geworden in de gezondheidszorg.

Het Wilhelmina Ziekenhuis is voor velen een plezierig ziekenhuis om te werken en de wil om een goed produkt te leveren staat op de voorgrond. Dat men daar in toenemende mate in slaagt blijkt uit èen onlangs gehouden enquête onder huisartsen en patiënten. De hoge waardering van de huisartsen is belangrijk voor het ziekenhuis, omdat een positief advies een belangrijke motivatie is voor de patiënt om voor het WZA te kiezen. Dat de patiënten in grote lijn tevreden zijn is wellicht van meer belang, want daar gaat het uiteindelijk allemaal om.


Mijn dank gaat uit naar Maria Ruygrok van de afdeling communicatie van het WZA voor de gastvrije ontvangst en het beschikbaar stellen van het documentatie materiaal.


Informatie over het ziekenhuis vindt u op de website van het Wilhelmina Ziekenhuis, Assen






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl