In en om Assen





Dokter H.W. Mook


Bronvermelding:
'Waar men den kranke, zoo 't kan, geneest ...' Jubileumboek 75 - jarige geschiedenis van het Wilhelmina ziekenhuis in Assen, 1985. Teksten Bertus Boivin en Chris van der Veen.


Geneesheer-directeur en internist Dr. H.W Mook


"Zoekt gij rust, vestigt u te Assen "


"Zoekt gij rust, vestigt u te Assen ". Treinreizigers, die voor de laatste wereldoorlog Assen aandeden, konden deze gemeentelijke uitnodiging die op een blinde muur langs de spoorlijn was aangebracht, niet missen. Dat ook dokter H. W. Mook, die zich in 1939 als geneesheer-directeur en internist aan hel Wilhelmina Ziekenhuis verbond, kennis nam van deze boodschap is zeker, want anno 1981 weet hij zich het bord met deze woorden nog als de dag van gisteren te herinneren. Oj het nu juist deze woorden geweest zijn die hem deden besluiten zich in Assen te vestigen, laten we maar even in het midden. Hoewel, rustig was 't toen nog wel en ondanks het feit dat de Tweede Wereldoorlog spoedig zou uitbreken, bleef de gemoedelijkheid nog jarenlang de meest sfeerbepalende factor in de ziekenhuisverhoudingen. Eigenlijk was gans het personeel één grote familie. Natuurlijk, er waren bepaalde gezagsverhoudingen, waar niet aan getornd werd. De geneesheer-directeur werd in de wandeling Pa genoemd (Pa Heeres, Pa Mook) en als men het over de adjunct-directrice had, dan sprak iedereen over Ma Keur.

De gemoedelijkheid en de prettige onderlinge verhoudingen kwamen juist goed uit de verf als er iets te vieren viel en dat gebeurde nogal eens: een eindexamen, de opening van een nieuw gedeelte van het ziekenhuis en natuurlijk ook de gebruikelijke hoogtijdagen met Sinterklaas en Kerst. Veertig jaar lang speelde de Asser huisarts, dokter Wielinga, voor Sinterklaas en personeelsleden die ooit met hem een rondgang langs de patiënten maakten, krijgen nog lichtjes in de ogen als ze erover praten. En wat te zeggen van de kerstviering op de "Brink" (een kleine verbreding van de gang bij de operatiekamer) met de heer Van Dalen in een witte jas die de kerstverlichting ontstak. Dat was de tijd waarin een zusterkoor op Eerste Kerstdag op alle afdelingen liederen ten gehore bracht. . . Gezongen werd er trouwens wel vaker, ook door de heren-medici. De Asser Sängerknaben, waartoe ook dokter Mook behoorde, boekten met hun optredens (en met hun bolhoeden) veel succes.

Het begrip secundaire arbeidsvoorwaarden bestond nog niet, maar desondanks werd er toch al veel aandacht besteed aan tal van bijkomende zaken, zoals de vakantiemogelijkheden. Het ziekenhuis schafte een caravan (met de naam Tonicum) aan die door dokter Mook naar een bepaalde bestemming werd gereden, terwijl de specialisten daarna zorg droegen voor de aan- en afvoer van personeelsleden en hun gezinnen. Dokter Mook, samen met 'zijn ' secretaresse mej. Nieboer op deze tijd terugkijkend, weet zich nog veel van dit soort leuke zaken te herinneren. "We hebben altijd enorm veel plezier gehad en wat natuurlijk erg belangrijk was, je kende alle personeelsleden. Toen ik kwam in '39 waren er maar twee specialisten, dokter Bast en dokter Verboom. De KNO-arts, de zenuwarts en de huidarts kwamen allemaal één dagje per week vanuit Groningen. En stel je voor: ik was niet alleen namens het bestuur de werkgever van het personeel, maar ook voor het interne personeel de controlerende arts en de behandelende arts. En ik keurde ze ook nog bij hun aanstelling. De FNV zou gewoon uit elkaar spatten als dat soort dingen nu nog in gebruik zouden zijn. Maar toen was dat heel gewoon. Pas in 1964 mocht het personeel zelf een behandelend arts kiezen.

Jarenlang - tot 1958 - oefende dokter Mook naast zijn directeurschap ook nog een eigen praktijk uit en tot 1961 was hij hoofd van het laboratorium. Eigenlijk al vanaf zijn komst in '39 is hij bezig gexeeest met uitbreidings- en nieuwbouwplannen. "Na de oorlog waren er nogal wat tuberculosepatiënten en we hebben toen plannen gemaakt voor een speciale tb-afdeling. Uiteindelijk is dat niet doorgegaan omdat er aan het begin van de jaren '50 een kentering kwam in de bestrijding van tuberculose. We hebben de plannen toen omgebogen in de richting van een nieuwe kinderafdeling en die is in '53 door de toenmalige Commissaris van de Koningin, mr. J. Cramer, geopend.


Foto genomen in 1960 toont Prinses Irene die het Wilhelmina Ziekenhuis Assen bezoekt; rechts geneesheer-directeur H.W. Mook. (collectie: gemeente Assen)


Pas aan het eind van de jaren '50 zijn de grote uitbreidingen gerealiseerd. Eerst het zusterhuis, waar iedereen even trots op was en waar prinses Irene nog is wezen kijken, en in 1960 de opening van de grote uitbreiding. Toen zaten we op ongeveer 100 bedden. Ja, als je het nu allemaal nog weer ziet, dan was 't de eerste jaren toch maar behelpen. Maar de sfeer heeft er niet onder geleden. " Het feit dat hij na '58 zijn eigenlijke werk als internist niet meer uitoefende, had voor dokter Mook ook tot gevolg dat zijn contacten met de patiënten verminderden. "De grote veranderingen in de omgang met de patiënten zijn later gekomen, " zegt hij. "Ze moeten nu mondig zijn en alles weten wat er met hen aan de hand is. En dat streven om inzage te krijgen in alle papieren, gelukkiger worden ze er volgens mij niet van. Ik weet wel, je kunt dit soort dingen toch niet tegenhouden, dus. . ."

In 1969 - toen hij afscheid nam van hel Wilhelmina Ziekenhuis - zijn voor Dokter Mook rustiger lijden aangebroken. De woorden op de blinde muur langs de spoorlijn hebben, zij het pas na dertig jaar, hun uitwerking op hem niet gemist.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl