In en om Assen





Dhr. A van Dalen


Bronvermelding:
'Waar men den kranke, zoo 't kan, geneest ...' Jubileumboek 75 - jarige geschiedenis van het Wilhelmina ziekenhuis in Assen, 1985. Teksten Bertus Boivin en Chris van der Veen.



Van Dalen werkte zonder lijstje


De naam Van Dalen is een begrip in het Asser Wilhelmina Ziekenhuis. Misschien wel meer dan een begrip. Niet minder dan 37 jaar lang (van 1920 tot 1957) was hij aan het ziekenhuis verbonden en het Ziekenhuis aan hem. Tien jaar geleden had de heer Harteveld een interview met de inmiddels overleden oud-concierge. Het gesprek werd nooit gepubliceerd, maar het bevatte zoveel interessante informatie over de persoon en over de tijd waarin hij werkte, dat we u een aantal markante uitspraken van de heer Van Dalen niet willen onthouden.

Zoals gezegd kwam hij in 1920 als conciërge bij het ziekenhuis. "In een advertentie werd een inwonend echtpaar gevraagd, samen voor een salaris van f 600- per jaar. Mijn vrouw deed toen het keukenwerk en ik hoefde eigenlijk niet veel te doen. De eerste directrice dat was een goed mens, zuster Petink. Je ging toen zo fijn met elkaar om. Ik ben eigenlijk al direct met kwinkslagen begonnen. Van haar kreeg ik namelijk een grote lijst: maandags dit doen. dinsdags dat enz. Nou, daar heb ik eerst heel wat op getuurd. Ik dacht: als ik alles moet doen wat er op die lijst staat, dan heb ik 't de hele dag druk. Want dat was eerst de kachel aanmaken, met turf in die tijd. Nou, en om de vlam er in te krijgen had je papier nodig en zo is die lijst met opdrachten al vrij spoedig in de kachel verdwenen. Na een week vroeg de directrice me naar de lijst. Ik zeg: draait de zaak misschien niet goed, directrice? Oh nee, zegt ze, daar heb ik niets over te klagen. Ik zeg: dan hebt u die lijst ook niet meer nodig. Ik heb er namelijk de kachel mee aangemaakt. "

"We hadden in de drie weken maar één zondag vrij. Er was eigenlijk wel een tijd van beginnen, maar een tijd van ophouden was er niet. En dat voor f 50,- in de maand, met z'n tweeën. We hadden natuurlijk wel alles toe, eten en inwoning een zitslaapkamertje van vier bij vier meter. Alleen, we zaten er niet zo vaak. Toen ik kwam was ik 37 jaar en ik ben er precies 37 jaar gebleven. En toen ik wegging zei dokter Mook: je kunt er nog best een paar jaar bij doen. . . " De heer Van Dalen werd voor alle mogelijke zaken ('rechte spijkers krom slaan, dat kon ik ook goed) ingezet. Zo onderhield ook hij de contacten met verschillende winkeliers in Assen die goederen aan het ziekenhuis mochten leveren.

"Iedere maand hadden we een andere bakker, slager of kruidenier. En aan het eind van de maand moest ik ze dan uitbetalen. Het was wel goed dat ik dat er bij had, want dat maakte m'n salaris weer een beetje goed. Dat konden ze natuurlijk nooit keren. De winkeliers zeiden dat ze dat eigenlijk niet deden, maar voor het ziekenhuis wilden ze wel een uitzondering maken. Ik zeg nou, dat vind ik fijn, want ik kan er wel een beetje bij gebruiken". Van Dalen, hij nam een bijzondere plaats in binnen de ziekenhuisgemeenschap. En ook in de stad Assen was hij alom bekend, als de man die patiënten op een vierwielige brancard door de binnenstand en door het bos naar de gasfabriek reed waar het röntgenapparaat stond en als de man die dagelijks bij vrouwen in de stad moedermelk haalde. . .

In de 37 jaar dat hij bij het ziekenhuis werkte maakte hij vier directrices mee, de dames Petink, Van der Sleen, Ybes en Keur. Van Dalen hield al die tijd de zaak draaiende. Op zijn eigen manier, dus zonder lijstje. . .






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl